Preek zondag 1 november 2015


Ik wil jou van harte dienen

 

Wij christenen zingen graag over genade. En daar zijn prachtige en heel ware definities van. Maar laten we wel beseffen dat genade een Persoon is. Niet een leerstelling. Want (Joh. 14, 17) de Wet is door Mozes gegeven ‘de genade en de waarheid’ (Ps. 85,11) is door Jezus Christus geschied. Genade is rijk, onuitputtelijk en eindeloos. En genade is gratis, maar dat alleen voor de ontvanger. Gods genade kostte Jezus Christus het leven. Op het kruis was er geen genade (Lukas 24, 26): moest de Gezalfde niet dat alles lijden, en (zó) binnengaan in zijn heerlijkheid?

God heb ik lief’ luiden de eerst woorden van psalm 116 (berijmd). Maar die liefde van onze kant is er alleen (1 Joh. 4, 19) omdat hij als eerste ons heeft liefgehad.

 

Waarom had God ons lief? Tegen Israel zegt God (Jer. 31, 3) met eeuwige liefde heb ik je liefgehad, God s wezen is licht en is liefde. Daarom geldt voor ons als christenen dat we moeten wandelen in de liefde en in het licht (Ef. 5, 2, 8).

 

Christen zijn betekent dat je één wordt met Christus. Zoals Henoch wandelde met God en een volmaakte samensmelting met God ervoer. Christendom betekent Christus in mij. Wij kijken met de ogen van de Heer Jezus. Wij zien elkaar zoals Christus ons ziet. Zo moeten mannen hun vrouw liefhebben. En niet als ooit Adam of Abraham de schuld een beetje afschuiven.

 

En we moeten altijd blijven beseffen dat God van ons hield toen wij hem niét mochten, toen wij nog zondaars waren. De heer Jezus sprak met een Samaritaanse vrouw. Dat was iets wat elke rechtgeaarde Jood als een grote schande beschouwde. En dat was ook de reputatie van die vrouw nogal twijfelachtig. Veroordeelt Jezus haar? Nee dus! Waarom veroordelen wij dan soms? En als God ons uitnodigt om op zondag specifiek en samen aan zijn Zoon te denken, waarom slaan wij dan soms die uitnodiging in de wind? De vraag hoe de wereld naar ons kijkt is cruciaal.

Ghandi kwam in aanraking met het christendom. Hem werd uitgelegd: Onze zonden bezwaren ons niet, omdat we geloven dat Jezus voor ons verzoening heeft gedaan. Wij moeten wel zondigen, het is onmogelijk om in deze wereld zondeloos te leven. Daarom moest Jezus lijden en de zonde van alle mensen verzoenen. Ghandi antwoordde Als dat christendom is, kan ik me daardoor niet laten overtuigen. Ik zoek geen verlossing van de gevolgen van mijn zonde, ik wil verlost worden van de zonde zelf, of beter gezegd: van de zondige gedachte. Over die persoon schrijft Gandhi verder: ‘Het bleek ook dat hij achter z’n woorden stond. Hij zondigde met open ogen, en maakte me duidelijk dat het denken daaraan hem niet in het allerminst bezwaarde.’

 

MRI scan

Als we de bijbel serieus lezen is het alsof we een soortement MRI-scan van onszelf krijgen. Op een aantal terreinen worden we doorgelicht en kunnen we voor onszelf de balans opmaken. Zijn wij werkelijk christenen zoals God dat bedoelt? Een korte scan:

 

Bewaren we Gods geboden? Joh. 14, 21:

wie mijn geboden heeft en ze bewaart, die is het die mij liefheeft; maar wie mij liefheeft, hem zal mijn Vader liefhebben en ook ík zal hem liefhebben en mijzelf aan hem openbaren!

Bewaren we Gods Woord? Joh. 14, 23:

als iemand mij liefheeft zal hij mijn woord bewaren, en mijn Vader zal hem liefhebben

Haten wij het kwaad? Psalm 97, 10:

Die liefhebt de Ene, haat het kwade, hij bewaakt de zielen van zijn vrienden

Hebben wij werkelijk lief? Joh. 21, 17:

Ten derden male zegt hij tot hem: Simon-van-Johannes, ben je mijn vriend? Petrus wordt bedroefd, omdat hij ten derden male tot hem zegt ‘ben je mijn vriend?’, en hij zegt tot hem: Heer, ú weet alles, ú kent mij als uw vriend!

Stellen wij alles wat we hebben in de dienst van God? Markus 10, 28-30:

Petrus begint en zegt: zie, wíj hébben alles losgelaten en zíjn u gevolgd!…Jezus brengt uit: amen is het, zeg ik u, er is niemand die huis of broers of zussen of vader of kinderen of akkers heeft losgelaten omwille van mij en omwille van de verkondiging, die niet honderdvoudig, nú, op dít moment, mag aannemen: huizen en broeders en zusters en moeders en kinderen en akkers, naast vervolgingen, en in de wereldtijd die komt: eeuwigheidsleven;

 

Onze beloning is groots. Is eeuwig. Is rijk. Psalm 91, 14-16:

‘Omdat hij mij aankleeft doe ik hem ontkomen, ik zet hem op een steilte omdat hij mijn naam kent!- hij roept mij aan en ik geef hem antwoord, ik ben bij hem in benauwing, ik red hem uit, breng hem tot glorie; ik verzadig hem met lengte van dagen, ik geef hem inzicht in mijn reddende werk!’

 

En als Christus voor je zijn