Preek zondag 18 oktober 2015


In liefde heeft hij ons voorbestemd

 

We zongen liederen over vreugde en gerechtigheid. Onderwerpen die in het Nieuwe Testament een hoofdrol spelen.

Maar als je het Oude Testament met aandacht leest vind je ook daar heel wat juweeltjes die al een voorafschaduwing geven van het Nieuwe Testament.

 

Neem bijvoorbeeld de geschiedenis van de verspieders. Twaalf mannen werden in opdracht van God door Mozes aangewezen en uitgestuurd om het land Kanaän te verkennen. Ze krijgen van Mozes een tamelijk specifieke opdracht mee (Numeri 13, 18 – 20): Ziet het land aan: hoe is het?- en de gemeenschap die daarop woont: is die sterk of zwak, is die gering of talrijk? En hoe is het land waarop hij zetelt: is het goed of slecht?- en hoe is het met de steden waarin hij zetelt: in (open) legerplaatsen of in vestingen? Hoe is het land: is het vet of schraal?- is er geboomte of helemaal geen?- maakt u sterk en neemt iets mee van de vrucht van het land,- deze dagen zijn de dagen van de eerstelingen van de druiven!

 

De spionnen komen in het dal Esjkol – tros – en verzamelen daar druiven, granaatappels en vijgen. In een dal vind je vrijwel altijd een beek die het land bevochtigd. Waterstromen, die in de bijbel een beeld zijn van de Heilige Geest (Jesaja 44, 3): want ik zal water gieten op wat dorst lijdt en beekjes over wat verdroogd is; ik giet mijn geest uit over je zaad, mijn zegen over jouw telgen,-

 

Op eenzelfde manier kan de Heilige Geest ook in ons vrucht voortbrengen. Toen de verspieders bij de Israëlieten in de woestijn terugkeerden, hadden zij als teken van de vruchtbaarheid van het land een enorme druiventros bij zich. Er waren twee mannen nodig om de tros te tillen! Later had iedere Israëliet een wijnstok die zo groot was dat je eronder kon zitten (1 Kon. 4, 25; Zach. 3, 10). En in de wijn was vreugde. Vreugde in overvloed, als bij de bruiloft in Kana.

 

Naast de druiven waren er de granaatappelen. Deze vrucht was in afbeelding ook op het bovenkleed van de efod (priestergewaad) te vinden (Ex. 28, 33). Granaatappelen stonden voor heiligheid en voor een verheven positie. De zuilen van Salomo’s tempel waren onder andere met granaatappelen versierd. De granaatappel laat ons de heiligheid van Christus zien. Onze hogepriester (Hebr. 7, 26): Want zo’n hogepriester móesten wij ook hebben: heilig, zonder kwaad, zonder smet, afgescheiden van de zondaars, en verhoogd boven de hemelen. Onze hogepriester die zichzelf offerde en daarmee ons redding bood. En die ons daardoor een eindeloze vreugde gaf!

 

De derde vrucht die de verspieders meebrachten was de vijg. Die kennen we al uit de geschiedenis van Adam en Eva: De vijgenboom is de eerste boom die in de Bijbel vermeld wordt. De vijgenboom is in de Bijbel een beeld van Israël. Als de Heer Jezus twee dagen voor zijn kruisiging langs een vijgenboom komt ziet hij daaraan geen vruchten. En hij vervloekt de boom, die ogenblikkelijk verdort. Het is een beeld van het ongehoorzame volk Israel dat de Messias niet wilde. Maar in de toekomst zal die boom weer uitbotten. Dat is een beeld van Israëls toekomstig herstel (Matth. 24, 32): Leert van de vijgenboom het zinnebeeld: wanneer ten slotte haar tak week wordt en de bladeren uitbotten herkent ge dat de zomer nabij is;

 

Prachtige beelden vanuit de geschiedenis van de verspieders. Geweldig om te beseffen dat Israël een herstel te wachten staat.

 

Maar nog veel grootser wordt het als we ons gaan realiseren dat wij christenen vandaag der dag al bij de Heer Jezus horen. Dat zijn heiligheid en gerechtigheid ons wordt toegerekend. Niet omdat we dat hebben verdiend. Maar louter en alleen omdat we het gratis van hem krijgen. Als nieuwe mensen, met nieuw leven (Ef. 4, 21 – 24): als ge tenminste naar hem hebt gehoord en in hem onderricht zijt zoals waarheid is in Jezus, …….. dat ge vernieuwd moet worden door de geest van uw denken en het nieuwe mens-zijn moet aantrekken dat naar God geschapen is in waarachtige gerechtigheid en heiligheid.

God ziet ons als zijn kinderen. Als heilig, onberispelijk en rechtvaardig. Door zijn Zoon. En daar worden wij toch oneindig blij van. Met Blaise Pascal (1662):

Vuur: God van Abraham, God van Izaäk, God van Jakob, niet der filosofen en geleerden. Zekerheid, Zekerheid, Gevoel, Vreugde, Vrede. God van Jezus Christus.

 

zijn kinderen te worden door Jezus Christus.