Preek zondag 15 augustus 2010


 

Wij .. hebben …de Geest die uit God is,

Het valt niet mee om je de grootheid van God voor te stellen. Hét moment in de wereldgeschiedenis ligt opgesloten in het eerste hoofdstuk van het evangelie naar Johannes.

Sinds het begin is er het spreken; dat spreken is God nabij, ja God zelf is dat spreken; het is er sinds het begin, God zo nabij; alles geschiedt daardoor en buiten dat om geschiedt niet één ding dat is geschied.

Het spreken is vlees-en-bloed geworden en heeft bij ons zijn tent opgeslagen; wij hebben zijn glorie aanschouwd, een glorie zoals eigen aan de eniggeborene van bij de Vader;- vol van genade en waarheid.

Een meer beslissend moment in de wereldgeschiedenis is er niet geweest. God verschijnt als mens op aarde. De schepper bekommert zich in persoon om het schepsel. En die God wil gekend worden. Wild at mensen zien wie hij is. Uit 2 Kor. 4: 16:

Want de God die gezegd heeft ‘uit het duister zal licht schijnen’, (Gen. 1,3) is het die heeft geschenen in onze harten, – tot verlichting met de kennis van Gods heerlijkheid in het aangezicht van Christus.

Doordat Christus God openbaarde, kregen wij kennis van God. God liet – en laat – zijn licht in onze harten schijnen. Zoals eens Mozes door God op een rots werd gezet en toen Gods heerlijkheid voor een stukje te zien kreeg, zo laat God in en door zijn zoon ook ons zijn heerlijkheid zien.

Maar daar blijft het niet bij. Want hoe kijken wij naar God? Zien wij hem door allerlei filters en vertekening heen? Of zien wij hem ‘ met onbedekt aanschijn’ (2 Kor. 3: 18):

En wij allen, die met onbedekt aanschijn de heerlijkheid des Heren weerspiegelen, worden naar datzelfde beeld van gedaante veranderd, van heerlijkheid tot heerlijkheid, zoals dat is door de Heer die Geest is.

Als er tussen God en ons een waas zit, zien we Hem niet goed. Dan moet dat waas weg. Het vereist een voortdurende oefening in kijken. En uiteindelijk gaat et erom dat het kijken verandert in zien.

Zoals bij de etsen van Rembrandt. Er zijn er die bij de eerste aanblik ‘ meer van hetzelfde’ lijken. Maar bij preciezere bestudering blijkt de lichtval het verschil te maken. En blijkt het werkelijk om drie kunstwerken met een ongelooflijke expressie te gaan.

Gods heerlijkheid kan en moet ons eigen worden. En het is de Heer die Geest is die dat bewerkstelligt. God wil dat onze blijdschap volkomen is. Daarom heeft Hij ons het eeuwige leven geopenbaard. ! Joh 1 : 2, 4:

ja, het leven zelf is verschenen, en wij hebben gezien en betuigen en verkondigen u het eeuwige leven dat bij de Vader was en aan ons is verschenen;

en dat wij dit nu schrijven maakt onze vreugde volkomen!

God zelf vindt al zijn welbehagen in de Heer Jezus. En dat zou ook ons verlangen moeten zijn. We kunnen onze Heer nu al bekijken en bewonderen in al zijn veelzijdige heerlijkheid. We kunnen zijn schittering bewonderen zoals die van een goed geslepen diamant met al zijn flonkerende facetten.

Wij echter hebben het denken van Christus.