Preek zondag 26 juli 2015


Twee tempels ontmoeten elkaar. Zegt de ene tegen de andere:

Het lijkt bij jou wel een rovershol.”

 

We lezen niet vaak in de bijbel dat Jezus boos werd. De bekendste passage is wel de geschiedenis van de tempelreiniging. De tempel kende een roerige geschiedenis.

 

De plannen voor een tempel waren door God al aan koning David doorgegeven maar deze mocht niet aan de bouw beginnen. Hij had te veel bloed aan zijn handen door de oorlogen die hij gevoerd had. Davids zoon en opvolger Salomo hoefde geen oorlog te voeren tijdens zijn bewind en mocht van God, bij monde van de profeten, beginnen met de bouw. Het gebouw was een opvolger van de tabernakel, een tent die als tempel dienst deed tijdens de reis van het volk Israël van Egypte naar Kanaän onder leiding van Mozes. De ark vond een plaats in de tempel (1 Kon. 8,6-8.)

De tempel moet een schitterend gebouw geweest zijn waarvan de roem zich verspreidde over het Midden-Oosten. Van heinde en verre kwamen bezoekers Jeruzalem en zijn fameuze tempel bekijken: een van de bekendste was de koningin van Sheba.

Deze fraaie tempel werd verwoest door Nebukadnezar, koning van Babel (2 Kon. 25), toen hij Jeruzalem innam en plat brandde.

 

Vijftig jaar later werd met de herbouw gestart onder de leiding van de landvoogd Zerubabel. Bij de ingebruikname van die tweede tempel huilden de mensen die de eerste tempel nog gezien hadden (Ezra 3,12). De tweede tempel haalde het niet bij de eerste. Omstreeks 19 voor Christus begon Herodes de Grote met de renovatie en uitbreiding van de tweede tempel. Deze ook weer fraaie tempel werd in het jaar 70 verwoest, toen de Romeinen Jeruzalem innamen en de Joodse Opstand neersloegen.

 

In Matth. 24,1-2 had de Heer Jezus de verwoesting van de tweede tempel reeds voorzegd. Jezus, die zelf een tempel is, getuige de woorden van Joh. 1,14 Het spreken is vlees-en-bloed geworden en heeft bij ons zijn tent opgeslagen;

 

Maar wat ging er nou mis in de tempel, dat Jezus een zweep maakt van touwtjes en de veehandelaars en geldwisselaars woedend de tempel uitjaagt? Veehandelaren zorgden ervoor dat de bezoekers van Jeruzalem een offerdier konden kopen, en geldwisselaars konden munten omwisselen voor de tempelmunt. Die laatste was buiten Jeruzalem niet in gebruik.

 

Uit de beschrijvingen van de geschiedenis wordt duidelijk dat het niet zozeer de veehandel of het geld wisselen op zich fout was, maar wel de plaats waar dat gebeurde. De tempel had zijn eigenlijke functie van plaats van aanbidding van God verloren. En was een soortement bedrijfsgebouw voor economische activiteit geworden. In Markus 11,16 lees je zelfs dat de tempel als sluiproute werd gebruikt: en hij laat niet toe dat iemand gereedschap door het heiligdom draagt.

 

Als het gaat om de tempel hoort er maar één iemand centraal te staan: de bewoner van de tempel. En dat is God. Jesaja 56,7 omschrijft dat als volgt: ja, mijn huis zal tot huis van gebed worden uitgeroepen voor alle gemeenschappen!- En Zacharia 14,21 laat ook niets aan duidelijkheid te wensen over: er zal geen Kanaäns-koopman meer zijn in het huis van de Ene, de Omschaarde,

te dien dage!

 

Daar was het dus misgegaan. In het huis van God ging het inmiddels om van alles van nog wat, maar niet meer om God. Tegen dit flagrante misbruik treedt Jezus op als rechter. En Jezus maakt in Johannes 2,19 heel duidelijk dat hijzelf de ware tempel is! Dat hij optreedt met Goddelijk gezag. Als bij het sterven van Jezus in de fysieke tempel het doek van boven naar beneden scheurt is dat er een onderstreping van het feit dat Jezus de ware tempel is. Bij zijn terugkomst op aarde zal hij dan ook met macht orde op zaken stellen, zoals hier in de tempel.

 

En dan zegt de bijbel in 1 Kor 6,19 dat ook wij een tempel zijn: Of weet ge niet dat uw lichaam een tempel is van de heilige Geest die in u woont en die ge hebt van God, en dat ge niet van uzelf zijt? En ook bij ons moet dan de bewoner centraal staan! Die tempel (1 Kor 3,17) is heilig, en dat zijt gij! Is er bij ons misschien ook soms een schoonmaak nodig?

 

Twee tempels ontmoeten elkaar. Zegt de ene tegen de andere:

Wat is het netjes bij je. Verwacht je bezoek?