Preek zondag 19 juli 2015


In de woestijn!- druipende weiden, heuvels omgord met gejuich!-

 

Wordt er in de bijbel wel gelachen? In elk geval hoor je weinig over lachen in het heilig boek van joden en christenen. Je kunt een enkele keer lezen dat God lacht, maar dan is het een uitlachen, een spottend lachen om zijn tegenstanders (Ps.2,4 en 37,13). Het feit dat er nergens verteld wordt dat Jezus lacht, wil nog niet zeggen dat hij nooit gelachen heeft. In elk geval hoef je daaruit niet de conclusie trekken dat er niet gelachen mag worden.

 

Nu is niet alle humor altijd leuk (al verschillen de smaken natuurlijk). Het grote gevaar bij humor is wel dat het heel gemakkelijk ten koste kan gaan van een ander. Humor moet zuiver zijn en voldoen aan het grote gebod van de liefde. Het moet niet bespottend of negatief zijn, echte humor laat mensen in hun waarde. Als humor de liefde tot het leven en tot de naaste mist, verwordt het tot vernietigend sarcasme.

 

Prediker en lachen:

Pred. 2, 2: Over lachen moest ik zeggen: gekkigheid!, en over vreugde: wat doet die ertoe?

Pred. 7, 3: Verdriet hebben is groter goed dan lachen,-

Pred 7, 6: Want als het geluid van de stookdorens onder de stookpot, zo klinkt het lachen van de dwaas;

In zijn speurtocht naar de zin van het aardse leven speelt vreugde en lachen bij de schrijver geen positieve rol. De auteur is eerder een realist dan een optimist.

 

Maar toch: de uitspraak dat lachen gezond is komt uit de Bijbel.

 

Een paar citaten uit de Spreuken:

Spr 10,28: De verwachting van rechtvaardigen wordt vreugde,- en de hoop van boosdoeners gaat teloor.

Spr. 15,13: Een hart dat zich verheugt 
doet het aanschijn goed,-

En andersom werkt het ook:

Spr. 15,30 Licht in ogen verheugt het hart,-

En wat levert een verblijd of vrolijk hart dan weer op:

Spr. 17,22 Een hart dat zich verheugt is goed voor de gezondheid,-

 

De enige passage in de bijbel waarin uitdrukkelijk over lachen gesproken wordt, vinden we in het eerste Bijbelboek. Abraham en Sara, beide hoogbejaard, krijgen bezoek van God in de vorm van drie vreemdelingen. Abraham en Sara sloven zich uit om de bezoekers te ontvangen met de spreekwoordelijke oosterse gastvrijheid. Terugkerend keer ik tot jou terug in de tijd van levenschenken, en dan is hier een zoon bij Sara, je vrouw! (Gen.18) zegt een van de mannen. Sara die zich bij de mannen niet laat zien, maar vanachter het tentdoek staat te luisteren, schiet in de lach: zij en Abraham nog een kind! Sara heeft gevoel voor humor. Zij lacht om het onmogelijke. God vraagt: waarom eigenlijk heeft Sara gelachen? Sara, vol schaamte dat zij gehoord is, ontkent: Ik heb niet gelachen. Maar wanneer op hun oude dag toch nog een zoon geboren wordt, lachen de ouders van vreugde. Isaäk noemen ze hem. Dat betekent men lacht. Sara zegt: Sara zegt: lachen heeft God mij aangedaan!- ieder die het hoort zal om mij lachen! (Gen.21,1-7).

 

Waarom lacht Sara bij de geboorte van Isaäk? Eerst was er afgunst, begeerte, bezorgdheid, bitterheid, ergernis, schaamte, teleurstelling en zelfmedelijden.

En dan grijpt God in. Op bovennatuurlijke wijze (Ps. 113, 9): Een vrouw onvruchtbaar voor een huis 
   geeft hij een zetel: een verheugde moeder van zonen!

Sara verandert in een dankbaar persoon. Dankbaarheid is het antwoord op genade. Mensen die van genade leven, leven vanuit Gods overvloed (en niet vanuit de dictatuur van de eigen behoeften). Ze leven in de buurt van de levende God (en niet vanuit het eigen ik). En ze zijn gericht op God die ruimhartig geeft (en niet op hun eigen gierig graaiende ego).

 

Mensen die van genade leven zijn sterke mensen. Omdat hun kracht niet vastligt in henzelf. In hun baan, in hun intellect, in hun ‘good looks’ of waarin dan ook.

Maar hun kracht ligt verankerd in hun Redder en Verlosser.

Sara is een blij en dankbaar mens geworden.

 

de dalen bedekt met graan; over en weer schalt hun gezang!