Preek zondag 12 juli 2015


Zie, God is groot en niet te kennen

(Job 36: 26a)

 

Veel grote theologen hebben door de eeuwen heen nagedacht over Gods grootheid. Over het kennen van God. En allen kwamen tot de conclusie dat wij God slechts ten dele kunnen doorgronden. We kunnen – en moeten, als christenen – onze kennis van God vermeerderen. Filippenzen 3 spoort ons daartoe aan. Maar met Augustinus moeten ook wij erkennen: Deus semper maior. God is groter. Nooit zal iemand God compleet kunnen doorgronden schreef Thomas van Aquino.

De theologen van de orthodoxe kerk benadrukken dat God in duisternis leeft en niet ten volle gekend kan worden.

 

Laten we drie kenmerken van God onder de loep nemen. En daarvan leren voor onze dagelijkse omgang met Hem.

 

God is almachtig (Jes. 40: 12):

Wie mat de wateren in zijn holle hand, vatte de hemelen in een span, het stof der aarde in een beker,-

woog de bergen in een balans, de heuvels in een schaal?

 

God kan alles realiseren wat in overeenstemming is met zijn wezen. Er is niets dat zijn kracht en vermogen te boven gaat. God wordt nimmer moe. Niets en niemand is met hem te vergelijken. Er is geen macht die maar in zijn buurt komt, laat staan die hem zou overvleugelen.

 

God is alwetend (Jes. 40: 14):

Met wie houdt hij beraad en helpt die hem verstaan, leert hij hem het pad van het recht,- leert hij hem kennis en zal hij hem de weg des verstands doen kennen?

 

God kent zichzelf volmaakt. En kent ook alles volmaakt wat van hem uitgaat. Hij is de schepper en onderhouder van alles. Hij heeft alles en iedereen gemaakt en kent dan ook alles en iedereen.

Wij mensen leren door ervaring. Stapje voor stapje komen wij tot inzicht in ingewikkelder situaties. En dat gaat met vallen en opstaan. Een andere manier van leren is er voor ons niet.

God is daarvan het volmaakte tegenovergestelde. Zijn volmaakte kennis zit in zijn wezen opgesloten. En God wordt niet verrast door dingen die gebeuren.

 

God is alwijs (Jes. 40: 13):

Wie vat de adem van de Ene,- een man die hem zijn raadslag doet kennen?

 

God geeft zijn schepselen wat het beste voor hen is. Voor ons, zijn schepselen, is dat een moeilijk uitgangspunt. Een voorbeeld is te vinden in de geschiedenis van Mozes. Na veertig jaren aan het hof van Egypte laat God hem veertig jaar in de eenzaamheid van de woestijn schapen hoeden. Wij die de geschiedenis kennen kunnen de zin ervan wel zien. Maar Mozes, toen hij er middenin zat ook?

 

Dagelijkse omgang

 

In het leven van een christen komen ups en downs voor. Verdriet en vreugde wisselen elkaar af. Soms gaat het je voor de wind. En soms wil het helemaal niet. De een kent nauwelijks zorgen. De ander leeft jaren met grote waaromvragen. Wat hebben we aan de wetenschap dat God almachtig, alwetend en alwijs is?

 

Wij kunnen vertrouwen dat God niets uit de hand loopt. God weet. God leidt. God beschermt. Maar daar waar hij weet waar hij met ons leven naartoe wil, kan en zal dat voor ons met onze beperkte kennis nog wel eens tot vragen leiden. God kent volmaakt; ons kennen is onvolkomen.

En ook in situaties waarin God ons iets van zijn ‘waarom’ laat zien moeten we altijd beseffen: Deus semper maior. God is altijd groter.

 

Vanuit onze overgave aan God zullen we ons moeten buigen naar zijn weg met ons. Omdat hij almachtig, alwetend en alwijs is. En hem aanbidden.

 

Maar dit ís het eeuwige leven: dat zij ú kennen,

de enige, de waarachtige God,

(Joh. 17: 3a)