Preek zondag 14 juni 2015


ik heb u doen opklimmen uit Egypte en u doen komen in het land

dat ik heb gezworen aan uw vaderen,

 

Een groot bord aan de randweg stelde de vraag: Wie is God? Een pakkende oneliner, waarmee mensen werden uitgenodigd voor een Bijbellezing.

De bijbel zelf zegt een paar heel kernachtige dingen over wie God is:

  • 1 Joh. 4: 8: wie niet liefheeft, heeft God niet leren kennen,- omdat Gód liefde is.
  • 1 Joh. 1: 5: En dit is de verkondiging …… : God is licht, en duisternis is er bij hem helemaal niet!
  • 1 Cor. 8: 6: maar voor ons is er één God, de Vader …… voor wie wij zijn bestemd,…..
  • 1: 18: God: niemand heeft hem ooit gezien; de eniggeboren God, die is in de schoot des Vaders, hij heeft (hem) uitgelegd!

 

God is liefde, is licht en is één. En God wordt gekend in en door zijn Zoon Jezus Christus. Wil je weten wie God is? Kijk naar Jezus!

 

In het Oude Testament laat God aan Israel zien wie Hij is. Het is een geschiedenis met ups en downs.

God bevrijdt zijn volk uit Egypte. Na een zwerftocht van veertig jaren door de woestijn leidt Jozua de Israëlieten het land binnen dat God hun beloofde. De geschiedenissen in het Bijbelboek Jozua hebben een gemiddeld positieve toon. Jericho wordt ingenomen. De Amorieten verslagen. Steden en het hele worden veroverd. En het land wordt verdeeld. Op een enkele uitzondering na (Achan) is het een positief geheel. Het volk betoont zich trouw aan God. Aan het eind van het boek Jozua herhaalt het volk de belofte om God te dienen.

 

Maar beloven is nog wat anders dan daadwerkelijk doen. Het boek Richteren beschrijft dat levendig.

God bracht het volk in een goed land. Deuteronomium 8: 7 – 10 beschrijft dat. Maar God had daarbij een opdracht gegeven: het land moest worden ingenomen en de oorspronkelijke bewoners verjaagd. In Jozua 13: 1 – 7 laat God duidelijk weten dat Hij het land aan Israël ten erfdeel zal laten vallen. Maar dan moeten ze het wel willen innemen.

Dan volgt er een klassiek patroon. Jozua en zijn leeftijdsgenoten overlijden. En de tweede en derde generatie heeft niet zoveel herinnering meer aan de woestijn. En ook niet aan Gods opdrachten. De oorspronkelijke bevolking is er nog steeds (Richt. 3: 4): Zij zijn daar om Israël te beproeven,- om te weten te komen of zij gehoor geven aan de geboden van de Ene die hij hun vaderen heeft geboden, door de hand van Mozes.

 

Een hoofdstuk eerder had God gezegd: gij zult geen verbond smeden met de ingezetenen van dit land; hun offerplaatsen zult ge omverhalen!- maar ge hebt naar mijn stem niet gehoord; waarom hebt ge dat gedaan?-

 

En dan start in Richteren drie de geschiedenis van de – twaalf – verschillende richters. Het is een soort cirkelgang, een steeds terugkerende cyclus. Hoofdstuk 2: 11 – 19 vat het bondig samen! Het volk Israel vergeet God en zijn geboden. Dan wordt hun situatie een heel benauwde, want ze weten zichzelf niet te redden. In arren moede en ten einde raad roepen ze tot God, en hij stuurt weer een volgende richter die het volk uit de penarie haalt.

In hoofdstuk 10: 13 heeft God er schoon genoeg van en zegt met zoveel woorden “zoek het lekker zelf uit”: maar gíj hebt mij verlaten,- en zijt andere goden gaan dienen; daarom zal ik niet er aan toevoegen om u te redden!- gaat heen en schreeuwt tot de goden die gij hebt uitverkoren; laten zij u redden ten tijde van uw benauwdheid! Maar als de Israëlieten Hem smeken laat Hij zich andermaal verbidden. En stuurt Jefta als volgende richter. Hij verbreekt zijn verbond niet voor eeuwig.

 

Wie is God?

  • God voedt Israel op onder lijden; want wie de Ene liefheeft kastijdt hij,- zoals een vader een zoon die hem behaagt (Spr. 3: 12).
  • En God is God en geen mens. Want een eenmaal gegeven onvoorwaardelijke belofte (Richt. 2: 1) verbreekt God niet, want zichzelf verloochenen kán hij niet. (2 Tim. 2: 13b).

 

Onze God is zo getrouw als sterk. Hij zal zijn werk met ons voleinden. En bijstand zenden. (Naar Psalm 138, berijmd).

 

en ik zei: ik verbreek mijn verbond met u niet voor eeuwig!-