Preek zondag 7 juni 2015


leert van mij 
dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart, 


 

Op een openbare lagere school – rond het jaar 1905 – sprak de onderwijzer over het begrip zonde. Omdat christelijke lagere scholen nog niet overal gevestigd waren, was godsdienstonderwijs toen op openbare scholen verplicht.

Na zijn exposé eindigde de meester met een op zalvende toon uitgesproken mededeling: “En ik heb vandaag nog niet gezondigd.” Ter plaatse schoot hem te binnen dat hij die ochtend al een keer gruwelijk uit zijn slof was geschoten, en hij corrigeerde met: “Oh ja, toch. Maar dat was (priemend vingertje naar een leerling) jouw schuld!

 

Daar nu ligt voor een christen een boeiende vraag. Kan je zondigen en tegelijk je handen schoon wassen door de schuld voor die zonde door te schuiven naar een ander?

 

Niet zo heel lang geleden verscheen er een studie onder de titel Virtuous Violence (Deugdzaam Geweld). De studie presenteert een brede verkenning van het geweld in verschillende culturen en tijdperken. Het blijkt dat mensen zich verplicht voelen om sociale relaties met geweld tot stand te brengen, te ondersteunen dan wel te beëindigen, omdat dat volgens moreel gemotiveerde culturele idealen juist en rechtvaardig is. Het is onthutsend te lezen dat mensen vooral geweld plegen omdat ze echt het gevoel hebben dat het moreel juist is om dat te doen.

 

Het meest recente perfecte voorbeeld is misschien wel het onderzoek dat de Amerikaanse senaat deed naar de onderzoekstechnieken en methodes die de CIA na 9/11 toepaste. De commissie van de Senaat zei dat de CIA martelingen zoals waterboarding gebruikte om informatie te krijgen over al-Qaeda teneinde verdere terreurdaden in de VS te voorkomen, maar dat de marteling geen enkel betrouwbaar bewijs opleverde. De CIA zei in reactie: natuurlijk hebben we niet gemarteld. Dat zou immers onwettig zijn! We gebruikten gewoon verbeterde ondervragingstechnieken. En toch, zelfs als we een beetje ruw waren, dan deden we dat met het doel levens te besparen! Voor de Senaat was het gebruik van marteling een verraad aan de Amerikaanse waarden. Voor de CIA gold echter: We hebben gedaan wat we moesten doen om de Amerikanen te redden van verdere dreigingen. Beide partijen zijn in hun eigen ogen volstrekt overtuigd van de moraliteit en de deugdzaamheid van hun overtuiging. Als er al iets fout gegaan is, dan is dat de ander z’n schuld. De eigen handen zijn schoon. Want alles gebeurde met de beste bedoelingen!

 

Als wij claimen dat onze overtuigingen en handelwijzen oprecht zijn en deugen, moeten we onder ogen zien dat onze tegenstanders precies hetzelfde beweren, op grond van hun standpunt! Dus moeten wij wel bestrijden dat onze tegenstanders ook maar enige deugd aan hun kant hebben. Onze tegenstanders zijn eenvoudigweg slecht. En wij zijn goed. Ons standpunt deugt. Het hunne niet. En dat moet bestreden worden.

 

Als Johannes de Doper drommen mensen trekt bij zijn prediking van bekering (“ Begin een nieuw leven, en laat je dopen! Dan zal God je zonden vergeven,)” dan beginnen de geestelijke bestuurders – farizeeën en schriftgeleerden – zich zorgen te maken. Johannes’ boodschap dat wij allen ongehoorzaam zijn en tekort komen aan Gods gerechtigheid past niet in hun wij-zijn-goed-en-zij-deugen-niet wereldbeeld. Johannes voegt hun toe: Stelletje slangen! Jullie denken dat je slim genoeg bent om te ontsnappen aan Gods straf. Jullie zeggen: “We horen toch bij het volk van Abraham?” Laat eerst maar eens zien dat jullie je leven echt willen veranderen!

 

Johannes predikt berouw en bekering. Zijn boodschap is dat niemand deugt! En berouw is niet een vaag gevoel van spijt of verdriet dat het in onze wereld zo’n rotzooi is. Berouw moet vooral vrij zijn van zelfbedrog. Berouw moet elk idee dat deugdzaam geweld voor een christen bestaat (om de ander tot ons standpunt te bewegen namelijk) volkomen afwijzen. Als wij beweren dat er deugd zit in het geweld dat we toepassen houden we onszelf geweldig voor de gek. Geweld lokt altijd meer geweld uit. We zullen nooit ontsnappen aan de eeuwige geweldscyclus, tenzij we berouw tonen en geweld afwijzen. Onze eigen wil gevangen geven aan God. Met Jesaja 61: 10 “Vol verrukking ben ik, verrukt om de Heer, mijn ziel juicht om mijn God, want hij bekleedt mij met gewaden van redding, in een mantel van gerechtigheid hult hij mij,-

 

Christus komt als Vredevorst. Hij past geen geweld toe om vrede te bewerkstelligen. Hij komt als ”hulpeloos kind, heilig kind,” kwetsbaar en met geen andere macht dan de macht van zijn liefde. Wij willen en claimen zijn vrede. Maar het valt ons moeilijk om de voorwaarden daarvan te accepteren: ons eigen gelijk, onze trots en ons deugdzaam geweld opzij zetten. Die opofferingen zijn ons teveel. De prijs is ons te hoog. Misschien theoretisch niet. Maar praktisch heel vaak wel. Ons eigen gelijk opofferen???. Maar ik héb toch gelijk!?

 

Hoeveel plaats vindt de Vredevorst in mijn herberg?

 

en ge zult rust vinden 
voor uw zielen