Preek zondag 3 mei 2015


En wat zijn liefde wil bewerken

 

 

Zondag ‘Cantate’. De vierde zondag na Pasen. In het kerkelijk jaar staat dan het zingen even centraal (en een week later het bidden, op zondag ‘Rogate’).

 

Traditioneel wordt dan psalm 98 gezongen: ‘cantate’ betekent ‘zingt’. Zingen voor God. Zingen van wie Hij is. Wat Hij gedaan heeft. En van wat Hij nog gaat doen.

1 Zingt voor de Ene een nieuw gezang, 
want wonderen heeft hij gedaan; redding bracht hem zijn rechterhand, 
de macht van zijn heilige arm! 2 Doen kennen heeft de Ene zijn reddende werk, aan de ogen der volkeren 
heeft hij zijn gerechtigheid onthuld. 3 Hij gedacht zijn vriendschap en zijn trouw aan Israëls huis,- 
toen zagen alle einden der aarde het 
reddende werk van onze God!  4 Schalt het uit voor de Ene, heel de aarde, weest blij, jubelt, musiceert! 5 Maakt muziek voor de Ene bij de harp, bij de harp 
en de stem van muziek! 6 Bij trompetten en de stem van de ramshoorn, schalt het uit 
voor het aanschijn van de Koning, de Ene! 7 Davere de zee en zijn volheid, de wereld 
en wie op haar zijn gezeten! 8 Laat rivieren klappen in de hand, laat eensgezind 
bergen juichen met hen mee!- 9 voor het aanschijn van de Ene, want hij zal komen 
om te richten de aarde,- 
hij zal de wereld met gerechtigheid 
richten, gemeenschappen met ongekromd recht!

 

En toch kan on seen vreemd gevoel bekruipen bij het lezen van deze psalm. En dat vooral bij het lezen van de verzen acht plus negen. Want daar staat roch maar met zoveel woorden: juicht allen, want God gaat het oordeel uitspreken!

 

Wie staat er nou te juichen bij een oordeel? Psalm 96 beschrijft iets soortgelijks. De koning komt terug om te oordelen. En de zee buldert daarover met alles wat erin is. Het veld springt op van vreugde en de bomen zingen vrolijk. Want de koning komt terug!

 

In sprookjes en oude verhalen komen nogal eens koningen voor die terug keren. Zoals koning Arthur: “koning voor nu en in de toekomst. Of Richard Leeuwenhart: in zijn afwezigheid en wachtend op zijn terugkeer treedt Robin Hood op. En recenter in het derde deel van “In de ban van de Ring”. Dat draagt niet voor niks de titel “De terugkeer van de Koning.” Zijn komst brengt vrede in de Gouw.

 

De moderne mens lijkt wel terug te verlangen naar een soort samenleving die iets biedt wat verloren gegaan is. Iets wat sluimerend nog ergens in ons ligt: geschapen naar Gods beeld. Met een vonkje dat ons zegt dat de terugkeer van de Koning alles goed zal maken.

 

Maar de terugkerende Koning komt om recht te spreken. Als hij dat niet zou doen en alles op zijn beloop zou laten had de terugkeer immers geen enkele zin? Dan was er geen enkele hoop op een gelukkige toekomst! Een dag des oordeels is onontkoombaar derhalve.

 

Maar wat is dan nog de hoop voor ons stervelingen? Niemand voldoet immers aan zijn eigen morele standaarden. Laat staan aan die van een heilige God?

 

De verzen 1 t/m 3 van de psalm vertellen over her reddende werk van God in het verleden. Hij redde Israel! De lofzang van Mirjam uit Exodus klinkt erin door.

God redde Israel. Maar wel door een oordeel: alle oudste zonen stonden op de dodenlijst. Het was niet zo dat de dood er was voor de zondige Egyptenaren en de redding voor de rechtvaardige Joden. Iedereen schiet tekort voor God. Niemand ontkomt aan de dag des oordeels.

 

Tenzij er een plaatsvervanger is. Het verschil was alleen dat de Joden bloed van een lam aan hun deurpost hadden gesmeerd. Zoals Maria zingt wanneer ze weet dat ze de Verlosser in zich draagt: hij neemt zich zijn knecht Israël aan, hij blijft zijn ontferming indachtig. Jezus lost het probleem van de dag des oordeels op. Aan het kruis. Wanneer hij als koning komt, zal hij ons niet onderdrukken. Maar volmaakt herstel geven. Zodat wij van pure blijdschap kunnen zingen. Van ongekromd recht.

 

 

ontzegt Hem zijn vermogen niet