Preek zondag 19 april 2015


Aan de vrucht

 

Waartoe zijn wij op aarde?

Het hoort tot de bekendste openingszinnen ooit geschreven: Bij het begin is God gaan scheppen de hemelen en het aardland. God roept Geschiede er Licht en maakt scheiding tussen licht en duisternis. Nooit is de nacht meer blijvend geweest. En ten laatste zegt God maken wij een –rode– mensheid 
in ons beeld en als onze gelijkenis,- En God maakt de mens 
van stof uit de –rode– grond 
en blaast in zijn neusgaten ademhaling van leven; 
zo wordt de –rode– mens tot levende ziel.

 

God schept de mens man en vrouw. En getweeën zijn ze beelddrager van God. Prachtige, mooie mensen die het beeld van God weerspiegelen. Want daar zijn ze voor bestemd: Gods schepping met als kroon: de mens, manlijk en vrouwlijk als Gij, – liefde uw waagstuk, uw diepste wens.

 

En dan gaat het mis. Verschrikkelijk mis. In de hof van Eden. En ook vandaag de dag nog. Het lukt ons mensen niet om Gods beelddrager te zijn. Is Gods waagstuk dan mislukt?

 

God is Liefde. Als wij als afstammelingen van Adam in niets nog Gods beeld weerspiegelen, dan geeft God een wedergeboorte. God “organiseert” een nieuwe geboorte. Een geboorte die zijn oorsprong en stamvader in de hemel heeft. Een nieuwe Adam. Nicodemus kreeg het uitgelegd. En de bijbel schrijft er juichend over. Wij krijgen de Geest van zoonschap. Wij zijn kinderen van God en de heilige Geest bevestigt dat met onze geest. Want wij zijn uit God geboren en horen niet bij de eerste Adam, maar bij de laatste (1 Kor. 15: 45 ev.)

 

God geeft ons opnieuw de kans om mooie mensen voor Hem te zijn. Mensen die zijn beeld weerspiegelen. Mensen waarin Christus gestalte krijgt. Mensen die God ook tevoren heeft bestemd tot mede-gestalten van het beeld van zijn zoon, opdat deze zal zijn
eerstgeborene 
onder vele broeders-en-zusters.

 

Maar dat gaat niet vanzelf!

Onze nieuwe bestemming mag dan duidelijk zijn opgeschreven, daarmee is het nog allerminst werkelijkheid. We ervaren allemaal dat het ons – wedergeboren christenen! – maar matig lukt om de wil van God te doen. Hoe meer we ons best doen, hoe meer we wel lijken te falen. Zodat Paulus uitroept in Romeinen 7: Ik, ellendig mens!- 
wie zal mij verlossen 
uit het lichaam van deze dood?

Wij moeten inzien dat onze nieuwe natuur met de goddelijke oorsprong in zichzelf geen kracht heeft. Dat wij moeten leren om te leven vanuit de kracht van de Heilige Geest (zoals Romeinen 8 dat beschrijft).

Dat is niet meteen een leuke boodschap. Wij spannen ons graag in. Houden stille tijd. Leren Bijbelgedeelten uit ons hoofd. Wij werkten en wij wonnen veel. Maar alle winst bleek schade. Pijnlijke lessen. Wel willen en niet kunnen.

 

Hoe lukt het wel?

Het kan wel! We kunnen wel degelijk beelddragers van God zijn / worden! Met 2 Petrus 1: 5 – 7: zet je actief in: En juist daarom moet ge 
alle inzet inbrengen 
en aan uw geloof de deugd toevoegen, 
aan de deugd de Godskennis, aan de Godskennis de zelfbeheersing, 
aan de zelfbeheersing de volharding, 
aan de volharding de vroomheid, aan de vroomheid 
de broeder-en-zusterliefde (filadelphia), 
aan de broeder-en-zusterliefde de liefde (agapè). En die liefde is nou juist wat we moeten laten zien! Bijbellezen en bidden is belangrijk. Het samen doen met andere gelovigen helpt geweldig. Naar Christus kijken. Hem volgen en Hem kennen is een voorwaarde. En dan kan het wel! Gods waagstuk, Zijn diepste wens vervullen!

Maar een persoonlijke keuze blijft het: God zal ons niet dwingen. We kunnen als gelovigen kiezen voor een verloren leven, al zijn we behouden voor de eeuwigheid. We geven ons aan hem over, of we doen dat niet.

 

De vrucht van de Geest

Paulus schrijft over de vrucht in enkelvoud. En noemt dan negen kenmerken. Maar de vrucht van de Geest is 
liefde, vreugde, vrede, lankmoedigheid, 
vriendelijkheid, goedheid, betrouwbaarheid, zachtmoedigheid, zelfbeheersing; Als één van die kenmerken niet aanwezig is, is er van vrucht dus geen sprake. “Maar”, hoor je wel zeggen, “er zijn toch heel wat mensen die een voortreffelijk leven leiden. Daar kan menige christen een puntje aan zuigen!” En dat staat ook buiten kijf, tot onze schande. Elk mens kan nog iets weerspiegelen van de glorie van de oorspronkelijke Adam.

Maar alleen een christen kan de glorie van Christus laten zien. En dat is de roeping van ons christenen, om met onbedekt aanschijn de Heerlijkheid des Heren te weerspiegelen.

 

De vrucht van de Geest

Aan de vrucht kent men de boom. Wie je bent is niet wat je over jezelf zègt (“ik ben geen dief”) maar wat je doet of nalaat (je steelt toevallig wel). Neen: beloven is een ander ding als geven! Ons voorbeeld is Christus zelf. Zijn gezindheid moet de onze zijn (Fil. 2). Wij mensen gaan nogal eens lijken op onze voorbeelden, onze rolmodellen. Laat dan Christus ons rolmodel zijn. Als we in Hem zijn, komt de vrucht vanzelf. Maar opnieuw geldt: het gaat niet buiten ons om. We kiezen ervoor, of we doen dat niet. God dwingt niet. Hij maakt van ons geen gehoorzame maar willoze robotjes.

 

Liefde:

Hoe herkent de wereld dat we bij Christus horen? Omdat liefde onder elkaar een wezenskenmerk is van christenen! Omdat onze liefde onvoorwaardelijk is (zoals Gods liefde dat is) en zich richt op de ander (zoals God zich altijd naar de ander uitstrekt). Hoe praten wij over anderen? Over homo’s en lesbo’s? Over schreeuwers en stillen? Over managers en collega’s en ondergeschikten? Staan we bekend als klagers, zeurders en mopperaars? Hoeveel geduld hebben we met elkaar? Liefde heeft geen haast.

vreugde,

Vreugde is de eenvoudigste vorm van dankbaarheid” (Karl Barth). Maar vreugde is wat anders dan vrolijkheid. Of dan de afwezigheid van pijn en moeite. Anders zou vreugde wel heel erg van omstandigheden en toeval afhangen. Dat is mijn vreugde, dat ik me tot God wend en mijn vertrouwen op de Heer stel. Laten we ons verblijden in de Heer. En Hem tot bron van onze vreugde maken.

vrede,

Vrede heeft weinig te maken met afwezigheid van oorlog. Wanneer wij mensen en wij christenen onderling uit zijn op harmonie, op verbondenheid, op verzoening, op heelheid, dan streven we de vrede na. Met 40.000 kerken op de aarde die allemaal menen de Waarheid in pacht te hebben, hebben wij christenen misschien niet zo’n goed voorbeeld van vrede gegeven.

lankmoedigheid,

Wees langzaam tot toorn schrijft Jacobus. Wordt niet zo snel boos. God heeft geen haast en is minder ambitieus dan wij.

vriendelijkheid,

De eerste christenen werden ook wel “de vriendelijken” genoemd. Niet voor niks schrijft Paulus dat onze vriendelijkheid bij iedereen bekend moet zijn.

goedheid,

Goedheid heeft alles te maken met daden. De Bergrede – grondwet voor het koninkrijk – is expliciet: zo moet uw licht stralen 
voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien 
en uw Vader verheerlijken die in de hemelen is!

betrouwbaarheid,

Zijn we trouw in onze vriendschappen? Een schuilplaats voor wie dat nodig heeft? Geloof en trouw gaat niet over het opvolgen van een aantal regeltjes. Het gaat om een welbewust gekozen levensstijl Ook als die ons eens wat – geld, tijd, opoffering – kost.

zachtmoedigheid,

Je kunt het leren: Mozes lukte dat ook! Het staat tegenover agressie en heeft alles te maken met nederigheid. Maar verwar het niet met lafhartigheid. Of met onverschilligheid. Leer van mij, dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart.

zelfbeheersing!

Is zoiets als het in bedwang houden van eigen gevoelens, zoals emoties of kwaadheid. Teksten in de bijbel die over de Heer gaan in dit opzicht vind je niet! Woorden die erbij passen: discipline, oefening.

 

Oefenen

Hoe kom ik in het Concertgebouw?” vroeg de toerist. “Oefenen meneer,” antwoordde Jantje.

Als christenen moeten we het onkruid uit ons leven weghalen. “De kleine vossen vangen die wijngaarden verderven,- 
en onze wijngaarden staan in bloei! En ons oefenen in toewijding. In dankbaarheid. Tijd nemen voor aanbidding en lofprijzing. Oefenen in vreugde. In nederigheid. In vertrouwen. En bidden om de vrucht van de Geest. En (her-)lezen Psalm 139: 23, 24.

En Psalm 19: 15.

 

kent men de boom.