Preek zondag 12 april 2015


Wat zoekt u de Levende bij de doden?

 

Wij lezen op de bijbelbespreking het evangelie van Johannes. We verbazen er ons soms over hoe weinig de discipelen snappen van wat de Heer tegen hen zegt. Dat Hij zal sterven en opstaan. Dat Hij weg zal gaan naar de Vader. Dat de Trooster zal komen. Maar zouden wij het begrepen hebben, toen? En snappen wij het echt, nu?

Lukas 24: 5-7:

5 zíj raken in-bevreesd 
en neigen hun gezichten ter aarde, maar zij zeggen tot hen: 


  • wat zoekt ge de levende bij de doden?– 

  • hij is niet hier, nee, hij is opgewekt!-

6 maar

  • gedenkt hoe hij tot u heeft gesproken 
toen hij nog in Galilea was,

7   toen hij zei van de mensenzoon 
dat hij moet worden prijsgegeven in handen van zondige mensen, 
gekruisigd worden en ten derden dage opstaan! 

 

Staar je niet blind op de dood

Het begint op die paasdag met twijfel en duisternis. Vanaf het moment dat Jezus van het kruis was afgenomen en in het graf gelegd, waren de discipelen er zeker van dat dit het einde was. Het einde van hun droom. En ze zijn dan ook naar huis gegaan en hebben daar specerijen en mirre klaargemaakt. En na de Sabbat, vroeg op de volgende morgen zijn ze naar het graf gerend om de dode de laatste eer te bewijzen. Het is het enige wat ze nog kunnen doen. Als ze aankomen bij het graf zien ze de steen van het graf afgewenteld! Ze zien daar twee lichtende gestalten en nog dringt er niets tot hen door. “Waar zijn jullie nu mee bezig? Wat zoekt ge de levende bij de doden?- Is dat ook niet een boodschap aan ons nu: Wees niet gefixeerd op het graf. Zit niet altijd te denken aan je dood. Blijf ook niet staan bij het graf van je geliefden. Cultiveer niet op een ongezonde manier dat wat van de doden is overgebleven.

 

Richt je op de toekomst

Wie gefixeerd is op het graf is gericht op het verleden. De vrouwen leven eigenlijk in een soort gevangenis die ze zichzelf hebben geschapen. Net als de vrouw van Lot, die omzag en een zoutpilaar werd. Zo lopen de vrouwen en de Emmaüsgangers eigenlijk alleen maar voort, met de blik gericht op het verleden.

 

En wij? Kijken wij naar wat op ons toekomt? Of letten we alleen op dat wat op ons afkomt.

  • We denken bij ziekte aan de prognose van de dokter,
  • en we voelen ons zeer bedreigd door onontkoombare ontwikkelingen die economen en politici allemaal schetsen.
  • We kijken naar de statistieken van het kerkbezoek. En dan slaat je de schrik om het hart.

Zo ging het de vrouwen op de opstandingsmorgen. Ze verwachtten niet meer dat God nog echt iets zou doen. Ze kunnen niet geloven dat God echt binnenbreekt in deze wereld. Niet geloven in de levende God. Precies dat stelt nu de engel aan de kaak door zijn opmerking: “Hij is hier niet, nee, Hij is opgewekt” U moet op Hem rekenen als de levende Heer die u voorgaat. God laat zich niet opsluiten in het verleden.

 

Dat is de erenaam is van de God van Israël, dat Hij de levende God is.

  • Mozes is de eerste die God de levende God noemt. In Deuteronomium 5, waar hij zegt: “Jullie, Israël, jullie hebben de stem van de levende God gehoord.”
  • Jozua (3) staat aan de Jordaan, en ze kunnen eigenlijk het beloofde land niet binnengaan, en dan zegt hij: “Vandaag zal openbaar worden dat de levende God in uw midden is.
  • En David zegt bij zijn strijd met Goliath: “Jullie laten door die onbesneden Filistijn de horden van de levende God honen!
  • In Jesaja, waar Sanherib de levende God hoont,
  • Daniël in de leeuwenkuil, waar de koning zegt: “Gij dienaar van de levende God.”
  • Paulus hij noemt de gemeente de tempel van de levende God.
  • tenslotte eindigt het in het boek Openbaring met die uitspraak dat Jezus verschijnt en zegt: “Ik ben de eerste en de laatste en de levende. Ik leef tot in alle eeuwigheden.”

 

En dat is Pasen, dat is leven vanuit de opstanding, de opgestane Heer begroeten, hem binnenlaten in je leven. Dan gaat dit besef doorbreken, dat we een levende Heer hebben, die, zoals de engelen zeggen, niet is op te sluiten in onze gevangenissen, in onze prognoses, of in onze toekomstverwachtingen vanuit het verleden, maar die op ons toetreedt, ons tegemoet komt, bij ons binnenbreekt, ons openbreekt, ons bevrijdt.

 

hij is niet hier, nee, hij is opgewekt!-