Preek zondag 1 augustus 2010


 

….betoont hij, die de zijnen in deze wereld heeft liefgehad,

 

De Heer Jezus denkt altijd aan de mensen die in hem geloven. Wij zijn nooit uit zijn gedachten. Als David aan het eind van zijn leven opschrijft wat voor hem werkelijk belangrijk was, dan is hij een beeld van de Heer Jezus. Door Davids woorden heen zien we iets van onze Heer.

In 2 Sam. 23 gaat het om Davids laatste woorden. Als vandaag de dag de groten der aarde ergens aantreden worden ze met herautengeschal aangekondigd: “ The President of the United States!” Hier niks van dat al: David was van afkomst een schapenhoeder. Zoals onze Heer in een stal achteraf ter wereld kwam. En zich nederig en zachtmoedig betoonde.

David werd gezalfd om koning te zijn, als minste van zijn broers. Maar God liet Samuel een hoorn gebruiken voor de plechtigheid; een hoorn die spreekt van kracht. David was in zijn leven allerminst een foutloos mens. Maar zijn misstappen erkende en beleed hij. Van zijn fouten had hij werkelijk berouw. Hij was een man naar Gods hart. En God gaf hem kracht.

David rekende op God. David legde God zijn plannen voor. Hij wordt genoemd “de lieflijke van Israëls muziek.” David maakte instrumenten die in de eredienst werden gebruikt; hij schreef psalmen met een prachtige profetische inhoud. Voor God sprak hij zijn lof uit ( vers 2: “taal van hem is op mijn tong. Dat geldt ook ons ten voorbeeld: ook wij mogen – moeten – ons uitspreken en God vertellen hoe geweldig ook wij de Heer Jezus bewonderen. In Deuteronomium 32: 4 jubelt Mozes “Want de naam van de Ene roep ik uit: gunt grootheid aan onze God!- de Rots, volmaakt in zijn werk!- want al zijn wegen leiden naar recht; een godheid van trouw en zonder bedrog, een tsadiek,- een oprechte is hij!”

Dan spreekt David van zijn helden. Van de manen die alles voor hem betekenden. Die hem zijn leven lang trouw waren. Die hem nooit in de steek lieten. Mannen die werkelijk alles voor hem over hadden. David hield van hen. Zoals de Heer Jezus van ons houdt. Tot het einde, zoals Joh. 13: 1 dat zo ontroerend zegt. Als David in dit stukje ons zo zijn helden voorstelt, denken we aan de Heer Jezus. Die op dezelfde manier ons aan God voorstelt Met zijn Vader over ons praat. Zoals David zijn helden leidde, zo leidt de Heer Jezus ons tot de heerlijkheid van het vaderhuis. Niet dat elke moeilijkheid van te voren wordt weggenomen. Zeker niet. Maar nooit worden we in de steel gelaten. Waar kwamen Davids helden vandaan? We lezen iets over hun herkomst in 1 Sam. 22: Ook hopen zich bij hem op

elke man in benardheid,    elke man met een schuldeiser en elke man die bitter van ziel is, en hij wordt over hen tot overste; het worden er, die bij hem zijn, zo’n vierhonderd man.” David was de toevlucht van mensen die in grote nood zaten. Die zichzelf niet konden redden. En hij werd hun aanvoerder. Zoals de Heer Jezus ons redde. En nu onze aanvoerder is. En ons wil leren.

Dan is er de ontroerende geschiedenis van David die verlangt naar water, uit de put van Bethlehem. Hij geeft geen opdracht dat water te gaan bemachtigen. Maar drie van zijn helden gaan op pad en riskeren voor hun aanvoerder werkelijk alles. Ze komen terug met het begeerde water.

Zo moet het ook met ons zijn. De wensen die de Heer Jezus heeft moeten ons aanzetten om ze ook werkelijkheid te maken. “ Doe dit tot mijn gedachtenis” is zo een wens van hem. En ook “ Gij zult mijn getuigen zijn.”

En het is niet nodig dat we ons in duizend bochten wringen om voor de Heer iets naar zijn wens te dien. Hijzelf bereidt de goede werken al voor die wij mogen uitvoeren. Het ligt zogezegd al op ons te wachten. Maar we moeten wel bereid zijn om daar ook werkelijk invulling aan te geven.

David dronk geen druppel van het water dat zijn manschappen hadden gehaald. Hij wist precies wat ze ervoor hadden moeten doen. David schenkt het water uit als plengoffer voor God.

En zo mogen ook wij onze Voorganger volgen. Door de wereld heen. Op weg naar het Vaderhuis. Op weg om God voor eeuwig de lof te zingen die Hem – en Hem alleen – toekomt.

hun ook zijn liefde tot aan de voleinding.