Preek zondag 25 juli 2010


 

Met één ziel samen strijdt voor het geloof

Als wij een groep mensen over straat zien lopen in Amsterdam, weten we vrijwel gelijk uit welk land ze komen. Allemaal klikkende camerasluiters? Japanners. Allemaal oranje geklede luidruchtige stadionbezoekers? Hollanders.

Als mensen in groepen optrekken, herken je ze nogal makkelijk. Hun uitdossing verraadt hen. En meer nog meestal hun gedrag.

Waaraan herken je ons als christenen. En dan niet het enkele individu. Nee, waaraan herken je christenen als “ burgers van het evangelie.” Wat onderscheidt ons van andere groeperingen?

In de brief aan de Filippenzen besteedt Paulus daar aandacht aan. Hij maakt dat punt – wat ons zou moeten kenmerken als groep – zelfs tot kern van die brief.

Filippi was een heel trotse stad. De inwoners hadden precies dezelfde rechten en plichten als de bewoners van de hoofdstad Rome. En dat voorrecht hadden niet veel steden buiten Rome. Een inwoner van Filippi hoorde tot een selecte groep eersterangs burgers. En dat wilden ze weten ook.

Paulus formuleert in hoofdstuk 1 : 27 – 30 de kern van zijn boodschap, als hij schrijft: “ Maar één ding: leidt een leven waardig aan de verkondiging van de Christus, opdat, hetzij ik kom en u zie, hetzij ik wegblijf, ik over u mag horen dat ge vaststaat in een geest en met één ziel samen strijdt voor het geloof van de verkondiging, niet verschrikt, in niets, door de tegenstanders; voor hen is dat een aanwijzing van ondergang, maar van heil bij u, en dat van Godswege. Want u is de genade verleend, en dat ter wille van Christus, om niet alleen in hem te geloven maar ook ter wille van hem te lijden, in dezelfde worsteling die gij in mij hebt gezien en nu in mij hoort.

Paulus spreekt de christenen aan op hun gezamenlijke kenmerk. Op wat hun identiteit in Christus hoort te zijn. En Paulus gebruikt militaire beelden: strijden met één dol voor ogen. Waarbij noch de omstandigheid nog de verwachte uitkomst telt.

De Grieken hadden daar in hun profane geschiedenis een voorbeeld van. Bij de strijd tegen de Perzen te Thermopylae (480 voor Chr.) hielden weinig Grieken twee dagen lang een duizendvoudige Perzische meerderheid tegen. Totdat een verrader de Perzen een route om de bergpas wees, en de Grieken in de rug werden aangevallen. Alle Grieken trokken zich terug, met uitzondering van de Spartanen. Noch de veranderende omstandigheden, noch de zekere nederlaag kon hen ervan weerhouden te vechten.

De eerste martelaren hielden zich vast aan deze verzen, als ze voor de leeuwen stonden. Ze stonden pal voor hun christelijke opdracht.

En wat is dan het geheim? Dat geheim zit ‘m in iets wat wij in het super individualistische westen nauwelijks nog kennen: de eenheid van de groep. De innerlijke wil om het eigen individuele ik ondergeschikt te maken aan de identiteit van de groep. De overtuiging dat we – hoewel individueel zwak misschien – als groep sterk staan, mits een eenheid vormend. Eenheid hoort hét kenmerk van het christendom te zijn.

Die eenheid kan van binnenuit worden bedreigd. Door bijvoorbeeld Judaïsme, waar de aandacht meer op de Wet en de regels is gevestigd dan op Christus en zijn Persoon en werk. Of dreiging van buitenaf. In Filippi van heidenen die de christenen best okay vonden, als ze ook de keizer maar als God wilden vereren. Te strijden, samen en zonder compromis, is voor ons een bewijs dat het heil ons wacht! Een geweldige bemoediging voor ons gezamenlijk.

En dan rept Paulus van genade. Genade om in Christus te geloven. En die genade grijpen we met beide handen aan. Niks geweldiger dan dat. Maar in één adem koppelt Paulus daar ook de genade om te lijden voor Christus aan vast. Lijden dat ons als individuen dichter bij elkaar brengt, en als groep dichter bij Christus.

En hebben wij niet de gewoonte om dat lijden eerder als opgave dan als gave te zien? Maar zo is het lijden door God niet bedoeld, zegt Paulus. Het lijden zal ons dichter bij elkaar brengen. Zal ons in de ogen van omstanders maken tot mensen die slechts één doel voor ogen hebben. En voor dat doel alles opzij zetten. Wat ook de consequentie mag zijn.

Als iemand argeloos zou binnenlopen bij een gemeentevergadering, welk verslag zou zij of hij daarvan doen? Zou zo iemand een stel kibbelende individuen aantreffen, strijdend voor de eigen visie en het eigen gelijk? Of zou de indruk er eerder één zijn van “ ze hebben één doel voor ogen en proberen elkaar te helpen dat doel te verwezenlijken. Ze gaan er kennelijk van uit dat de ander met haar of zijn mening ook dat ene doel voor ogen heeft. En probeert om het geheel sterker te maken. Meningsverschillen zijn er alleen omdat ze denken dat het doel op een alternatieve manier nog beter wordt bereikt. Het doel staat bij iedereen voorop.”

Voor een christelijke gemeente is eenheid, is team spirit veel belangrijker dan individuele getalenteerdheid. Uiteindelijk staan elf briljante éénlingen altijd zwakker dan één elftal. Zoals her recente wereldkampioenschap voetbal maar weer eens aantoonde. Met één ziel samen strijden, daar gaat het om.

Solo is dodo.