Preek zondag 1 maart 2015


hoop die het gehoopte al kan bekijken is geen hoop;

 

Hoe kunnen we een hoopvol leven leven? En dan gaat het niet om zaken als ‘misschien win ik morgen wel de staatsloterij’ of zo, maar om geloof dat de werkelijkheid viert van wat wordt gehoopt en het bewijs is van gebeurtenissen die niet waarneembaar zijn (Hebr. 11: 1). Wat is de christelijke hoop?

 

We lezen 1 Thessalonicenzen 1: 9, 10:

9) Want zelf verkondigen zij over ons 
wat een toegang wij hebben gehad 
tot u, en hoe ge u tot God 
hebt gekeerd, van de afgoden af 
om dienstbaar te zijn aan een 
levende en waarachtige God,

10) en uit de hemelen 
zijn zoon te verbeiden 
welke hij heeft opgewekt 
uit de doden, Jezus, 
die ons ontrukt 
aan de toorn die komt.

 

Twee verhaaltjes vooraf.

 

  1. Ik rijd regelmatig langs een eertijds onontgonnen en beschutting biedend terrein. Konijnen speelden daarop en vermaakten zich prima. Maar sinds het veld gemaaid is, voelen ze zich duidelijk bekeken en onveilig. Ze zijn angstig geworden.
  2. Ik bid regelmatig voor een studente uit de Oekraïne. Ze maakt zich zorgen om haar familie in haar thuisland. Het laatste mailtje dat ik haar stuurde beantwoordde ze met ‘Dankjewel dat je aan me denkt. Het gaat goed met m’n familie, maar je weet nooit wat er morgen gebeurt. Dank voor de gebeden. Ik ben ervan overtuigd dat God machtiger is dan welke machtige politicus dan ook.

 

I We hebben hoop omwille van Wie Wij Nu Volgen

 

We dienen niet langer afgoden

 

De gemeente in Thessalonica bestond voor het overgrote deel uit pas bekeerde heidenen. In Handelingen lezen we dat de Joden niet veel van Paulus’ boodschap moesten hebben. Paulus stuurt later niet voor niets Timotheüs terug om hen te sterken en aan te moedigen (1 Thess. 3: 1).

Vanuit de stad had je een mooi zicht op de berg Olympus, waar de Griekse goden Zeus, Aphrodite, Apollo en Artemis huisden. Uit vers 9 kun je afleiden dat de pasbekeerden zich tevoren sterk toegewijd hadden aan hun afgoden.

De pasbekeerden hadden zich op Paulus’ prediking gewend tot God en hun afgoden afgezworen. Het geloof droeg vrucht. De bekeerlingen wilden dienstbaar zijn aan de levende en waarachtige God.

 

Nu zullen er in deze zaal niet veel mensen zijn die actief de afgoden aanbeden hebben. Maar ook voor ons geldt dat we dienaren zijn geworden van de levende God en dat we de afgoden van deze tijd achter ons gelaten hebben. En dat betekent ook dat onze levensstijl moet laten zien dat we onze nieuwe Heer dienen.

 

We dienen nu de levende en waarachtige God

 

De levende God

We dienen de God van Adam en Mozes. Van Abraham, Isaäk en Jacob. De God die hemel en aarde schiep. De God die in de wolk op de Sinaï verscheen aan Israel. De God die Jesaja deed sidderen.

De bijbel zegt het zo (1 Kor 8: 6): maar voor ons is er één God, de Vader, uit wie alle dingen zijn 
en voor wie wij zijn bestemd, 
en één Heer, Jezus Christus, 
door wie alle dingen zijn 
en door wie wij zijn. maar voor ons is er één God, de Vader, 
uit wie alle dingen zijn 
en voor wie wij zijn bestemd, 
en één Heer, Jezus Christus, 
door wie alle dingen zijn 
en door wie wij zijn.

 

De waarachtige God

Onze rolmodellen liggen niet in de muziek- en filmindustrie. Wie maar een millimeter van het vernis van die sectoren afkrabt ziet weinig wat navolgenswaard is. Maar we zien wel een grote navolging. De jurkjes zijn niet aan te slepen als een celebrity weer eens een nieuwe creatie draagt. En goede doelen waarvoor een wereldster zich inzet scoren goed. Maar wie door de glitter heenkijkt ziet weinig wat beklijft op de langere duur. Drugs en alcohol eisen hun tol.

Wij dienen de ware God. Niet wij kozen hem, maar Hij koos ons. Onze God kent geen begin of eind. Eeuwig kan Hij zeggen: Ik Ben.

 

De trouwe God

We dienen God die een verbond met ons aangaat en dat verbond waarmaakt. Hij belooft met ons te zijn ‘alle dagen tot aan de voltooiing van de wereld.’ God die zijn gemeente bouwt en belooft ‘dat de poorten van het dodenrijk haar niet zullen overweldigen.’ God van wie een Syrische dominee – nadat 200 christenen door IS zijn ontvoerd – zegt ‘dat hij ervan overtuigd is dat God bij zijn kerk is en dat Hij ons nooit alleen zal laten in onze ellende.

 

Maar er is meer. We hebben niet louter hoop omwille van de God Die We Nu Volgen.

 

 

II We hebben hoop omwille Van Wat Voor Ons Ligt

 

We verwachten God die terugkomt om ons bij zich te halen

 

Wij zoeken vaak naar zekerheden in een onzekere wereld. Laten juridische documenten opstellen. Vragen borgsommen ter zekerstelling. Maar absolute zekerheden krijgen we nooit in dit ondermaanse.

Onze zekerheden liggen vast in Jezus Christus en in het feit dat Hij uit de dood opstond. Met zijn opstanding bewees hij 1) dat de straf voor de zonde was betaald, 2) dat zijn offer door God was aangenomen en 3) dat hij als overwinnaar uit de strijd kwam en nooit meer zal sterven. Als de Vader de Zoon uit de dood opwekt is het zeker dat de Zoon terugkomt om ons op te nemen in zijn heerlijkheid. Dat is de vaste hoop van de christen.

 

We verwachten God die terugkomt als rechtvaardige rechter

 

Tot moeilijkste ervaringen in ons leven behoren die van onrechtvaardigheid die onbestraft blijft. Iemand die wordt ontslagen omdat hij weigert valsheid in geschrifte te plegen. Iemand in Pakistan die z’n huis wordt uitgegooid omdat de buren hem van godslastering beschuldigen. Eenentwintig koptische christenen die worden afgeslacht op het strand van Libië omdat ze christen zijn.

 

Rechtvaardigheid vraagt om gerechtigheid en dus straf. De dag komt waarop God zijn toorn zal uitgieten over alle ongerechtigheid die op de aarde is gepleegd. Zoals Gods genade persoonlijk is voor iedereen die Hem in geloof aanneemt, zo is ook zijn oordeel persoonlijk voor iedereen die ongelovig is en kwaad doet.

 

En wij? Het is niet zo waarschijnlijk dat wij iemand onterecht uit z’n baantje hebben geknikkerd. Of iemand het huis hebben afgenomen. Of iemand hebben vermoord. Maar we komen allemaal tekort aan Gods norm van ‘Weest volmaakt.’ Wat heeft de toekomst voor ons in petto? Zien wij angstig vooruit naar het oordeel van een rechtvaardige God?

 

Onze zekere hoop is dat we verlost zijn van Gods toorn, omdat Hijzelf onze schuld droeg. Duidelijker dan in 1 Thess. 5: 9, 10 kan het niet gezegd worden Want God heeft ons niet bestemd 
voor zijn toorn, maar voor 
het verkrijgen van heil 
door onze Heer, Jezus Christus, die voor ons gestorven is 
opdat wij, hetzij wij wakker zijn, 
hetzij wij slapen, gelijkelijk met hem 
zullen leven.

 

 

Waar willen we op lijken? Op die konijnen die angstig rondrennen en bang zijn? Of op die studente uit de Oekraïne, die de directe toekomst natuurlijk net zo min kent als wie dan ook. Maar die weet en vertrouwt dat het ondanks alles God nooit uit de hand loopt.

 

Wij kunnen een hoopvol leven leiden:

  • Omwille van Wie wij volgen, en
  • Omwille van wat er voor ons ligt.

 

 

Maar als we hopen op wat we niet kunnen bekijken, moeten we in volharding afwachten.