Preek zondag 18 juli 2010


 

O wondere genadetijd

Wanneer je begint te lezen in Nahum zie je een beeld van God: “de Ene is

lankmoedig maar ook groot van kracht, ongestraft, nee ongestraft laat de Ene niets.” In grootse taal wordt God als een geweldig en machtig heerser geschilderd. Die niks over zijn kant laat gaan. Een beeld om stilletjes in een hoekje te kruipen.

En dan, alsof je een oase binnenloopt, de omslag in vers 7: “In-goed is de Ene, tot een veste

ten dage der benauwing. Ja, hij wil hen wel kennen  die berging zoeken bij hem;” Midden onder de overheersing van de Assyriers toont God zijn liefde en mededogen voor zijn volk. Als je bij hem wilt schuilen, dan is hij er voor je. En dat geld ook voor ons. Ook wij leven in bezet gebied. Satan is de overste van deze wereld. Maar bij God is alle bescherming die we maar nodig kunnen hebben.

We zijn ontzettend onder de indruk van Gods genade. We zien een wereld die afglijdt, een christendom dat krachteloos wordt. De bijbel is er duidelijk over: het oordeel wacht de wereld en allen die niet geloven dat Jezus de Zoon van God is die kwam om te redden. De hel is niet gemaakt voor mensen. Maar als die zich niet tot God wenden, komen ze er wel terecht. God werpt een reddingsboei toe. Of we die pakken is onze eigen keuze.

Als we dat werkelijk zo beleven, hoe kan het dan dat we zo weinig doen om de wereld wakker te schudden? Om mensen te waarschuwen voor dat komende oordeel. We zingen wel graag de regel “ en Gods gezanten blij verkonden,” maar doen we dat ook werkelijk? Ben ik, bent u zo iemand die de verkondiging werkelijk ter hand neemt?

Het gaat om de gezindheid van ons hart. Laten we ons werkelijk leiden door Gods Geest? Of vullen we zelf wel in wat we doen. Willen we echt het evangelie uitroepen voor een dove wereld? Ons voorbeeld is de Heer Jezus zelf. Die ons opzocht en aansprak.

Nu is het een misverstand te denken dat God ons nodig heeft. Maar Hij wil ons wel heel graag gebruiken en betrekken bij de dienst voor Hem. Willen wij “ vissers van mensen” worden? Hebben wij werkelijk liefde voor de mensen om ons heen die verloren gaan?

God wil ons wakker schudden. Wil ons onze gezapigheid en ongeïnteresseerdheid onder ogen brengen. We zijn huichelaars als we op zondagmorgen God om Zijn liefde prijzen, en vervolgens in het geheel geen aandrang voelen om Hem een wederdienst te bewijzen.

We moete levende stenen willen zijn, stenen die zich van harte stellen in Gods dienst. Die zich laten leiden door de Geest. We moeten ons houden aan Gods Woord en aan Zijn leiding.

Laten we God bidden om zijn leiding in ons leven. Laten we bidden om kracht om te leven tot Zijn eer.

En Gods gezanten blij verkonden….