Preek zondag 4 juli 2010


 

Gods Naam noemen is Zijn naam loven

God loven is de opdracht van iedere christen. Door Christus “aldoor aan God een lofoffer opdragen, dat is: de vrucht van lippen die zijn naam belijden.”

In het Oude Testament stonden de offers centraal in de eredienst. Numeri 28 en 29 geven daarvan een prachtig beeld. In hoofdstuk 28 vers 2 luidt het: “ gebied de kinderen Israëls en zeg tot hen: mijn toenaderingsgave, mijn brood, mijn vuuroffers, een reuk die-tot-rust-brengt voor mij: weest waakzaam om die tot mij te doen naderen op de ervoor overeengekomen tijd.”

God wil niks liever dan van ons horen hoe blij we zijn met de Heer Jezus. Hoeveel we van Hem houden. Hoezeer we zijn eigenschappen bewonderen.

Israel moest ervoor zorgen dat de offers werden gebracht. Om te beginnen tweemaal daags. ‘s Morgens als een goede start van de dag, en ‘s avonds als de best mogelijke afsluiting. Dan komt daar in vers negen een offer bij voor elke sabbat. En in vers 11 een offer voor elke maand. En daarna nog het offer voor Pesach. En al die nieuwe offers kwamen bij de reeds bestaande: gelegenheden om God lieflijke reuk te bereiden. Om zijn zorg en liefde nooit te vergeten.

Voor ons een voorbeeld om in het brandoffer altijd te gedenken wat onze Heer Jezus betekende voor zijn Vader. Te gedenken dat God eindeloze vreugde vond in zijn Zoon. Om in het spijsoffer ons te realiseren hoe volmaakt rein en vlekkeloos onze Heer hier op aarde rond ging. Hoezeer de ongezuurde broden daarvan een voorafschaduwing vormen.

In hoofdstuk 29 gaat de opsomming van de te brengen offers verder. “In de zevende maand,

op de eerste na nieuwemaan zal er een oproep tot heiliging klinken bij u: welk slavendienstwerk ook, ge zult het niet doen; een dag van geschal zal het voor u zijn!” En ook hier geldt weer dat deze offers niet in de plaats van de eerdere komen: zie vers zes. God wil horen over zijn Zoon. In vers 12 wordt het loofhuttenfeest ingesteld. Het sprekt van de rust die God geeft, na de aankomst in het beloofde land.

Dit alles zult ge klaarmaken voor de Ene op uw overeengekomen feesttijden, buiten uw beloofde en uw spontane giften wat betreft uw opgangsgaven en uw broodgiften,

uw plengoffers en uw vredesmaaltijden.

De offers tuimelen zowat over elkaar heen. God wild at we ons altijd verblijden in zijn Zoon. Dat we de rijkdom in Hem zien en bewonderen. Dat we tot aanbidding komen en dat bij voortduring.

Als we zo lezen in Numeri, laten we dan meer en meer ontdekken wie de Heer is in al zijn aspecten. Daar wordt onze aanbidding rijker van. Laten we God aanbidden in Geest en in Waarheid. Laten we beseffen dat in de Heer Jezus heel de volheid van God lichamelijk woonde.

Elke dag een feestdag