Preek zondag 4 januari 2015


Zacharias, Elisabet, Jozef, Maria, Simeon, Hanna

 

Op de keper beschouwd neemt de geboortegeschiedenis van onze Heer Jezus helemaal niet zo veel plaats in in de evangeliën. Al zou je wellicht anders vermoeden wanneer je het spektakel dat de commercie er vandaag de dag omheen maakt beziet. We lezen de meest kernachtige stukken:

 

Luk. 1: 5 – 7:

Maar het geschiedt in de dagen dat Herodes 
koning over Judea is: 
zomaar een heiligdomsdienaar, genaamd Zacharias, 
uit de dagorde van Avia, 
heeft een vrouw 
uit de dochters van Aäron; 
haar naam is Elisabet. Maar beiden zijn ze rechtvaardigen tegenover God, 
wandelend in al de geboden, 
en in de gerechtigheden van de Heer onberispelijk, en een kind hebben ze niet, 
omdat Elisabet onvruchtbaar is; 
en beiden zijn met hun levensdagen ver heen.

 

Luk1: 11 – 17:

Maar aan hem laat zich zien 
een aankondig-engel van de Heer, staande aan de rechterzijde 
van het altaar voor het wierookoffer. Zacharias is geschokt om wat hij ziet, 
en vreze valt over hem. Maar de aankondig-engel zegt tot hem: 
vrees niet, Zacharias , 
want je smeking is verhoord: 
je vrouw, Elisabet, 
zal je een zoon baren 
en als zijn naam zul je roepen: 
Johannes; vreugde en verrukking zal hij voor je zijn, 
en vélen zullen zich 
over zijn geboorte verheugen; want hij zal groot zijn 
voor het aanschijn van de Heer, 
‘wijn en sterke drank zal hij niet drinken’ 
(Num. 6,3): 
van heilige geestesadem 
zal hij vervuld worden, 
reeds van zijn moeders schoot af en velen van de zonen-en-dochters van Israël 
zal hij doen omkeren naar de Heer, hun God: hij is het die zal uitgaan voor zijn aanschijn 
met de geest en de kracht van Elia,- 
‘om de harten van vaderen 
te bekeren tot kinderen’ (Mal. 3,24) 
en ongehoorzamen 
in de bezonnenheid van rechtvaardigen,- 
om voor de Heer gereed te maken 
een weltoegeruste gemeenschap!

 

Luk 1: 26 – 38:

Maar in de zesde maand 
wordt de aankondig-engel Gabriël gezonden 
van God naar een stad in Galilea 
wier naam is Nazaret, tot een maagd in ondertrouw 
met een man wiens naam is Jozef 
uit het huis van David; 
de naam van de maagd is Maria. Maar binnengekomen bij haar zegt hij: 
verheug je, begenadigde, 
de Heer is met je!- 
een gezegende ben je onder de vrouwen! Maar zij is door deze uitspraak zeer geschokt 
en heeft bij zichzelf besproken 
wat deze begroeting betekent. De aankondig-engel zegt tot haar: 
vrees niet, Maria, 
want je hebt genade gevonden bij God; zie, je zult in je schoot ontvangen 
en bevallen van een zoon 
en als zijn naam uitroepen: Jezus,- hij zal groot zijn 
en als ‘zoon van de Allerhoogste’ 
worden aangeroepen; 
de Heer God zal hem geven 
de troon van zijn vader David; hij zal koning zijn over het huis van Jakob 
tot in de eeuwigheden, 
en aan zijn koningschap 
zal geen grens zijn! Maar Maria zegt tot de aankondig-engel: 
hoe zal dit zijn, 
daar ik geen man beken? Ten antwoord 
zegt de aankondig-engel tot haar: 
heilige geestesadem zal over je komen, 
kracht van de Allerhoogste 
zal je overschaduwen; 
daarom zal wat gebaard wordt 
heilig genoemd worden, zoon van God; en zie, Elisabet, van gelijke geboorte met jou, 
ook zij heeft een zoon ontvangen, 
in haar ouderdom,- 
het is nu de zesde maand voor haar 
over wie ‘onvruchtbaar’ werd geroepen; want ‘geen woord van bij God zal 
machteloos zijn’ (Gen. 18,14)! Maar dan zegt Maria: 
ziehier de dienares van de Heer; 
mij geschiede zoals door u gezegd! 
Dan gaat de aankondig-engel bij haar weg.

 

Matth.1: 18 – 25

Van Jezus Christus 
is de genesis,- geboorte, zó geweest: 
als Maria, zijn moeder, 
wordt uitgehuwelijkt aan Jozef, 
blijkt zij voordat zij samenkomen 
het in de schoot te hebben 
uit heilige geestesadem. Maar omdat Jozef, haar man, 
een rechtvaardige is 
en het zijn wil niet is 
van haar een toonbeeld te maken, 
beraamt hij het 
haar in het verborgene los te laten. Maar terwijl hij dat in de zin heeft, 
zie, een aankondig-engel van de Heer 
verschijnt hem in een droom en zegt: 
Jozef, zoon van David, 
vrees niet om Maria, je vrouw, 
bij je te nemen, 
want wat in haar geboren wordt, 
is uit heilige geestesadem; zij zal een zoon voortbrengen 
en jij zult als zijn naam uitroepen: 
Jezus!- 
want híj zal zijn gemeente redden 
van hun zonden! Heel dit is geschied 
opdat vervuld zal worden 
wat vanwege de Heer is gezegd 
door de profeet die zegt: zie, de maagd zal het in de schoot krijgen 
en een zoon voortbrengen, 
en als zijn naam zullen ze uitroepen 
‘Immanoeël’ (Jes. 7,14); 
vertaald is dat: met ons is God! Jozef, ontwaakt uit de slaap, doet 
zoals de aankondig-engel van de Heer 
hem heeft opgedragen 
en neemt zijn vrouw bij zich; Hij heeft haar niet bekend 
totdat zij een zoon voortbrengt; 
en hij roept als zijn naam uit: Jezus!

 

Luk 2: 22-32

En wanneer, naar de Wet van Mozes, 
‘vervuld worden de dagen van hun reiniging’ 
(Lev. 12,6), 
laten ze hem mee opklimmen naar Jeruzalem 
om hem voor te stellen aan de Heer, zoals geschreven is in de Wet van de Heer: 
‘elk mannetje dat de moederschoot opent 
zal worden uitgeroepen tot: 
toegeheiligd aan de Heer’ (Ex. 13,2-15) en om, naar wat gezegd is 
in de Wet van de Heer, 
een offerande te geven van 
‘een koppel tortels of twee duivenjongen’ 
(Lev. 12,8). En zie, er is een mens geweest in Jeruzalem 
wiens naam Simeon was, 
en deze mens was een rechtvaardige, 
een vrome, 
een verwelkomer van Israëls troosttoeroep; 
heilige geestesadem is over hem geweest en hem is door de heilige Geest voorspeld 
dat hij de dood niet zal zien 
voordat hij de gezalfde van de Heer heeft gezien. Gedreven door de Geest 
komt hij naar het heiligdom, 
en als de ouders 
het jongetje Jezus binnenbrengen 
om wat in de Wet gewoonte is 
met hem te doen, ontvangt ook hij het in zijn armen 
en zegent God; hij zegt: Meester, nu laat gij uw dienaar los 
in vrede,- naar uw woord; want mijn ogen hebben gezien 
uw reddend werk dat gij bereid hebt 
voor het aanschijn van alle gemeenschappen: licht tot ontsluiering van volkeren, en de glorie van Israël, uw gemeenschap!

 

Luk 2: 36 – 38:

Er is ook een profetes geweest, Hanna, 
dochter van Fanoeël, uit de stam van Aser. 
Zij is in levensdagen ver gekomen: na haar meisjestijd 
heeft zij zeven jaren geleefd met een man en is nu weduwe, 
zo’n vierentachtig jaren. 
Zij is nooit weggeweest uit het heiligdom, met vastentijden en smeekbeden er vererend 
nacht en dag. Dit eigen uur treedt zij naderbij. 
Zij dankt God en spreekt van hem tot allen die op Jeruzalems verlossing wachten.

 

 

 

Uit deze Bijbelcitaten rijst een beeld op dat met de hedendaagse kersthappeningen niets van doen heeft:

 

  • Zonder uitzondering gaat het om nederige mensen. Rechtvaardigen tegenover God (Zacharias en Elisabet). Zich bewust van hun positie (Maria). Het huwelijk eerbiedigend (Jozef).

 

  • Alle zes leven ze in een omgeving en een tijd waarin God aan de rand figureert. Als de meerderheid Hem al wenst serieus te nemen. Slechts een kleine minderheid verwachtte werkelijk de Messias die was aangekondigd door de profeten.
  • Alle zes werden ze begunstigd en gezegend:
    • Zacharias en Elisabet kregen een zoon, die wegbereider voor de Messias zou worden
    • Maria werd de moeder van de Messias; Jozef voedde hem mede op.
    • Simeon en Anna zagen de Messias; Simeon nam hem in zijn armen

 

Het leven van deze zes mensen met de Messias moet voor ons een aansporing zijn om ook werkelijk met de Heer Jezus te leven.

 

In onze tijd staat gezelligheid en vredewens voorop. Maat wie zit er werkelijk te wachten op de Messias?

 

Laten wij aan de zes centrale personen in de geboortegeschiedenis van onze Heer Jezus een voorbeeld nemen. Laten we ons aan hun trouw spiegelen. Laten we als Hanna de plaats waar Gods gemeente samenkomt in hoge ere houden. Laten we spreken van de verlossing die de geboren Messias heeft bewerkstelligd.

 

Als wij ons op die manier trouw tonen jegens God, welk een zegen zal Hij ons dan geven op onze trouw?

 

 

 

Zacharias, Elisabet, Jozef, Maria, Simeon, Hanna