Preek zondag 21 december 2014


Indien kinderen, dan ook erfgenamen:

 

Onlangs stond er een artikel in de krant waarin een adoptiegezin werd gezocht voor ‘Alex.’ “Alex is een weetgierig kind, heeft overal interesse in en leert graag nieuwe dingen. . . . Alex heeft een krachtige persoonlijkheid en houdt zijn zienswijze lang vast wanneer hij meent dat hij gelijk heeft. Hij moet nog wat wennen aan grenzen, aan het bijstellen van zijn verwachtingen, en moet nog respect leren voor andermans spullen. “

 

Het beste wat Alex kan overkomen is dat hij in een gezin terechtkomt waarin van hem wordt gehouden. Een gezin dat hem zijn identiteit geeft.

 

Tweeduizend jaar geleden waren er mensen die precies datzelfde verwachtten. Ook wij aardbewoners waren toen nieuwsgierig, evenals eigenwijs en opstandig. Gods volk, dat Gods boodschap hoorde te verspreiden in de wereld liet die taak na. Gods boodschap aan de wereld was gereduceerd tot een stel nauw geformuleerde regels die het doel hadden ons binnen de grenzen van de wet te houden.

In die opstandige maar ook verwachtingsvolle tijd zond de vader zijn Zoon om onze Redder te worden. Door het werk van de Zoon en in de kracht van de geest konden we familie van God worden. Preciezer: wij vrouwen en mannen konden als zonen ban God worden aangenomen.

 

We lezen Galaten 4: 4 – 7: 4 Maar toen de volheid des tijds kwam, heeft God zijn zoon als afgezant gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder een Wet, 5 opdat hij de mensen onder een Wet zou loskopen, opdat wij de rang van zonen-en-dochters zouden mogen ontvangen. 6 Omdat ge zonen-en-dochters zijt heeft God de Geest van zijn Zoon uitgezonden onze harten in en die schreeuwt uit ‘Abba!’, ‘Vader!’ 7 Zodat je geen dienstknecht meer bent maar zoon-of-dochter; en indien zoon-of-dochter, dan ook erfgenaam, door God.

 

Op het juiste moment, in de volheid van de tijd, toen alles er klaar voor was:

  • Het Romeinse rijk omvatte het hele Middellandse Zee gebied en grote delen van Europa
  • Dat gebied kende een hoofdtaal: het Grieks
  • En eer heerste een religieus vacuüm: de Griekse Romeinse goden verloren hun invloed. Vanuit de vele Joodse synagogen werd het evangelie onder de Joden gepredikt.

En in die situatie besluit God zijn Zoon te zenden.

 

De juiste afgezant, én Gods Zoon én geboren uit een vrouw. De eeuwige God kwam bij ons wonen als een baby (Joh. 1: 14).

 

Geboren in de juiste setting, onder de wet. God zond zijn Zoon opdat de wet volkomen vervuld zou worden. De wet is niet terzijde geschoven. Aan alle eisen van de wet is door Jezus Christus ten volle voldaan. En dat met het doel dat wij de rang van zonen-en-dochters zouden mogen ontvangen. Onder de Romeinse wet kon een geadopteerd kind nimmer onterft worden.

 

Hoe weten wij nou dat we zonen-en-dochters van God zijn? God zond zijn geest uit in onze harten opdat we niet slechts het formele recht van zoon-en-dochterschap zouden hebben, maar opdat we dat recht ook zouden kunnen uitoefenen. Onze relatie met God wordt zodanig dat we hem rechtsreeks kunnen aanspreken met Abba, Vader. Een directe vertrouwelijkheid die we ook lezen in het ‘Onze Vader.’

Omdat God ons tot erfgenamen maakt samen mat zijn Zoon, hebben we vergeving van onze zonden. En tevens een onverbrekelijke band met de Vader.

 

“Alex heeft een familie nodig die hem verzekert dat hij veilig, geliefd en gewild is. Alex heeft een stevige familie nodig die tegelijk soepel is met regels en verwachtingen. Hij heeft een familie nodig die geduldig is en in staat is hem de aandacht te geven die hij nodig heeft. . . . De familie moet ook begrijpen dat het enige tijd zal duren voordat Alex zich heeft aangepast en hen volledig vertrouwt. “

 

Met ons is het niet anders. Wij waren ooit als Alex. Alleen en opstandig. En het kost ook ons tijd en inspanning om helemaal bij Gods familie te gaan horen. Maar een groter privilege is ons nooit overkomen. En God heeft geduld met ons. Zoals een Vader met zijn kinderen.

 


erfgenamen van God en mede-erfgenamen met Christus,