Preek zondag 14 december 2014



laat u niet opnieuw vasthouden

Razend was Jacob op zijn vrouw Rachel. Zij verweet hem haar kinderloosheid en dat brengt hem tot de uitbarsting ben ík het in plaats van God 
die jou een vrucht in de schoot heeft onthouden? In het stukje dat volgt blijkt dat beide zussen bedisselen wie met Jacob naar bed mag (Gen. 30: 16). Over klem zitten gesproken!

God gedenkt rachel: ze wordt zwanger en Jozef wordt geboren. Kort na diens geboorte trekt Jacob de stoute schoenen aan en zegt Laban dat hij terug wil naar Kanaän (30: 26): geef me 
mijn vrouwen en de mij geborenen mee 
waarvoor ik je gediend heb, dan kan ik gaan: 
want jij wéét 
met welke dienstbaarheid ik je heb gediend!

Laban weet drommels goed dat dat zijn belang niet is – hij beseft dat God hem zegent omwille van Jacob – en sluw buigt hij het gesprek om naar een aloud onderwerp: de beloning (30: 28): bepaal je loon bij mij en ik zal het je geven!

Jacob vraagt of de zwarte en gevlekte schapen van hem mogen zijn. Laban stemt toe. Hij zal gedacht hebben dat Jacob zich vergiste, maar niets is minder waar. Maar Jacob blijkt een sluwe vos: hij weet zo te manipuleren dat zijn deel van de kudde geweldig groot wordt. Hij wordt schatrijk (30: 43): een overvloed aan wolvee, slavinnen en dienaars, kamelen en ezels wordt van hem.

Zoveel rijkdom: dat moet tot jaloezie leiden. En dat gebeurt dan ook. De zonen van Laban en ook Laban zelf beginnen een behoorlijke hekel aan Jacob eb diens voorspoed te krijgen.

En dan zegt God (31: 3): keer terug naar het land van je vaderen, 
naar je geboortegrond: 
ik zal met je wezen! Tot dat moment in zijn leven was het eigenlijk altijd Jacob zelf die besloot wanneer er iets moest gebeuren. Hier wacht hij op Gods tijd! Jacob blijkt lering te trekken uit Gods lessen. En God gaat hem bevrijden uit Labans huis.

Jacob laat Rachel en Lea roepen en overlegt met hen. Hij legt heel zijn situatie aan hen voor en schaamt zich niet voor zijn kwetsbaarheid. Hij onderstreept dat heel zijn rijkdom van God komt. En ook dat de God van Betel hem opnieuw heeft bezocht en hem een hart onder de riem stak.

Rachel en Lea hebben ook geen beste relatie met hun vader. En ze geven Jacob volkomen gelijk. Het hele gezin besluit om de benen te nemen.

De weidegronden van Jacob en Laban lagen drie dagreizen – de beide mannen vertrouwden elkaar voor geen meter – en had zo een voorsprong. Die stelde Rachel in staat om bij de vlucht uit huis afgodsbeeldjes van haar vader te stelen.

Als Laban hoort van Jacobs vlucht gaat hij met een bende mannen achter hem aan om een en ander betaald te zetten. Maar dan verschijnt God aan Laban (31: 24): wacht je ervoor dat je met Jakob 
   eerst goed spreekt en dan kwaad (doet)! Laban zet zijn tocht voort en achterhaalt Jacob. En spreekt de zalvende woorden (31: 27): waarom ben je stiekem gevlucht 
en heb je mij bestolen?- 
je hebt het mij niet gemeld,- 
ik zou je met vreugde en gezangen heenzenden, met trom en harp!-

Maar in vers 30 komt de ware aap uit de mouw: waarom heb je mijn goden gestolen?! Jacob geeft als eerlijk antwoord dat hij bang was anders zijn beide vrouwen te verliezen. ‘Maar’ zegt hij, niet wetend dat Rachel de goden had gestolen, ‘ga die goden dan maar zoeken.’ Rachel is slimmer dan haar vader: Laban vindt niks. En dan gaat Jacob in de aanval. Hij gooit Laban twintig jaren van uitbuiting en misbruik voor de voeten. Jacob onderstreept dat God, ‘de Gevreesde van mijn vader Isaäk’ aan zijn zijde staat. En Laban bindt in. Hij stelt een verbond voor, dat beider posities helder moet markeren.

Jacob bemoeit zich maar weinig met de afspraken. Hij is vrij man en vindt het wel best.

  • De maaltijd die Jacob met Laban geniet onderstreept zijn vrijheid en hervonden zelfbewustheid!
  • Hij is ook vrij tegenover zijn vrouwen; stelt zich kwetsbaar op. Overlegt echt met hen.
  • Hij geeft duidelijk in het verbond duidelijk aan waar zijn grenzen liggen.
  • En hij brengt God een offer!

Grenzen zijn belangrijk. Ze markeren de vrijheid van ons als christenen. Christelijke vrijheid is zonder dwang. Christenen voelen zich veilig bij elkaar. Anders deugt er iets niet. God bewaart zijn gemeente in de vrijheid van het evangelie.

onder een juk van knechtschap!