Preek zondag 30 november 2014


Maar als we hopen op wat we niet kunnen 
bekijken,

“Wachten” heeft verschillende gevoelens bij ons. Wachten in je auto in de file vindt niemand leuk. Maar wachten op een verrassing die je in het vooruitzicht hebt is daarentegen weer spannend!

Als wij christenen nu wachten op de terugkeer van onze Heer, hoe doen we dat dan? Petrus schrijft zijn tweede brief in dat licht. Hij vermaant de geadresseerden en steekt hen een hart onder de riem vanuit het perspectief dat de Heer terugkomt. En wat kenmerkt ons, christenen van de 21e eeuw, als we wachten op de Heer? We lezen 2 Petrus 3: 14 – 17:

14 Daarom, geliefden, haast u 
nu ge dat alles verwacht, om 
onbevlekt en onberispelijk in vrede door hem gevonden te worden.15 En beschouwt de lankmoedigheid 
van onze Heer als redding, 
zoals ook onze geliefde broeder 
Paulus naar de hem gegeven wijsheid 
aan u heeft geschreven, 16 en zoals in al de brieven 
wanneer hij daarin over deze dingen 
spreekt, 
al zijn daarin enkele moeilijk te begrijpen 
dingen, welke onkundige en 
onstandvastige mensen dan 
verdraaien, zoals ook met 
de overige geschriften,- 
tot hun eigen ondergang. 17 Gij dan, geliefden, die dit 
van tevoren weet, weest waakzaam, 
dat ge niet meegesleept wordt 
in de dwaling van die teugellozen 
en uit uw eigen standvastigheid valt,

De Joodse lezer heeft bij het word ‘onbevlekt’ ongetwijfeld gedacht aan de offerdienst in het oude Israel. Het offerdier mocht immers geen enkel gebrek vertonen (zie Lev. 22: 20 – 22). Petrus heeft hier stellig het oog op de valse leraren die hij eerder in de brief brandmerkt (2 Petrus 2: 2,3; 13 – 15: 2 Petrus 3: 3,4).

Deze valse leraren houden met de terugkeer van de Heer geen enkele rekening. Ze beschouwen de idee van de terugkeer als een verzinsel (2 Petrus 3:4). En als het perspectief op de terugkeer van de Heer er niet meer is, is alles wat van nature opborrelt in het menselijk gemoed wel goed dus. Dronkenschap, overspel: waarom niet? (2 Petrus 2: 13, 14). En niet alleen dat ze voor zichzelf zo de rol van de Heer als Verlosser ontkennen, ze verleiden ook andere gelovigen om de weg van de christelijke waarheid te verlaten.

Wet zien onze medebroeders en -zusters als ze naar ons kijken?Kinnen ze ons gedrag volgen? Zijn wij vol van de verwachting van de komst van de Heer? Is ons moreel hoogstaand?

Het tweede woord dat Petrus noemt is ‘smetteloos’ of ‘onberispelijk’. Het duidt op een manier van optreden die niet – zonder dat daar gerechtvaardigde gronden voor zijn – een ander ergert of irriteert. Dit heeft niet met moraliteit te maken, maar veeleer met karakter. Het gaat vaak om de manier waarop we ons uiten. En dan met name daar waar de gelovige visies uiteen lopen. We moeten altijd goed in de gaten houden dat er een levensgroot verschil bestaat tussen ‘ketterij’ aan enerzijds en ‘andere opvattingen’ anderzijds. We mogen elkaar nimmer zwart maken. Als we de ander zwart maken, eindigt daarmee onze eigen smetteloosheid.

En als derde heeft Petrus het over ‘in vrede’.

Een – heel gelovige – vader vertelde eens dat hij zijn kinderen voorhield dat het aardse leven niet eerlijk is. Er worden besluiten genomen die niet deugen. Er worden mensen veroordeeld die dat niet verdienen. Rechtvaardigheid is nogal eens afhankelijk van de manier waarop je ergens tegenaan kijkt. Een gekleurd begrip dus.

En dat is ook zo. In onze huidige cultuur willen we alles ‘hier en nu’, en alles ook nog tegelijk als het even kan. We leven sterk in het hiernumaals. Anders dan in de Middeleeuwen, toen het hiernamaals nog voor ogen stond.

Wij christenen moeten bedenken dat de Heer echt terugkomt. Dat is niet zo maar een mogelijke opvatting. Of een christelijke leerstelling waarover je nog eens een boom kunt opzetten.

Het moet voor een christen een dagelijkse werkelijkheid zijn. Een werkelijkheid die ons leven stuurt. En die ons vrede geeft. Omdat we weten dat met de komst van de Heer er wel rechtvaardigheid zal geschieden.

En tot slot pleit Petrus voor een gezonde kennis van de bijbel. Hij stelt de brieven van Paulus op één lijn met de overige geschriften. Het begrijpen van Gods woord geeft stabiliteit. Onze normen en waarden halen we uit de schriften. Daarop zullen we al onze visies en opvattingen moeten gronden.

moeten we in volharding afwachten.