Preek zondag 27 juni 2010


In U alleen, Heer Jezus, is het leven.

De Heer Jezus heeft de macht van de dood onttroond, zegt de bijbel. Bij de strijd tussen leven en dood placht de dood zonder uitzondering het laatste woord te hebben. Totdat het leven van voor de tijden werd geopenbaard op aarde. In de Persoon van Jezus Christus. In hem woonde “heel de volheid van God lichamelijk.” En Het handschrift in ons nadeel met zijn bepalingen, dat tégen ons was, heeft hij uitgewist, en hij heeft het uit de weg geruimd door het aan het kruis te nagelen.”

Van dat feit laat 1 Samuël 17 een fraaie illustratie zien. Het behelst de geschiedenis van David en Goliath. Met David als beeld van de Heer Jezus. En Goliath die de Satan representeert. In de eerste elf verzen schreeuwt Goliath zijn overmacht uit. Tegenspraak of weerstand krijgt hij niet. “Saul, en heel Israël, zijn … verbijsterd en worden .. zeer bevreesd.”

Dan verschijnt David ten tonele. Hij vertrekt in opdracht van zijn vader en gaat op zoek naar zijn broers, die in het leger van koning Saul dienen. Bang is hij niet: hij rept zich naar de gevechtslinie als de troepen worden opgesteld.

Maar dan verschijnt Goliath. En die voert zijn dagelijkse retoriek ten tonele. En net als de vorige dagen zijn de Israëlieten doodsbang; ze slaan op de vlucht. Goliath acht zich compleet onbedreigd. Oppermachtig is hij.

David is de enige die de strijd met de reus aandurft. Alle goedbedoelde hulp van menselijke kant wimpelt hij af. Als Goliath ziet dat zijn tegenstander alleen een stok en een slinger heeft, acht hij zich bijkans beledigd. De Filistijn zegt tot David: ben ik een hond, dat jij naar mij toekomt met die takken?

Maar zoals de Heer Jezus zonder wereldlijke wapens op Golgotha streed en overwon, doet David dat hier ook. “Hij heeft door zijn macht het heilswerk volbracht.” Goliath heeft absoluut niet in de gaten dat zijn laatste uur heeft geslagen. Integendeel: Dan zegt de Filistijn tot David: voorwaarts, naar mij toe!, dan zal ik jouw vlees geven aan het gevogelte des hemels
en aan het gedierte des velds!

Maar David slingert een steen trefzeker naar de reus toe, zodat die dood neervalt. Goliath dacht alle macht te hebben, maar dat bleek niet zo te zijn. Het leven en de overwinning behoort toe aan David.

Christus overwon de dood en het graf. Hem is gegeven alle macht in de hemel en op aarde.

En wij? Hoe zit het met onze rugzak vol vaak met vragen en twijfel? Alsof Goliath nog steeds staat te blèren? Onze jamaarditdans en jamaardatdans? Ons ongeloof in de al behaalde overwinning? Waarom manifesteren we ons dan toch zovaak als angstige twijfelaars? En waarom leven we zo weinig vanuit Gods overwinningsmacht?

De juichende woorden van Romeinen 8 zouden ons constante uitzicht moeten zijn. Zien op de Overwinnaar en op de overwinning. Laten wij in deze tijd van gejuich op de voetbalvelden ook onze juichtoon aanheffen:

“maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door hem die ons zijn liefde heeft betoond. Ja, ik ben er zeker van dat noch dood noch leven noch engelen noch overheden noch bestaande toestanden noch toekomstige noch machten noch hoogte noch diepte, noch enig ander schepsel bij machte zal zijn ons te scheiden van de liefde van God die is in Christus Jezus, onze Heer.”

Terwijl de dood nog oppermachtig scheen,