Preek zondag 9 november 2014


“Halleluja, lof zij het Lam,

We zongen over “het lam.” In geestelijke liederen komt “het lam” vaak ter sprake. En dat geldt ook voor de bijbel. In meerdere passages neemt “het lam” de centrale plek in. Misschien kunnen we wel zeggen: “het lam” is de belangrijkste Persoon. Want vrijwel steeds duidt “het lam” op de persoon van de Heer Jezus. Gods eigen Zoon.

De dichter Isaac da Costa wist als geen ander dat met “het lam” een Persoon werd bedoeld. Daarom schrijft hij in zijn lied ook niet in correct Nederlands “Halleluja, lof zij het Lam / dat onze zonden op Zich nam ….” Het Lam is een “die”. Geen “dat”.

Genesis 22: 1 – 13: een lam ten brandoffer

De geschiedenis van het offer van Isaäk is heel bekend, evenals de betekenis ervan. Het ontroert bij elke lezing. De opdracht van God aan Abraham om zijn zoon te offeren stond nogal op gespannen voet met de belofte die hij eerder had gekregen van diezelfde God. God had namelijk beloofd dat Abraham zou uitgroeien tot een groot volk. En als je dan de zoon via wie dat zou moeten lopen moet offeren…..? Abraham zal grote vragen gehad hebben. Heeft God wellicht op dat moment niet begrepen. Maar vertrouwen deed hij Hem wel.

God wil geen mensenoffers. Herhaaldelijk staat in het oude testament dat Israel absoluut geen kinderoffers mocht brengen zoals de volken rondom hen heen wel deden. God wil offers uit het hart, gebracht door levende zielen.

Als Isaäk zich verwondert dat er geen offerdier meegenomen is, spreekt Abraham de prachtige woorden God 
ziet het voor zich, het lam voor een opgang, mijn zoon!- 
zo gaan die twee eensgezind voort. Abraham en Isaäk hebben dan de knechten al achter zich gelaten. Getweeën gaan vader en zoon hun zware gang. Zoals God de Vader en God de Zoon ook in eenzaamheid en afzondering de strijd op Golgotha aangingen.

Abraham kreeg een lam voor het brandoffer. Voor Gods Zoon was er niet zo een alternatief. Hij werd geofferd op Golgotha.

Isaac werd gespaard. En via hem groeide Abrahams nageslacht. Het kwam terecht in Egypte.

Exodus 12: 3 – 7; 13: een lam voor een gezin

In Egypte werd Abrahams nageslacht sterk onderdrukt. God bevrijdde hen. God doodde alle eerstgeborenen in Egypte. Maar waar er een paaslam was geslacht en het bloed daarvan aan het deurkozijn waa gestreken ging God voorbij.

Dat te slachten lammetje moest op de tiende dag van de maand in huis genomen worden. Vier dagen later werd het geslacht. Tussen dat lieve lam en de bewoners zal er een band ontstaan zijn. En dat geldt ook voor ons. Als we erover nadenken dat de Heer Jezus voor ons de dood in moest, realiseren we ons hoe sterk de band met de Heer ook voor ons is.

Jesaja 53: 5 – 7: een lam wordt ter slachting geleid, voor een heel volk

In dit ”evangelie van het oude testament’ profeteert Jesaja hoe later het ware lam van Pasen zou worden geslacht. De woordspeling in vers 6 is treffend: er was een lam dat boete deed voor hen die als schapen dwaalden.

Johannes 1: 29: een lam voor de wereld

Hier is het Lam lijfelijk op aarde. Eenieder kon hem zien en horen. Het is het Lam van God. Niet door mensen aangesteld, maar door God in de hemel. Zie! Zegt Johannes. Neem aan Wie Hij is! Dit Lam neemt zonden definitief weg, en dat gaat oneindig veel verder dan het bedekken ervan.

Openbaring 5: 13: hel lam wordt lof gezongen

Dit stukje gaat over de eredienst in de hemel. We nemen daarop elke week al een voorschot. Het Lam waar Isaäk om vroeg wordt hier bezongen!

Openbaring 6: 15, 16: de toorn van het lam

Hier zien we het Lam in een compleet andere rol. Er worden zegels verbroken en oordelen uitgesproken. En wie aan het Lam is voorbijgegaan, ontloopt dat oordeel niet.

die onze zonden op Zich nam