Preek zondag 25 april 2010


Werkt zo, …………., met vreze en beven aan uw redding.

Fil. 2:12

Een paar maand geleden zaten we bij elkaar. Met een flink aantal broeders. Om te praten over het wel en wee van onze christelijke gemeente. Over een sfeer van gezapigheid die we bespeurden. Over een houding van “laat de ander het maar doen.”

En we spraken het uit voor elkaar en voor God: we willen er iets aan doen. Er ligt voor eenieder een verantwoordelijkheid. En die willen we oppakken.

Waarom zouden we dat moeten willen, “er iets aan doen”? Daar zijn twee heel goede redenen voor.

Ten eerste gaf God werkelijk alles voor en aan ons. Jezus werd als kindje in armoede geboren. Maakte alle moeite en ellende van een mensenleven in verdrukking mee. Had geen plek om te slapen. Was eenzaam; zijn beste vrienden zelfs verlieten hem. En tot slot verliet ook God hem. En dat deed hij om ons rijk te maken. Alles wat we hebben dabken we aan hem. Gezondheid. Veiligheid. Welstand. En – ver daar boven uit gaand – onze eeuwige verlossing. Als Iemand het waard is om gprezen en gediend te worden is Hij het wel.

Ten tweede komt Hij binnenkort terug. Op. 22:12: zie, ik kom spoedig, en mijn loon heb ik bij mij om een ieder terug te geven naar zijn werk; God kent kennelijk onze inspanning voor hem. En heeft daarover een oordeel. Hoe valt voor ons dat oordeel uit?

Op meerdere plaatsen in de bijbel wordt Christus’ terugkeer aangekondigd: Mattheüs 24: 3 – 8; 32; Lukas 21: 10, 11; 29 – 33. De daar beschreven verschijnselen herkennen we toch wel?

· Oorlogen: op elk continent wordt er gevochten, met uitzondering van Australië

· Ziekten: steeds meer horen we van nieuwe en resistente ziekten die de wereld bedreigen

· Honger: een wereldprobleem dat allerminst is opgelost, integendeel

· Aardbevingen: dit jaar (Haïti, Chili, Argentinië, Turkije, China) zijn er wel heel veel zware bevingen

· Israël: de vijgenboom (= Israël) en de overige bomen (buurlanden) “lopen uit”. We zien zo de wereldgeschiedenis, voorzegd door God, zich ontwikkelen langs Zijn lijnen.

En daar moeten we wat mee. Deze ontwikkelingen kunnen we niet zomaar negeren. 1 Joh. 3: 2,3: ….maar we weten dat, als hij verschijnt, wij op hem gelijkend zullen zijn,- dat we hem zullen zien zoals hij is. Dus ieder die deze hoop op hem gevestigd heeft zuivert zich zoals hij zuiver is; We moeten ons reinigen om in overeenstemming te komen met Hem. We moeten ook oppassen dat de drukte van het dagelijks leven niet al onze aandacht en energie opslorpt (Luk. 21: 34). Eeuwig gaat voor ogenblik. Getuigen van Hem is een opdracht voor ons die in de eindtijd leven (Hand. 1: 6 – 8). En Op. 22: 11 roept ons op om steeds meer goed te doen voor de Heer. Want: de tijd is nabij!

Er is misschien nog wel een beetje zelfkennis nodig. Als we met een aantal broeders bij elkaar zijn en praten over de Heer raken we warm en enthousiast voor Hem. En dan willen we alles wel. Een tijdje later vraag je je soms af waarop je enthousiasme eigenlijk was gestoeld. Het lijkt wel verdwenen als sneeuw voor de zon. Met Rom 7: 15: …..want wat ik wil, dat verricht ik niet, maar wat ik haat, dat doe ik! De weerbarstige werkelijkheid leert dat we werkelijk super concreet onze doelen moeten benoemen. En de realisatie ervan ook super concreet moeten inplannen. Want anders blijft het bij goede voornemens. Wie bijvoorbeeld bijbelstudie wil doen moet dat “gewoon” inplannen in de agenda. Er is namelijk altijd wel iets anders te doen! En wat ook helpt is nog eens terug te gaan naar momenten dat je werkelijk realiseerde wat je wilde. Om vervolgens dat te kopiëren. En van je eigen verleden – en de successen daarin – te leren.

Als je je gedrag wil veranderen – en er is bijna niks moeilijker dan dat! – moet je dat gewoon inplannen. Anders blijft het bij vrome voornemens.

…….en dat zoveel te meer naarmate ge de Dag ziet naderen.

Hebr. 10:25