Preek zondag 18 april 2010


Dient de ÉNE met vréugde,….

Psalm 100

De bijbel heeft het nogal eens over dienen. En over dienstknechten. In onze tijd een wat versleten woord. De wilde frisheid springt er niet vanaf. Iets van voor de Tweede Wereldoorlog. Achterhaald en stoffig begrip. Assertiviteit komt eerst!

Toch maakt dienen de kern van het christelijke samenleven uit. Paulus roept Timotheüs op om een dienstknecht van God te zijn:

Zet je in om jezelf welbeproefd ter beschikking te stellen aan God, als een arbeider die zich niet hoeft te schamen, die het woord der waarheid recht snijdt.

Het gaat om een dienstknecht die staat voor zijn roeping. Niet een die met alle voorkeuren meebuigt. Wat fout is moet als zodanig ook benoemd worden. En als er dwaalleer wordt verkondigd in de christelijke gemeente is het nodig dat radicaal aan de kaak te stellen en te verwijderen. Geen houding van “het valt allemaal wel mee”, of “het loopt zo’n vaart vast niet.” Het is net als bij lichamelijke kanker: hoe eerder het gezwel een halt wordt toegeroepen, hoe beter het is.

Met Timotheus toen geldt nu voor oudsten en andere poortwachters dat ze moeten opletten en misstanden aan de kaak stellen.

Als het gaat om dienen, is de Heer Jezus zelf ons voorbeeld. Dienen betekent dat we ons inzetten om voor Gods koninkrijk resultaat te boeken. God dienen richt zich op Gods eer. Het is in de meest letterlijke zij Godsdienst. En zo beschikbaar zijn voor dienst in Gods koninkrijk kost wel wat. Het kost tijd. Inspanning. Geld soms. Levert ook wel eens verdriet en slapeloze nachten op. De dienstknecht – zeker als die een herderlijke dienst verricht – zal soms slijten aan zijn dienst.

In het evangelie naar Markus wordt de Heer ons getoond als de ware dienstknecht. Woorden die je vaak tegenkomt zijn “terstond”, meteen,” en “direct.” Een dienstknecht is beschikbaar voor zijn Heer. Hij doet onverwijld wat God wil, en voert geen eigen beleid.

Markus 4: 1 – 10: is de geschiedenis van het zaad dat op verschillende plaatsen valt. ……..het andere viel in de goede aarde, schoot op, groeide en gaf vrucht; het droeg tot dertig-, zestig-, en honderdvoud!

Het is de bedoeling dat de dienstknecht gaandeweg zijn dienst voor God meer vrucht gaat dragen: oplopend van dertig- naar honderdvoudig. Beleven we Gods genade steeds intensiever? Kunnen we het Paulus nazeggen: Het leven is mij Christus?

Markus 10: 35 – 45 is een levendig verslag van ons menselijk streven om de eerst plaats te willen innemen. Om de eerste viool te willen spelen. In het centrum van de belangstelling te willen staan. Maar zegt de Heer: al wie bij u een eerste wil zijn, zal aller dienstknecht zijn;

Dienen voelt als minderwaardig. Als vernedering. Wie vindt er nou plezier in het wassen van andermans voeten bijvoorbeeld? Werk voor een slaaf per slot van rekening.

Maar als er een aspect is waardoor onze Heer wordt gekenmerkt in de onderlinge relaties die Hij met mensen onderhield, is dat wel zijn dienstbaarheid. Zijn onbaatzuchtige opoffering. Zelden of nooit poëtischer en schrijnender beschreven dan door Jesaja in hoofdstuk 53.

Willen wij ons aan Hem spiegelen? Zijn voorbeeld volgen? Al is het met vallen en opstaan? Dienen, daar gaat het om. Heersen is niet aan de orde in Gods koninkrijk. Dat loopt niet op macht. Maar op onzelfzuchtige liefde.

Wie bij u groot wil worden, zal uw bediende zijn,

Markus 10: 43