Preek zondag 11 april 2010


Loof de Heer, want hij is goed
– eeuwig duurt zijn trouw –

Psalm 136: 1

God is trouw. Veel bijbelpassages vertellen daarover. Veel liederen gaan daarover. Gods trouw blijkt uit zijn omgang met de mens. Met individuele personen. Met zijn volk Israël. Met zijn gemeente. Over Gods trouw schrijft Jeremia in zijn klaagliederen (3: 22, 23): het zijn de vriendschapsdaden van de Ene dat het niet met ons gedaan is, dat zijn ontfermingen niet ten einde zijn; helemaal nieuw zijn zij, ochtend na ochtend, groot is uw trouw!-

Psalm 107 is van begin tot eind een loflied op Gods trouw. God moet worden geprezen,
(: 1)
want voor éeuwig ís zijn vríendschap!- Al degenen die verlost zijn nemen deel aan die lofzang. Als je in de penarie zit en schreeuwt naar God, helpt hij je (: 6): Zij schreeuwden in hun nóod tot de ÉNE; uit al wat hen benárde heeft híj hen geréd. En de verdrukking hadden sommigen aan zichzelf te wijten (: 11): want zij hadden weerstreefd de gezégden der Gódheid, het ráadsplan des Hóogsten gehóond; maar als ze tot God roepen is het niet “eigen schuld, had je maar moeten luisteren, maar (: 16):
want deuren van bróns, die verbrák hij,
verbríjzelde gréndels van íjzer!
God zond zijn Woord (: 20). In Jezus ontvingen wij genezing van onze zonden. Alle uitredding vindt zijn oorsprong in het verlossingswerk van Christus. En dat leidt tot een lofzang. Wie als verloste zondaar Gods naam noemt, looft hem. God zoekt mensen die hem aanbidden. Niet op de eerste plaats evangelisten en leraren – hoe belangrijk ook – maar mensen die hem vertellen hoe blij ze met hem zijn. Dat er niemand belangrijker voor hen is dan Hij! God vindt vreugde in mensen die hem bedanken uit de grond van hun hart. Het is als eens bij Ezra. Hij herbouwde het altaar. En dat was belangrijker dan het weer opmetselen van muren en poorten. De herstelde eredienst voor God was – en is – de kern van de terugkeer tot Gods woord en de normen daarvan. (: 22): dat zij offeren óffers van dánk, vertéllen zijn dáden met júbel!

Zeelieden die in een gevaarlijke storm terechtkwamen hadden de dood voor ogen. Maar als ze tot God roepen, beteugelt hij de storm (: 29): hij strafte de stórm af tot die verstómde,
de gólven zwégen stíl;
zoals hij later de discipelen uit een vergelijkbare situatie redt, en zij het moeten zeggen: “Wie is toch deze!” En God (: 30): voerde hen naar de háven van hún verlángen!

Gods zegen maakt Israël talrijk (: 38) hij zegent hen en zij verméerderen zéer, en hun véestapel vermíndert níet!

Zien wij Gods trouw in ons leven? Zien we zijn wonderdaden door de omstandigheden heen? God bleef trouw aan Abraham, Izaäk en Jakob, ondanks hun zwaktes en falen. God bleef zijn volk trouw, hun ontrouw des ondanks. We zien Gods trouw in 1948, als de staat Israël wordt gevestigd en er een nationaal thuis ontstaat voor ( overigens ongelovige) Joden. God is trouw. En God draagt zorg voor de vervulling van de profetie.

En tot slot: als we letten op Gods gunstbewijzen, zou dat ons dan niet moeten aanzetten tot meer trouw van onze kant? En vooral ook tot meer en intensere aanbidding?

Wie wijs is, zal deze díngen bewáren, begrijpen de bewijzen van vríendschap ván de ÉNE!

Loof de God van de hemel

– eeuwig duurt zijn trouw!

Psalm 136: 26