Preek 7-2-2010


Want allen hebben gezondigd en zijn verstoken van de glorie van God…….

Jezus zegt soms dingen die je plotseling de wenkbrauwen laten fronsen. Je hebt ze vaak gelezen, en opeens denk je: dit is niet normaal.

In Mattheüs 19 hebben de discipelen zo’n moment. De Heer heeft aan rijke jongeling – die vraagt hoe hij het eeuwige leven kan verkrijgen – uitgelegd wat hem ontbreekt: hij stelt zijn bezittingen boven alles. Jezus merkt dan op:

……… zeker is het, zeg ik u: een rijke zal moeilijk het koninkrijk der hemelen binnenkomen;
wéér zeg ik u: makkelijker komt een kameel binnen door het oog van een naald dan een rijke in het koninkrijk van God!

De discipelen raken daar gedeprimeerd van: … ze zeggen: wie kan dan nog worden gered?!

Bij mensen onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk, zegt Jezus.

Petrus – typisch haantje-de-voorste-gedrag – vraagt door:…. zie, wij hebben alles verlaten en zijn u gevolgd:wat zal dan óns deel zijn?

Als wij u volgen, wat schuift dat dan? Waar doen we het voor? Wat zit er voor ons in het vat?

Tegen die achtergrond verteld Jezus dan het verhaal van de werkers in de wijngaard. De eersten werken twaalf uur voor een denarie (een dagloon), en de laatst aangeworvenen – die precies één uur werken – krijgen precies hetzelfde uitbetaald.

Ja zeg, hallo! Ik heb daar twaalf uren me lopen afbeulen in de brandende zon, en krijg precies hetzelfde als die anderen? Die zijn nog niet eens een beetje moe! Rechtvaardigheid is hier ver te zoeken. Willekeur noemen ze zoiets. Dit is onterecht en oneerlijk.

En laten we eerlijk zijn: als onze baas ons zo zou behandelen, zouden we verhaal gaan halen bij hem. Zo zit de CAO niet in elkaar. Ik heb een contract en dat moet de werkgever naleven. En anders is er altijd nog de stap naar de vakbond of de rechter. Wat verbeeldt hij zich wel? Waar haalt ‘ie het idee vandaan?

Of zou Jezus hier iets anders willen communiceren dan dat je naar je inspanningen wordt beloond? Gaat het wel om belonen? Gaat het wel over “als jij dat levert, staat daar van mijn kant die-en-die verplichting tegenover”? Kunnen wij met onze inspanningen het eeuwige leven wel verdienen?

In een Engelse kerk liggen mensen naast elkaar te bidden. Een rechter ligt naast een dief, die hij vroeger nog eens heeft veroordeeld. “Kras staaltje hè,” meent iemand die dat ziet, “dat zo een dief bekeerd raakt.”

De rechter ziet dat iets anders. “Kijk,” zegt hij, “die dief wist dat ‘ie foute dingen deed. Maar ik? Kijk, ik deed geen vlieg kwaad, stal niks, betaalde keurig belasting en gaf mild voor goede doelen. Mijn kloof met God was misschien wel veel groter dan die van de dief.”

“En de beloning die God ons geeft is precies gelijk!”

In het economisch verkeer is alles gebaseerd op verdienste. Op voor wat hoort wat. Op voor niks gaat de zon op. Ons economisch systeem loopt op geld en ruil.

De Heer maakt duidelijk dat in Zijn koninkrijk andere regels gelden. Er is geen mogelijkheid om het eeuwige leven te verdienen. Net zo min als een kameel door het oog van een naald kan. Uitgesloten.

Het eeuwige leven krijg je door genade alleen. En genade is voor iedereen gelijk. Daar is geen verschil in maat of getal. Er is alleen overvloeiende genade. Of je nou jaren met de Heer Jezus door Palestina trekt, of dat je je als misdadiger aan het kruis net voor je dood tot Hem keert. Geen verschil. Dezelfde genade.

Gods rijk loopt op liefde, op liefde en genade alleen. Op overvloeiende genade. Iets anders is er niet.

……..en worden gerechtvaardigd om niet, uit zijn genade