Preek 21-2-2010


Kiest u dan heden wie ge dienen zult:

Jozua 24: 15a

De Heer Jezus is het licht van de wereld. Straalt dat licht ook door ons heen? Als de plaag van de duisternis het land Egypte treft, blijft het licht, daar waar de Israëlieten woonden (Ex. 10: 23). Wat zullen de Egyptenaren daarvan opgekeken hebben.

Na Gods grote daden en de verlossing uit Egypte trekt Israël veertig jaar door de woestijn. God bemoeit zich met zijn volk. Geeft hen te eten en te drinken. Steunt hen in de strijd. Leidt hen. Maar even zovele keren vergeet Israël Gods weldaden weer.

Na de zwerftocht van veertig jaar, kort voor de intocht in het beloofde land, houdt Mozes een grote rede. Hij houdt het volk Gods geboden voor. En in Deuteronomium 28 volgt daarvan de apotheose. “Je hebt het zelf in de hand,” zegt Mozes. Je zult gezegend worden als je Gods geboden opvolgt.

Geschieden zal het, als je gehoorzaam hoort naar de stem van de Ene, God-over-jou,
door waakzaam te doen al zijn geboden die ik je heden gebied,- dat de Ene, je God, je zal maken hoog-verheven boven alle volkeren der aarde.

Komen zullen over jou al déze zegeningen en je bereiken,- wanneer je hoort naar de stem van de Ene, je God.

Maar als je niet kiest om God te gehoorzamen, zijn de gevolgen voor jou:

Maar geschieden zal het, als je niet hoort naar de stem van de Ene, je God, door waakzaam al zijn geboden en al zijn inzettingen te doen die ik je heden gebied,- komen zullen dan over jou    al déze verwensingen en je bereiken:

vervloekt jij in de stad; vervloekt jij op het veld,….

We zien God als degene die wil zegenen. Maar die ook de schuldige niet onschuldig houdt, als wij hem verlaten.

Het volk Israël vergeet God vele keren. En even zovele keren begint God weer opnieuw met hen (Richteren, Samuël, Koningen).

Uiteindelijk wordt Israël overwonnen door zijn vijanden en gedeporteerd. Maar ook dan laat God zijn volk niet aan zijn lot over. Na zeventig weken zal Ik de Chaldeeën vergelden wat ze hebben misdaan (Jer. 25: 12 – 14) zegt God. En in Daniël 9 maakt Daniël zich de mond van het volk als hij in de wij-vorm schuld belijdt voor alles wat fout gedaan is ( : 7, 8):

gíj, Here, staat in uw recht, en wíj hebben een aanschijn vol schaamte, zó is het heden,- voor het manvolk van Juda, de ingezetenen van Jeruzalem en heel Israël, die nabij zijn en die verre zijn, in alle landen waarheen gij hen hebt verstoten om hun ontrouw waarmee ze u ontrouw zijn geweest;

Ene, wij hebben een aanschijn vol schaamte, onze koningen, onze vorsten en onze vaderen,-
omdat wij gezondigd hebben tegen u;

Deze bijbelgedeelten laten ons een God zien die zegenen wil. Die èn Liefde èn Heilig is. Beseffen wij als een Daniel hoezeer wij als christenheid Hem tekort hebben gedaan en doen? En doet ons dat pijn?

Zijn wij dankbaar voor al de zegeningen die ons gelaten zijn? Willen we heel dicht bij Hem blijven. Want hoe verder van hem af, hoe meer de zegen verdwijnt. Want God heeft zijn licht in ons hart laten schijnen. Dichterbij kan Hij niet komen.

Want de God die gezegd heeft ‘uit het duister zal licht schijnen’, is het die heeft geschenen in onze harten,- tot verlichting met de kennis van Gods heerlijkheid in het aangezicht van Christus.

maar ik en mijn huis, wij zullen de Ene dienen!

Jozua 24: 15b