Preek 14-2-2010


Met eeuwige liefde heb ik je liefgehad

De bekendste gelijkenis die Jezus vertelt is wel die van de verloren zoon in Lukas 15. Het is een verbluffend verhaal. Als een toneelstuk in twee bedrijven.

Het begint met de mensen aan wie de gelijkenis wordt voorgehouden.

Het waren al de tollenaars en de zondaars die tot hem naderden om naar hem te horen; gemor steeg op van de farizeeërs en de schriftgeleerden; ze zeiden: deze man ontvangt zondaars en eet met hen!

Jezus eet met mensen die geen aanzien genieten. In een 1945 vergelijking: hij at met moffenmeiden en NSB-ers. Ging intiem en heel vertrouwelijk met hen om. Voor de nette mensen is dat onverteerbaar natuurlijk.

Die toehoorders horen vervolgens drie gelijkenissen. Over een herder die honderd schapen heeft, er één mist is dolgelukkig is al ‘ie ‘m terugheeft. Over een vrouw die tien drachmen heeft en er één mist en haar vriendinnen uitnodigt op een feestje als ze ‘m vindt.

De les is in beide gevallen dat er meer vreugde in de hemel is over één zondaar die zich bekeert dan over al de anderen die rechtvaardig zijn.

Je ziet de farizeeërs en de schriftgeleerden fronsen: het lijkt er warempel op dat die tollenaars en zondaars – die NSB-ers – er goed afkomen. Wat en wie rechtvaardig is brengt in de hemel geen feest teweeg. Maar wat verloren is en wordt teruggevonden kennelijk wel. Dat voelt ongemakkelijk. Verwacht je dat de rabbi de ontspoorde burgers de waarheid zal vertellen, en lijkt het warempel de andere kant op te gaan. En of dat nou politiek correct is? Herinnerdern ze zich “ergens”nog e passie waarmee God in Jeremia 31 spreekt over Zijn volk. Waar God zonder enige reserve zijn liefde belijdt voor zijn volk. Een volk dat regelmatig niet wil deugen. Maar de Ene zegt:

……………met eeuwige liefde heb ik je liefgehad, ………………………………………..

Is Efraïm mij een zoon zo kostbaar of zozeer het kind van mijn geluk, dat telkens wanneer ik tegen hem heb gesproken ik hem blijf gedenken en nogmaals gedenk?- daarom zijn mijn ingewanden in beroering over hem, ontfermen, ik moet mij over hem ontfermen!, is de tijding van de Ene.

De twee eerste vergelijkingen van Lukas 15 zijn nog maar een inleiding. De echte schok voor de farizeeërs en de schriftgeleerden komt nog. Als het gaat om de verloren zoon. Die zijn vader op hoge toon om de erfenis vraagt. In een patriarchale samenleving werd een vader geacht zo een zoon per direct de deur te wijzen.

Maar de vader geeft zijn jongste zoon wat hij verlangt. Moest zich waarschijnlijk in de schulden steken om geld vrij te maken. Van woede en verontwaardiging bij de vader lezen we niks. De vader blijft van zijn zoon houden. En verdraagt de pijn.

De zoon draait het geld er in korte tijd door. En raakt aan lager wal.

Als hij alle mogelijkheden om er op eigen kracht nog weer bovenop te komen volstrekt verprutst heeft ziet hij nog maar één uitweg. Terug naar huis. En dan maar als knecht: als zoon heeft ‘ie zijn rechten wel verspeeld.

De vader rent zijn zoon tegemoet als hij ‘m ziet komen. Onvaderlijk gedrag. Trekt zijn kleed op en rent de deur uit. Tot spot voor de buren. De vader negeert volkomen het plan van de zoon om terug te betalen wat hij er door gedraaid had. Het beste kleed haalt hij voor de dag. Hij bedekt de armoede van zijn zoon met een mantel van eer. En organiseert een luxe maaltijd. Met kostbaar vlees, een dure lekkernij. Met muziek en dans. Met ongetwijfeld veel bezoek.

De liefde en de open armen van de Vader zijn absoluut gratis. Gratis, voor de jongste zoon.


Is het echter ook gratis voor de Vader?

….ontfermen, ik moet mij over hem ontfermen