Preek 10-01-2010


….dat God hem heeft gemaakt tot Heer en Christus,…..

Hand 2: 36

In kringen van de “vergadering” zijn er van die klassiekers. Woorden of opvattingen waaruit onmiddellijk de nestgeur van “de broeders” opstijgt.

Maar zijn woorden of opvattingen nou altijd zo gek? Laten we er twee bij de kop nemen.

Neem het punt of je spreekt over “Jezus” of standaard de aanspreektitel “Heer Jezus” gebruikt. De “oude boeken” maken duidelijk dat de aanspreektitel “Heer” van grote waarde is. Nergens spreken de apostelen zonder meer over “Jezus.”

Als Petrus in Handelingen 2 uitlegt wat er is gebeurd, spreekt hij weliswaar oer jezus (vers 21, 32), maar in zijn slotwoorden (: 36) maakt Petrus ondubbelzinnig duidelijk wie die persoon is:

….laat heel het huis van Israël dan zonder wankeling erkennen dat God hem heeft gemaakt tot Heer en Christus, deze Jezus die gij hebt gekruisigd!

Laten wij christenen – mensen die door hun omgeving worden gekend als toegewijde volgelingen van Christus, hem vanuit ons hart erkennen als Heer. Laten we hem aanspreken met de titel die hem toekomt. Hem de eer en de plaats geven die Hem toekomt.

Een ander punt is het woord “getuigenis.” Dat is ook een woord dat binnen de vergaderingskringen nogal eens wordt gebezigd. Welke betekenis heeft het eigenlijk? In welk verband wordt het in de bijbel gebruikt? Een aantal teksten uit Handelingen:

1: 8: maar ge zult kracht opnemen van de heilige Geest die over u komt, en ge zult getuigen van mij Getuigen is zonder twijfel onze opdracht!

1: 22 De vervanger van Judas had als roeping samen met ons getuige van zijn opstanding worden!

2: 32 hém, Jezus, heeft God doen opstaan, en daarvan zijn wij allen getuigen; De opstanding is het centrale bewijs van Jezus’ goddelijkheid.

3: 15 …..welke God uit de doden heeft opgewekt: daarvan zijn wij getuigen;

4: 2 en in Jezus de opstanding uit de doden verkondigen. Centrale leerstuk ten overstaan van de Joden

4: 10b Jezus Christus, de Nazoreeër, die gij gekruisigd hebt maar die God uit de doden heeft opgewekt,-

4: 33 in grote kracht geven de apostelen het getuigenis van de opstanding van de Heer Jezus,

En nog vele andere passages in handelingen laten zien hoe de apostelen steeds weer vrijmoedig getuigden over de opgestane Heer:

(5: 29-32; 8: 5; 8: 10; 8: 40; 9: 15; 9: 20; 9: 28; 13: 32-33; 16: 17).

Het valt op dat de discipelen niet vervallen in ingewikkelde theologische betogen. Dat ze er geen uitgebreide verhandelingen bijhalen. Ze beperken zich tot de kern van wat er voor de toehoorders (en henzelf ook natuurlijk) werkelijk toe doet. Tot datgene waarom het allemaal draait. Tot de non-stop herhaalde opstanding uit de doden.

Want het geloof in de opstanding van een voor de zonden van de wereld gekruisigde Christus is de kern van het evangelie. Door zijn opstanding bewees Christus Gods zoon te zijn. Laten ook wij getuigen van die kern van het christelijk geloof. Volhardend en herhalend. Daar waar zich in onze eigen dagelijkse praktijk de kansen voordoen.

Niets is origineler dan het herhalen van de waarheid.

C.S. Lewis