Preek 29-11-2009


Je mantel is niet versleten van je afgevallen, je voet is niet gezwollen, deze veertig jaar.  

Deut. 8:4.

In de ballingschap in Egypte kenden de Israëlieten alleen maar ellende en verdrukking. En God verlost hen. Brengt hen naar de woestijn. Vanwaar het nog zo’n elf dagreizen wandelen is naar het hun beloofde land.

De tocht duurt echter een beetje langer: veertig jaar zwerven ze – zo’n twee miljoen personen – door een dor en onherbergzaam gebied. Waar ze elke dag volstrekt afhankelijk zijn van Gods zorg en bewaring.

En dan waarschuwt God hen. Straks kom je in een goed land. Zijn de ontberingen weg. Zorg dan dat je mij niet vergeet God. Ook tot ons. Want in voorspoed vergeten we de Bron van onze voorspoed gemakkelijk.

In Deuteronomium 8 houdt God zijn volk in de woestijn en daarmee ook ons een spiegel voor.

8:1 Heel het gebod dat ik je heden gebied zult ge bewaken en doen,- opdat ge leven zult en talrijk worden, en bereiken en beërven: Het gaar erom dat we niet alleen maar een beetje vrijblijvend filosoferen over wat God ons wil schenken, maar dat we het ons ook daadwerkelijk toe-eigenen. En dat gaat niet zonder slag of stoot. Je moet dat bewust willen en je ervoor ok willen inspannen..
8:2 Gedenk dan heel de weg
Kijk eens naar je kielzog, en ontdek op welke manier jij je koers uitzet. Soms om te schrikken zo weinig koersvast, maar met alle winden meewaaiend.

8:3 …… niet bij brood alleen
maken wij het ons gemakkelijk, met een soort geestelijk fast-food? Of nemen we alles tot ons wat God ons geeft?

8:4.

8:5….: ja, zoals een man zijn zoon tuchtigt is de Ene, God is een Vader die ons opvoedt als een kind. Met alle liefde en geduld. God wil een heel nauwe en intieme relatie met ons.
8:6 Bewaak dan de geboden van de Ene, je God,- en wandel op zijn wegen en heb ontzag voor hem.

8:7 Want de Ene, je God, is bezig je te brengen in een land dat goed is,
Hier is het grootst mogelijke contrast met een woestijn. In het land van belofte is in werkelijk alles door God voorzien. Zien wij vandaag de dag al dat goede al dat God geeft? Zijn wij daar blij mee en dankbaar voor? Danken we wel echt, diep van binnenuit?

8:8
8:9

8:10

8:11 Wees waakzaam,
Het gevaar ligt op de loer. Als we Gods gaven gewoon gaan vinden raken we onze vreugde n blijdschap erover zo kwijt. Als we niet elke eerste dag van de week het avondmaal eten en zo het werk van de heer ons weer te binnen brengen, raken we de diepe dankbaarheid voor onze redding makkelijk kwijt. Voelen wij op zo een zondagmorgen de spanning tussen verdriet en vreugde – in de symbolen van de bittere kruiden en van de wijn. Blijft Christus’ offer de kern van ons bestaan uitmaken?
8:12

8:13

8:14 ……en je bent vergeten de Ene, je God

8:15 …….. die voor jou water deed opspringen uit de kiezelrots;
8:16 ……. met het doel ………….., om je in je toekomst goed te doen
Want dat heeft God voor ogen: door moeilijkheden heen wil hij ons zegenen. En in de slotverzen van dit Deuteronomium hoofdstuk roept God met alle kracht de Israëlieten en over hun hoofden heen evenzeer ons toe om te beseffen dat het God is die ons kracht geeft.

8:17

8:18 gedenk dan de Ene, je God,- want hij is het die je kracht heeft gegeven .
8:19

8:20
Maar als we weigeren bij God te blijven, dan geldt zó zult ge verloren gaan!, omdat ge niet hoort naar de stem van de Ene, uw God.

As ’t gevoar veurbie’j is, is’t gebed verget’n

Twents gezegde