Preek 22-11-2009


dat ze allen één mogen zijn

Wij hebben nogal eens een gekleurde bril op. De bril van onze ervaringen. De bril van onze opvoeding. De bril van onze opleiding. En dat kleurt dus onze waarneming. Maar toch: als we door welke bril dan ook naar een stoel kijken, zien we een stoel.

Als we in de christelijke gemeente – door welke van onze vele brillen dan ook – naar Christus kijken, zien we Hem. En in Hem zijn we, hoe onderling verschillend ook, een eenheid. Dat wil Christus ook. Hij bidt er voor; we lezen dat in Johannes 17:

20 Niet alleen voor hen bid ik maar ook voor hen die door hún woord in mij gaan geloven,  
21 dat ze allen één mogen zijn, zoals gij, Vader, één zijt met mij en ik met u,- dat zij ook één zijn met ons, opdat de wereld gelove dat gij mij hebt gezonden.

22 Ook heb ik de heerlijkheid die gij mij hebt gegeven gegeven aan hen, opdat zij één zijn zoals wij één zijn:

23 ik met hen en gij met mij,- dat ze mogen zijn, voltooid tot één, opdat de wereld erkenne
dat gij mij hebt uitgezonden en hen hebt liefgehad zoals gij mij hebt liefgehad.

Maar Hij heeft niet alleen gebeden! Hij heeft ook een middel geschonken, waardoor zijn discipelen één kunnen blijven: “ Ook heb ik de heerlijkheid die gij mij hebt gegeven gegeven aan hen, opdat zij één zijn zoals wij één zijn:

Dat vandaag de dag de eenheid in de christenheid ver te zoeken is, is een understatement. Onbegrijpelijk eigenlijk, als we lezen dat die eenheid vastligt in Christus zelf, in de relatie die God heeft met Zijn zoon. De eenheid is er al; we hoeven ‘m slechts te bewaren.

Waarom kost ons dat zoveel moeite? Kennen we onze eigen zwakheden en valkuilen wellicht onvoldoende? Omdat we eerder voor onze eigen visie gaan dan voor Gods visie op die eenheid? Maar hebben we zonder eenheid nog wel een boodschap voor niet-christenen? Komt de christelijke boodschap nog wel over, als de verkondigers elkaar afvallen? Wat moeten we doen?

We moeten samen luisteren naar het Woord van God. Want alleen “samen met alle heiligen” kunnen we de volle rijkdom van de liefde van God in Christus opdiepen uit de Bijbel. Wie met de Bijbel als zìjn boekje in een hoekje gaat zitten, verkrampt, verkromt en verkommert. Hij hoort op den duur niet meer de stem van God, maar enkel zijn eigen stem. Want God openbaart Zich allereerst aan Zijn volk en Christus aan Zijn gemeente, en via die gemeenschap aan elk van ons afzonderlijk. Paulus roept de gelovigen in Korinthe op eenstemmig te spreken ( 1 Kor. 1: 10):

Ik roep u op, broeders-en-zusters, in de naam van onze Heer, Jezus Christus, dat ge allen eenstemmig zult spreken en dat er in uw midden geen scheuringen zullen zijn, nee, dat ge welsaamgevoegd zult zijn in een-en-hetzelfde denken en een-en-hetzelfde kennen.

De enige belangrijke eenheid is eenheid met Christus. Christus is de weg naar de eenheid. Allen die met Christus één zijn, zijn ook met elkaar verenigd! Bij Christus moet de ware eenheid beginnen.

En hoe zouden we anders aan die eenheid vorm en inhoud kunnen gaan geven, dan door Gods visie daarop te raadplegen? Door de Bijbel met een open blik en met zo min mogelijk vooroordelen te lezen? Door serieus te nemen wat God zelf zegt over de plaats van als gemeente samenkomen. Door ons te realiseren hoe de Heer zelf het Oude testament uitlegde en toepaste, en hoe later de apostelen dat deden.

Het gaat er niet om dat er ‘ergens’ aan onze menselijke verlangens en gevoelens wordt voldaan of zo. Het gaat om de vraag of God is waar wij als christenen samenkomen. Want alleen daar kunnen we – hoezeer ook onderling verschillend van aard, karakter, ervaring – werkelijk één zijn.

u inzettend om de eenheid van de Geest te houden in de band van de vrede:

één Heer, één geloof, één doop,