Preek zondag 12 oktober 2014 ‘Verbrokenheid’


 

offers voor God zijn een gebroken geest, een hart gebroken en verslágen

Je kind is levensgevaarlijk ziek. Moet geopereerd. Je slaapt in het Ronald McDonald huis om dicht bij hem te zijn. En praat natuurlijk met andere bewoners die in dezelfde situatie zitten. “De wereld is niet eerlijk” zegt iemand. Maar voor een christen start er dan een theologische worsteling. God is bij machte wonderen te doen! En waarom doet hij dat dan niet? Als Jezus je kan genezen, waarom duurt het dan soms 12 jaar voor dat gebeurt (Lukas 8: 43)? Wat wil God ons vertellen? Duidelijk maken? Wat heeft Hij met ons voor?

Leermomenten in het leven van Petrus

Wie de levensloop van Petrus voor ogen neemt komt tot verrassende conclusies. In zijn brieven treffen we een heel andere Petrus aan dan de discipel uit het evangelie. Een paar voorbeelden:

1 Petrus 2: 13: Onderschikt u aan alle 
menselijke ordening, Dertig jaar eerder was onderwerping niet iets waar Petrus voor te porren was

1 Petrus 3: 8, 9: vergeldt geen kwaad met kwaad 
of schelden met schelden; En dat voor de man die dertig jaar eerder Malchus met zijn zwaard bewerkte (en half miste, gelukkig)!

1 Petrus 4: 16: maar als (iemand lijdt) als ‘christen’,- die hoeft niet beschaamd te zijn Eerder schaamde Petrus zich bij een vuurtje waaraan hij zich warmde en door een meisje werd aangesproken.

1 Petrus 5: 6; Vernedert u dan 
onder de krachtige hand van God, Wie was ook alweer de man die graag de grootste wilde zijn in het koninkrijk van God?

De Petrus van de brieven is inderdaad een heel ander mens dan de Petrus uit het evangelie. Hij is meer op de Heer Jezus gaan lijken. En ik? Verander ik ook? Lijken we meer op Jezus dan twee jaar gleden? En blijkt dat uit onze omgang met onze echtgeno(o)t(e), onze kinderen, onze medegelovigen, onze medemens? Wij christenen zijn incompleet. We hebben verandering nodig. God wil Jezus in ons zien. En start daartoe een proces met ons.

Romeinen 8: jij en ik zijn bestemd om gelijkvormig te worden aan het beeld van Zijn Zoon! Ken je dat verhaal over Michelangelo? Op een dag komt iemand in zijn atelier, en ziet hoe de beroemde beeldhouwer een enorm blok marmer net zolang bewerkt tot er een schitterend paard staat. ‘Hoe doet u dat toch?’ vraagt de bezoeker verwonderd. Waarop de kunstenaar antwoordt: ‘Dat paard zit er gewoon in. Je moet alleen alles weghakken wat niet paard is.’ Precies zo werkt God. Als wij tot geloof komen, plaatst Hij Jezus in ons. En Hij hakt alles weg wat niet Jezus is. Voor God geldt: ‘Hoeveel van Mijn Zoon zie ik in je?’

Nou staat zo’n blok marmer onbeweeglijk opgesteld. Als God aan ons begint te beitelen willen wij nog wel eens weglopen. Van de kerk. Van onze baan. Want we zoeken ons comfort weer op. En God houdt misschien wel een tijdje op. Maar hij komt terug. Want we zijn werk in uitvoering. En de uitvoerder laat het er niet bij zitten! Weglopen heeft geen zin, uiteindelijk.

In onze tijd is pijn iets wat meteen moet worden bestreden. We zijn aan pijnstillers verslaafd. Maar waar komt pijn vandaan? Waartoe dient pijn? Pijn is niet slecht op zich. Pijn is een signaal dat er wat moet veranderen. Als we ons oncomfortabel weten hebben we de kans om te groeien. Pijn is Gods gereedschap om ons te veranderen.

God fluistert tot ons in onze genietingen; Hij spreekt in ons geweten; maar Hij roept luid in ons lijden. Dat lijden is Zijn megafoon om een dove wereld wakker te roepen. Een slecht mens die zich gelukkig voelt, heeft er geen idee van dat zijn handelen niet ‘klopt’, dat hij niet in harmonie is met de wetten van het heelal. […] Ongetwijfeld is het lijden als megafoon een gevaarlijk instrument: het kan leiden tot opstand en verharding. Maar het is de enige kans voor een slecht mens om een beter mens te worden. Het prikt onze illusies door. Het plant de banier van de waarheid in de vesting van de opstandige ziel.

C.S Lewis, Het probleem van het lijden

Petrus groeide op als visser. En hij was vast goed in zijn vak. Als hij op een dag aan het werk is en niks vangt, staat er een timmerman op de kant die hem raad geeft. Luid en duidelijk. “Je moet het over de andere boeg gooien!” Al was het maar om die bemoeial te laten weten dat ‘ie van vissen geen grammetje verstand heeft gooit Petrus de netten aan de andere kant uit. En tot zijn stomme verbazing scheuren de netten van de vis! Als hij dat ziet 
valt Simon Petrus 
op de knieën voor Jezus neer 
en zegt: 
ga weg van mij, 
want ik ben een zondig man, heer! (Lukas 5: 8). In Petrus knapte iets. Hij zag in wie hij was en met Wie hij te maken had.

Petrus’ professionele trots werd door de Heer ontmanteld. Om Petrus hanteerbaar te maken. En dat deed Petrus pijn.

In de geschiedenis van de verheerlijking op de berg is het ook weer Petrus die met ideeën komt. Laten we drie huizen bouwen! Het advies van Petrus blijkt geheel overbodig.

Op weg naar Jeruzalem kondigt Jezus zijn dood aan. En dat zint Petrus allerminst: Petrus neemt hem bij zich 
en begint hem ernstig te onderhouden, 
zeggend: zoek verzoening heer, 
dát mag uw lot niet wezen! Maar hij keert zich om en zegt tot Petrus: 
ga wég daar, achter mij, satan die je bent! (Matth. 16: 22, 13).

Als Jezus voorzegt dat iedereen hem zal verlaten in de laatste nacht van zijn leven, is het Petrus die vurig en gemeend zegt “dat zal mij nooit gebeuren!” Maar als de haan niet lang daarna kraait huilt de geharde vissersman als een kind. Is hij misschien boos op de jonge vrouw die hem een vraag stelde waarmee hij de mist in ging? Welnee, Petrus was diep teleurgesteld in zichzelf. Hij had zijn eigen handelwijze oprecht voor onbestaanbaar gehouden. Petrus was een “Yes, I can” mens. En dat moest er uit. Dat wilde God weg hebben.

De Heer neemt Petrus na zijn opstanding apart. En vraagt drie keer “Petrus, hou je van me?” De derde keer breekt Petrus. Petrus wordt bedroefd, omdat hij 
ten derden male tot hem zegt 
‘ben je mijn vriend?’, 
en hij zegt tot hem: Heer, 
ú weet alles, 
ú kent mij toch als uw vriend? (Joh. 21: 17). Houden wij echt van hem?

God vraagt niet om theologische antwoorden. Of om politiek correcte uitspraken. Hij vraagt ons hart. En dan komt hij met pijnlijke en confronterende vragen. Om ons te transformeren naar het beeld van zijn Zoon.

We lijken een beetje op paarden die moeten worden afgericht. Dat is voor het paard een pijnlijk proces, het verzet zich. De eigenaar houdt echter vol, en zo komt er een dag dat het paard doet wat de berijder wil. Wij lijken wel een beetje op paarden die stap voor stal leren wat de meester wil.

Leermomenten bij Mozes

Mozes had de eerste veertig jaar van zijn leven de best mogelijk opleiding. Maar als hij dan denkt de bevrijding van Israel even te regelen loopt dat geweldig uit de hand. God laat hem veertig !!) jaar schapen hoeden in de woestijn! Voor een intelligent mens als Mozes een bezoeking waarschijnlijk. Pijnlijk. In Numeri 12: 3 staat De man Mozes was zeer zachtmoedig, 
meer dan elke andere roodbloedige mens En er was kennelijk veertig jaar voor nodig om zover te komen. Zachtmoedigheid leer je niet op school. Er is niets dat ervaring kan vervangen.

Leermoment bij Abraham

Abraham kreeg op hoge leeftijd nog een zoon. En dan gebied God dat Abraham zijn zoon moet offeren! Wat heeft dat met Abraham gedaan? Zo een beproeving heeft hij nooit vergeten!

Leermoment bij Hanna

Hanna kreeg geen kinderen, want God sloot haar baarmoeder. Bij diezelfde God klaagt Hanna haar nood. En God laat zich verbidden. Hanna geeft haar jongen aan God, om hem in de tempel te dienen. Bij haar jaarlijkse bezoeken aan de tempel zag ze haar zoon. Maar hoe ging ze daarna weer naar huis? Verdrietig dat ze haar zoon niet in haar nabijheid had? Of blij, omdat het ventje nergens beter kon zijn dan onder Gods hoede?
Als we bruikbaar willen zijn voor God zal onze verbrokenheid tot het levenseinde moeten blijven groeien.

Leermomenten bij Paulus

En toen heeft hij tot mij gezegd: 
mijn genade is voor jou genoeg; 
want de kracht wordt in zwakheid volbracht! 
Het liefst zal ik dan 
eerder roemen in mijn zwakheden, 
opdat op mij komt wonen 
de kracht van de Christus. (2 Kor. 12: 9). Paulus vraagt zich niet af wat hijzelf wil bereiken. Maar wat God met hem wil bereiken.

Verbroken

De fakkels bij Gideon geven eerst licht als ze worden verbroken.

De rots moet eerst splijten aleer er fris water uit komt.

Het flesje met nardus moet stuk om de geur vrij te maken.

Zo doet God met ons: Hij neemt ons, zegent ons, breekt ons en geeft ons aan onze omgeving te verspreiden. Alleen in verbrokenheid bestaat aanbidding.

Henri Nouwen: https://www.youtube.com/watch?v=ED04lAnWv3o : 22.30 – 41.10 (zeer aanbevolen! ws)

Terwijl zij eten 1)
neemt hij een brood, 2)
spreekt de zegenbede, 3)
breekt het, en 4) geeft het hun (Markus 14: 22)

Zo doet God met ons. Wij zijn de geliefde dochters en zonen van God. Zoals Jezus dat is. God neemt ons, heeft ons uitverkoren; hij zegent ons; hij breekt ons en vormt ons tot zijn beeld en zendt ons de wereld in. En dan zal de wereld in ons Christus zien.