Preek zondag 5 oktober 2014


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:”Times New Roman”; mso-fareast-theme-font:minor-fareast; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin;}

als wij ontrouw zijn blijft hij trouw,

Jacob is complete vastgelopen. Hij is alles kwijt. Op de vlucht. Heeft hij nog wel een toekomst? Alle deuren zijn wel zo ongeveer dichtgeslagen. En juist dan gaat in Betel de poort van de hemel open. God leg teen nieuwe bodem onder Jacobs leven.

Het is geen kinderachtige afstand die Jacob moet afleggen. Een kleine duizend kilometer. Door gevaarlijk woestijngebied.

Van de lange reis wordt niet veel vermeld. Eén geschiedenis slechts. Van een droom.

Jacob ziet een ladder, waarvan de top de hemel raakte. En op die ladder liepen engelen van boven naar beneden en omgekeerd, terwijl God zelf zich boven hem posteert. En God spreekt Jacob aan.

Hij zegt: 
ik ben de Ene, 
de God van je vader Abraham en 
de God van Isaäk; 
het land 
waarop je nu slaapt 
zal ik geven aan jou en aan je zaad; worden zal je zaad als het stof van de aarde 
en uitbreken zul je naar het westen, oosten, noorden en zuiden; 
zo zullen door jou, en door je zaad gezegend worden alle families op de bloedrode grond; ziehier, ik ben met je, 
wáken zal ik over je, overal waar je gaat 
en je doen terugkeren 
op deze bloedrode grond; 
nee, ik zal je niet verlaten 
totdat ik echt heb gedaan 
wat ik tot jou heb gesproken!

Jacob is een vluchteling. Hij is zijn leven niet zeker. Heeft geen bezittingen en geen vrienden. De situatie is zo ongeveer hopeloos. En dan belooft God hem precies dat wat Hij ook aan Abraham toezegde. Op het dieptepunt van Jacobs leven herhaalt God zijn zegen. En dat niet omdat Jacob bijgedraaid is. Zich heeft bekeerd. God bevestigd zijn zegen niet omdat Jacob is veranderd, maar omdat Hijzelf niet is veranderd. Bij God is genade en liefde letterlijk onherroepelijk.

Love is not love which alters when it alteration finds[1]

Je kunt bij Jacob niks ontdekken waarom hij de voorkeur verdient boven Esau. God kiest mensen uit welbehagen. De keuze van zijn liefde. Jacob krijgt een nieuwe basis onder zijn bestaan. Op het moment dat je objectief zou zeggen dat alle hoop op een goede toekomst wel zo ongeveer verloren is.

Jacob schrikt zich wezenloos als hij wakker wordt. Hij noemt de plek waar hij sliep de poort van de hemel. Jacob zag hoe engelen hem beschermden. Als een brug naar de hemel. Onthutsend, als jouw wereld er een is van list en bedrag. Van je eigen ambitie doorzetten tegen alles in desnoods. Een wereld van trucs en slimmigheden. God opent de hemel. Overbrugt de kloof met de aarde.

(In Joh 1: 52 refereert de Heer daaraan, als hij Nathanaël zegt dat hij ”de hemel geopend zal zien en de engelen van God opklimmen en nederdalen op de Zoon des mensen.” Door zijn komst is de hemel opengegaan. De verbinding met God is helemaal hersteld. Ons is onherroepelijke genade bewezen.)

Jacob geeft aan de plaats waar hij God zag de naam ‘Betel. Huis van God. God openbaarde zichzelf aan Jacob. Een plaats om nooit te vergeten, en een plaats om naar terug te keren. Het centrum van je leven.

Jacob doet een gelofte. Jacob stelt aan God geen voorwaarden. In zijn belofte haalt hij Gods woorden aan. Hij maakt zich die woorden eigen. Jacob belijdt dat hij met God verder wil. Dat hij een nieuwe start wil maken.

Is Jacob nu in een keer omgeturnd? Is hij zijn verleden kwijt? Op slag een ander mens? Niets is minder waar. Jacob zal stap voor stap moeten leren wat het betekent om niet langer de regie in eigen handen te willen hebben. Om te leven vanuit Gods genade. Om los te laten wat je graag wil beheersen. God verandert mensen. En meestal middels een lang proces. Dwars door vervelende ervaringen en struikelpartijen heen.

Jacob krijgt een boodschap van vernieuwing. Het wordt nog een lang en soms pijnlijk proces. Maar God laat hem niet in de steek. Zoals God ook ons niet in de staak laat. Engelen beschermen ook ons. Christus opende de hemel helemaal en voorgoed. Hij ging zelf weer terug. En aan zijn heerlijkheid krijgen wij straks deel. Alles wordt volmaakt nieuw.

want zichzelf verloochenen kán hij niet.


[1] William Shakespeare, sonnet 116: “Liefde laat haar lot niet aan lotswisseling verbinden