Preek zondag 7 september 2014


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-ansi-language:NL; mso-fareast-language:EN-US;}

Je hebt vele dingen gezien maar niets bewaard

Als de geschiedenis van Jacob en Esau aan de orde is, zien we dat God kiest. Verrassend en heel anders dan wij zouden verwacht hebben.

Wat is dan onze reactie? Hoe reageren we op Gods keuze? Hoe doen Jacob en Esau dat? We lezen Genesis 25: 27 – 34.

De verzen 27 en 28 schetsen een summier beeld van de beide broers. Ze konden niet verschillender zijn. Esau is een stoere jager, die voor niks en niemand bang is. Hij is impulsief en zwerft het liefst in het veld, op zoek naar zijn kansen. Jakob is een huiselijk type. Hij leidt een geregeld leven in tenten.

Isaäk houdt van Esau. En Rebecca van Jakob. De breuklijnen van de geschiedenis tekenen zich hier al af. De liefde van vader en moeder voor hun kinderen is niet geheel onvoorwaardelijk. Het gezin heeft twee fronten. En dat zal grote gevolgen hebben.

Op een dag kookt Jacob een maaltijdsoep. Esau keert terug van de jacht Moe en uitgehongerd. En hij vraagt om een portie van de soep.

Jacob kende – van zijn moeder – ongetwijfeld Gods keuze. Kende ongetwijfeld de belofte die op hem rustte. Maar hij kende ook de verhoudingen in het gezin. De sterke band tussen zijn vader en zijn broer was ‘m niet ontgaan.

En Jacob kende zijn broer. Kende zijn impulsiviteit. Zij ‘wat kan mij dat nou allemaal schelen’ instelling.

Jacob ziet zijn kans schoon en pakt ‘m. Jakob zegt: verkoop vandaag nog je eerstelingsrecht aan mij! Esau, zwak, ondoordacht, onbeheerst en volkomen onverschillig, zegt wat hij nooit had moeten zeggen: zie, als ik zó heenga sterf ik,- 
waarvoor eigenlijk dient mij 
een eerstelingsrecht? Hij veracht Gods zegen voor de oudste en doet die cadeau voor een bord soep.

Maar Jacob doet er een schepje bovenop: zweer het mij, vandaag nog!, En Esau bevestigd zijn keuze voor de soep onder een eed; hij verkoopt zijn eerstelingsrecht aan Jakob.

Hoe nu tegen Esau en zijn handelwijze aan te kijken?

Jacobs vraag om een eed had ‘m wakker moeten schudden. Waarom haalt Jacob God erbij? Van wie is dat eerstelingsrecht eigenlijk? Van God immers? Er valt helemaal niks te verkopen!

Maar Esau gaat wel vaker zijn eigen gang. Trouwt met Kanaänitische meisjes, tegen de wil van zijn ouders. En ook nog eens met een dochter van Ismaël.

Esau kan zich niet verschuilen. Niet achter zijn slinkse broer. Niet achter Gods keuze. Esau blijft volstrekt verantwoordelijk voor zijn eigen daden en keuzes.

Dat geldt ook voor mij en u. In onze keuzes kunnen we ons niet verschuilen achter de kerk met zijn opvattingen. Achter de christenen men hun onhebbelijkheden. Achter de opvoeding met zijn lacunes. We hebben allen onze achtergronden. Onze kwetsbaarheden. Dingen die in ons leven gebeuren slaan soms een krater in ons bestaan.

Toch vraagt God dat ik mijn verantwoordelijkheid draag voor mijn keuzes. Dat ik leer om te gaan met mijn eigen kwetsbaarheid.

In Hebreeën 12 : 14 – 17 waarschuwt de schrijver ons voor de houding van Esau. Laat er geen bitterheid zijn, wordt ons bezworen. Bitterheid woekert als de kanker en vergiftigd alles en iedereen.

Voor Esau helpt het niet. Hij loopt gewoon weg met zijn volle maag. Laat de boel de boel en ligt er niet wakker van. Voor hem is het een gedane zaak.

En Jacob? Wat van hem te zeggen?

Jacob pleegt natuurlijk gewoon ordinaire chantage. Hij had zijn broer eten moeten geven. Door zijn eindeloze ambitie is hij verblind En heeft lak aan elke morele verantwoordelijkheid. Gods zegen is voor Jacob geen enkel excuus om de zegen zelf te willen regisseren. Is het dan nog wel een zegen dan, eigenlijk? Daar moet Jacob nog achter komen.

God handhaaft zijn beloftes. Altijd. Meer ondanks dan dankzij ons gedrag. En God stelt mensen verantwoordelijk. Jacob eb Esau. Mij en u. Hoe stellen wij ons op naar elkaar? Hoe nemen wij onze verantwoordelijkheid tegenover Jezus Christus? Lopen we onverschillig weg, als Esau? Lopen we God voor de voeten, als Jacob? Of vinden we een beter weg? Dat is de vraag. Voor onze keuze zijn we zelf verantwoordelijk. Honderd procent.

,- 
men had oren geopend maar hoorde niet.