Preek zondag 14 september 2014


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-ansi-language:NL; mso-fareast-language:EN-US;}

houdt uw aandacht bij hem 
die heeft volhard

In onze liederen komen we wel eens dingen tegen die ons niet meteen makkelijk afgaan. In lied 335 zegt het vierde couplet: ‘Wij willen worden als Hij.’ En een kinderliedje zegt ‘Ik wens te zijn als Jezus, zo need’rig en zo goed.’ En we weten dat dat ons lang niet altijd glad zit.

Een voorbeeld van iemand die het voorbeeld van zijn meester werkelijk volgde vonden we in Stefanus. In Handelingen 6 en 7 lezen we zijn geschiedenis.

Stefanus was een van de zeven mannen die werden aangesteld om de taak van de apostelen te verlichten. De christelijke gemeente groeide snel en er waren vele zorgtaken te vervullen. Daarbij kwam nog dat Griekssprekenden zich achtergesteld voelden bij de Joden. De zeven aangestelde diakenen dragen opmerkelijk genoeg allemaal Griekse namen!

Aan deze zeven werden drie eisen gesteld:

Ze moesten goed bekend staan

Vol zijn van de Heilige Geest

En wijs zijn.

Kennelijk was hun aanstelling een goed initiatief: de groei zette door, en zelfs een grote menigte priesters werd aan het geloof gehoorzaam (terwijl ze zich eerder (hfdst. 4: 1 – 3) nog ergerden aan datzelfde geloof.

Stefanus deed wonderen en tekenen. En sprak met Joden uit verschillende streken. Sommigen van die Joodse mensen waren het niet eens met Stefanus, maar ze konden zijn woorden niet weerleggen. (God bevestigde hiermee de belofte uit Lucas 21: 15: want ikzelf zal u een mond geven 
en een wijsheid die 
allen die tegen u in het geweer komen 
niet zullen kunnen weerstaan of weerspreken.)

Dus bedachten ze een aloude truc en verdraaiden ze de woorden van Stefanus. En klagen op grond van die verdraaiingen Stefanus aan bij de Raad. Het verwijt was dat deze mens niet ophoudt woorden te spreken tegen de heilige plaats hier en de Wet.

De parallel met de Heer Jezus is opmerkelijk. Valse beschuldigingen die worden ingebracht voor de Raad.

De hogepriesters vragen vervolgens of de aantijgingen kloppen. En dan volgt de grote rede van Stefanus. Hij schetst de geschiedenis van Israel in grote lijnen en zet daarin Gods trouw tegenover de ontrouw van het volk Israel. Zijn samenvattende aanklacht (Hand 7: 51 – 53):

Halsstarrigen en 
onbesnedenen van harten en oren, 
gij weerstreeft altijd de heilige Geest; 
zoals uw vaderen, ook gij!- wie van de profeten 
hebben uw vaderen niet vervolgd?- 
zij doodden hen die vroeger al over 
de komst 
van de Rechtvaardige verkondigden; 
van hem zijt gij de overleveraars 
en moordenaars geworden, gij die op bevel van engelen 
de Wet hebt mogen aannemen 
en die niet hebt bewaard!

wekt uitzinnige woede bij de Raad. “Jullie zijn geen haar beter dan je voorvaderen” houdt Stefanus hen voor. “En de Wet, waarvan je zo hoog opgeeft onderhoud je zelf niet.”

In plaats van de feiten te erkennen worden toehoorders woest op Stefanus. Ze stormen op hem af gooien hem de stad uit en stenigen hem. Maar Stefanus ziet de hemel geopend, en de glorie van God, en Jezus aan Gods rechterhand.

Opnieuw ontroerd ons de parallel met de Heer Jezus. Ook Hij leed buiten de muren van de stad. Terwijl ook de laatste woorden van Stefanus ons direct doen denken aan twee van de kruiswoorden van de Heer Jezus zelf.

In Hand 7: 59 roept Stefanus: Heer Jezus, ontvang mijn geest!

En in vers 60 lezen we: En op de knieën vallend 
schreeuwt hij met grote stem: 
Heer, zet deze zonde niet tegen hen in!

En dan sterft de onschuldige Stefanus. Die werkelijk wenste te zijn als Jezus.

Laten wij als Stefanus zorgtaken op ons nemen. Laten we vol zijn van de Heilige Geest en Hem de ruimte geven. Laten we in wijsheid handelen en oordelen. En vooral: laten we onze blik richten op Jezus.

onder zo’n tegenspraak van zondaren 
tegen hem,