Preek zondag 17 augustus 2014


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:”Times New Roman”; mso-fareast-theme-font:minor-fareast; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin;}

Wer Gott vertraut, hat wohl gebaut, im Himmel und auf Erden;

Wer sich verläßt auf Jesum Christ, dem muß der Himmel werden.

De worsteling met verdriet en lijden is van alle tijden. De twijfel aan de zin van het kwaad en van de tegenslag in het persoonlijk leven bekruipt ons allen wel eens. De tekst in Romeinen 8: 28 staat er wonderlijk Wij weten dat voor wie God liefhebben 
hij alles doet mede-werken ten goede,- 
voor wie naar zijn voornemen geroepen zijn;

Alles doet God meewerken. Goed en kwaad. Vreugde en verdriet. Voorspoed en tegenslag. In het leven van Jozef zien we daarvan een prachtige illustratie. Gen 50 : 18 – 21:

Dan gaan ook zijn broeders zelf tot hem 
en vallen voor zijn aanschijn neer; 
ze zeggen: 
hier heb je ons als je dienstknechten! Maar Jozef zegt tot hen: vreest niet!- 
want sta ík op de plek van God?-

en jullie, 
je hebt tegen mij kwaad bedacht;- 
Gód heeft dat ten goede gedacht, 
met het doel om te doen als op deze dag: 
een groot gezelschap in leven te houden,- welnu, vreest niet, 
ik zal jullie en je kroost onderhouden! 
Zo troost hij hen 
en spreekt hij tot hun hart.

De broers van Jozef zijn er allerminst gerust op dat Jozef hen zal sparen na het overlijden van hun vader. Ze zijn bang dat Jozef zich zal willen wreken voor alle onrecht die ze hem hebben aangedaan. En ze beden zich als slaven aan hem aan, in de hoop zo het vege lijf te redden.

Maar Jozef – die een prachtig beeld is van de Heer Jezus zelf – stelt hen gerust. Jullie bedoelingen deugden voor geen meter deelt hij hun mee, maar God leidde alles naar zijn bedoelingen en naar zijn beloften aan Abraham, Isaäk en onze vader Jakob gedaan. En zo werkte alles mee ten goede. Niet omdat wij een en ander zo fraai op z’n plaats zetten en organiseren. Maat omdat God alles op z’n plaats zet en nooit iets doet zonder zijn doel met ons leven uit het oog te verliezen.

 

Ook in de psalmen komen we prachtige lessen voor het leven tegen. In de psalmen is het vaak niet God die tot de mens spreekt, maar de mens die God aanroept. En dat nogal eens omdat die mens in de penarie zit. En dat God wil vertellen. En soms het hem wil toeschreeuwen bijna.

Psalm 86 is een gebed van David:

1 Neig, Ene, uw oor en ántwoord mij, want ik ben ellendig en árm

2 Waak over mijn ziel, ik ben toch een vriend!- red uw dienaar, gij mijn Gód, die op u zich verláat!

3 Mijn Heer, wees mij genádig, want tot u roep ik 
heel de dág!

4 Verheug de ziel van uw díenaar, want tot u, Heer, 
hef ik op mijn zíel!

5 Want gij, mijn Heer, zijt goed en vergévend, groot in vriendschap 
voor allen die tot u róepen.

6 Leen het oor, Ene, aan mijn gebéd, sla acht op mijn stem, mijn smeken om genáde!

7 Op de dag van mijn benauwing roep ik tot ú, want gij zult mij wel ántwoorden!

8 Geen bij de goden, mijn Heer, is als gíj, geen met daden als de úwe!

9 Alle volkeren -uw daad!- 
zullen komen, 
buigen voor uw aanschijn, Héer, en glorie geven aan uw náam!

10 Want groot zijt gij, gij doet wónderen, gij, God, gij alléen!

David voelt zich ellendig en arm. Als het leven uit ups and downs bestaat, is dit duidelijk een down. Maar hij pleit op zijn vertrouwen (:2). En hij schreeuwt bijna om een gunst die hij niet verdient (:3).

In vers 6 vraagt David opnieuw aan God om gehoor. Dat is bijna een paradox: je weet dat God je hoorde, eigenlijk al voor je hem vroeg. Met de woorden van ds. A.F. Troost:

Wanneer ik zoek te zeggen al wat er in mij leeft,

maar zich niet uit laat leggen en zich niet open geeft,

dan ben ik al gevonden voordat ik U niet vind;

dan bidt met duizend monden de Geest, vol vuur en wind.

De kern van de psalm – en de pleitgrond van Davids smeken – ligt in vers 10: het gaat om God, and God alone. Met psalm 73: 25: Wie heb ik anders in de hémel?- ik ben bij u,- 
verlang niets op de áarde! Als je dat voor ogen houdt zul je ervaren dat alles meewerkt ten goede voor wie naar zijn voornemen geroepen zijn.

Darum auf dich all Hoffnung ich gar fest und steif tu setzen.

Herr Jesu Christ, mein Trost du bist, in Todesnot und Schmerzen.