Preek zondag 27 juli 2014


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:”Times New Roman”; mso-fareast-theme-font:minor-fareast; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin;}

Daal neer op de wolken de hemelen uit,

Een van de mooiste beelden in de Bijbel is dat van de bruid. Een week of wat geleden hoorden we over de huwelijkstraditie in het (oude?) Jodendom. Een centraal punt daarin was het bruidskleed, dat de bruid – na haar instemming met het huwelijk – ging weven, terwijl de bruidegom in spé het huis ging bouwen.

God spreekt in het Oude Testament van Israel als van Zijn vrouw die Hij getrouwd had. Een meest intieme relatie die God nastreeft. In het Nieuwe Testament worden de christenen wel aangeduid als de bruid van het Lam. Christus stierf om de schuld te dragen en in te lossen die mensen niet konden dragen of inlossen. En zij die zich bij Hem voegen worden zijn bruid genoemd.

We lezen daarover prachtige passages in met name Openbaringen 21.

En ik zag een nieuwe hemel 
en een nieuwe aarde, 
want de eerste hemel en de eerste aarde 
waren voorbijgegaan, en de zee was niet meer. En ik zag de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem, 
neerdalen vanuit de hemel bij God, 
toebereid als een bruid 
die zich voor haar man heeft versierd. En ik hoorde een grote stem 
vanuit de troon zeggen: 
zie, 
de tent van God is bij de mensen, 
en hij zal bij hen wonen en zij zullen zijn gemeenten zijn 
en God zelf zal bij hen zijn; en iedere traan zal hij uit hun ogen afwissen; 
en de dood is niet meer, 
noch rouw noch geschreeuw 
noch moeite: de eerste dingen zijn voorbijgegaan!

En daarna wordt de bruid in al haar schoonheid beschreven. Als de mooiste stad die er ooit zal bestaan. Waarvan de poorten parels zijn; ze dragen de namen van de twaalf stammen van Israel. De fundamenten zijn van edelgesteente; de twaalf fundamenten dragen de namen van de twaalf apostelen. In de stad huizen zowel gelovigen uit Israel als gelovigen uit de heidenen.

De muur is van jaspis. De stad is van puur goud opgetrokken. En zon en maan zijn niet langer nodig: God zet de stad in het volle licht.

De maan zal verbleken,

de zon dooft haar vlam

als God zal ontsteken

het licht van het Lam.

Deze stad – de bruid van Christus – gaat niet op in alle omringende volkeren. Het is niet één grote amorfe volkerenzee. De bruid is apart geplaatst. (Net als van daag de dag trouwens: christenen leven wel in de wereld, maar ze behoren niet tot de wereld (Phil. 3: 20): Want ons burgerschap is in de hemelen, waaruit wij 
ook als redder de Heer, Jezus Christus, verwachten,)

Over de verblindende heerlijkheid die de bruid van Christus zal hebben schrijft dezelfde Johannes in zijn evangelie: Joh. 17: 22, 23:

Ook heb ik 
de heerlijkheid die gij mij hebt gegeven 
gegeven aan hen, opdat zij één zijn zoals wij één zijn: ik met hen en gij met mij,- 
dat ze mogen zijn, voltooid tot één, opdat de wereld erkenne 
dat gij mij hebt uitgezonden 
en hen hebt liefgehad 
zoals gij mij hebt liefgehad.

Er is niets waar God meer naar uitziet dan naar het moment dat Hij Zijn Zoon kan sturen om de bruid op te halen. Want dan zal door alles en iedereen worden gezien dat God van ons christenen houdt zoals Hij van zijn eigen Zoon houdt.

Als de gemeente dan zo mooi is voor God, laten we dan hier op aarde ons best doen om daarvan alvast iets te weerspiegelen (Rom. 12: 1): Ik roep u dan op, 
broeders-en-zusters, 
vanwege de barmhartigheden van God, 
om uw lichamen in te zetten 
als een levende, heilige, aan God 
welbehaaglijke offerande 
uw eredienst in de zin van het woord.

getooid voor de volken, o stralende bruid!

Uit: Zingende Gezegend; A.F. Troost