Preek zondag 18 mei 2014


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:”Times New Roman”; mso-fareast-theme-font:minor-fareast; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin;}

Zoals een hert smacht bij béddingen van wáter,

Geloven doe je maar achter je voordeur.” Voor heel veel mensen in onze hedendaagse maatschappij is het geloof iets waar ze niet mee te maken willen krijgen. Met iemand die zich in een discussie beroept op zijn geloof valt uiteindelijk geen gesprek te voeren.

We leven in een postchristelijk tijdperk. Wie zich vandaag beroept op een van buiten de mensheid komende normstelling wordt niet voor vol aangezien.

Nu is dat niet helemaal nieuw. De mensen aan wie de eerste brief van Petrus was geadresseerd verkeerden in een vergelijkbare situatie, zij het dat zij vanwege hun geloofsovertuiging makkelijk blootstonden aan vervolging. Zij waren volgelingen van een illegale godsdienst. Ze scheidden zich af van het Judaïsme. In Rome bijvoorbeeld gaf keizer nero zo ongeveer van alles wat er mis ging aan christenen de schuld. Van de grote brand in Rome legde hij de schuld bij de christenen. Ze waren in Rome niet populair en konden makkelijk als zondebok worden gebruikt.

In hoofdstuk 1 van zijn eerste brief roept Petrus zijn lezers toe “hou vol! Je geloof wordt op de proef gesteld. Al heb je het op dit moment niet makkelijk. Je toekomst ligt niet op aarde.

Wat kenmerkt ons, als we leven in de verwachting van de erfenis die God geeft? Wat willen we dat de mensen om ons heen van ons zien en getuigen? 1 Petrus 2: 2, 3:

….en weest als pasgeboren zuigelingen begerig naar de onbedrieglijke melk van het woord, opdat ge daardoor zult groeien en worden gered, nu ge ‘geproefd hebt dat de Heer goed is’ (Ps. 34,9).

Begerig naar de onbedrieglijke melk. Het gaat hier niet zozeer om het karakter van melk als vloeibaar voedsel voor kinderen. Petrus gebruikt hier het beeld van de baby die maar één verlangen heeft. De eerste maanden van het bestaan is er nauwelijks anders dat van belang is. En zo moet het ook met jullie christenen zijn, zegt Petrus. Het Bijbels onderwijs staat in het centrum van de geestelijke groei. En daardoor worden we gered.

Maar wacht nou eens even? Gered? Dat waren we toch al vanaf het moment dat we Jezus Christus aannamen als redder? De bijbel maakt onderscheid tussen bekering, heiliging en volmaaktheid:

Bekering: Rom. 3: 24, 25:

want allen hebben gezondigd en zijn verstoken van de glorie van God, en worden gerechtvaardigd om niet, uit zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Deze bekering geschiedt eenmalig en op een unkiek punt in de tijd. Eens en voor altijd.

Heiliging Rom. 6: 1, 2:

Moeten we bij de zonde blijven opdat de genade vermeerdert? Dat zij verre! Wij die gestorven zijn aan de zonde, hoe zullen we nog in haar leven? Het is nogal wiedes zegt Paulus hier date en christen wel mag komen zoals hij is, maar niet mag blijven hoe hij is! Een zondige levensstijl moet worden losgelaten. Dat is wat Petrus aangeeft met dat we zullen groeien en worden gered. Een voortgaande redding, zogezegd.

Volmaaktheid 1 Joh. 3: 2:

maar we weten dat, als hij verschijnt, wij op hem gelijkend zullen zijn,- dat we hem zullen zien zoals hij is. Als Christus terugkomt om zijn gemeente te halen, dan wel op het moment van ons individueel overlijden, maakt God ons tot hoe w door Hem waren bedoeld. Volmaakt bereiken we dan onze uiteindelijke bestemming.

En dan zegt Petrus nu ge ‘geproefd hebt dat de Heer goed is’. Dat beeld grijpt terug op de baby die melk drinkt. Zo een baby wil niks anders. Omdat hij instinctmatig weet dat er niks beters is. En zo ook wij. Er is niks beters en belangrijkers dan de bijbel, Gods Woord. Zoals in Psalm 42 staat dat het hert smacht naar water. Dat de ziel dorstig is naar God. Een levensnoodzaak.

Als we in een tijd die geloven en gelovigen wil terugdringen achter de voordeur overeind willen blijven als christenen, zullen we ons aan Gods woord moeten laven. Zaken die ons heilig zijn, laten zich niet zo maar privatiseren en achter de voordeur opsluiten. Als wij de voordeur achter ons dichttrekken nemen we ons geloof mee de maatschappij in. Geloof hoort thuis in de maatschappij. Maar als wij ons niet vanuit een diep gevoeld verlangen voeden met de bijbel, loopt ons geloof groot gevaar. De vraag is of we aan gene zijde van de voordeur dan nog wel wat te melden hebben. 

zo smacht ook mijn zíel naar ú, o Gód!