Preek zondag 27 april 2014 ‘Praktisch leven in de verwachting’


Maken zal de Ene, de Omschaarde, voor alle gemeenschappen,

op deze berg, een feestdronk met olierijke spijzen,

Praktisch leven in de verwachting (van de terugkomst van de Bruidegom). Over vier bekers wijn.

De christelijke gemeente wordt ook wel ‘de bruid van het lam’ genoemd. De Heer Jezus kwam naar deze aarde om zich een bruid te verwerven. In 2 Kor. 11: 2 zegt Paulus – als huwelijksmakelaar – dat prachtig: want ik heb u verbonden aan één man, om u als een ongerepte maagd naast de Christus op te stellen.

De oude Joodse huwelijkstraditie kent niet het gedwongen huwelijk. Wel spelen vaders een hoofdrol daarin.

Een vader heeft een zoon. En hij zoekt voor zijn zoon een vrouw. Een mooi voorbeeld is Genesis 24. Abraham zoekt een vrouw voor zijn zoon Isaäk. En hij stuurt zijn knecht Eliëzer als huwelijksmakelaar op pad. Eliëzer krijgt een hele waslijst aan eisen mee waaraan de bruid moet voldoen.

Zo is de christelijke gemeente de bruid van Christus. Met Paulus in de rol van huwelijksmakelaar. Als die joodse vader een andere vader weet met een mogelijk passend meisje, hebben beide vaders contact. En ze arrangeren een ‘toevallige’ ontmoeting, op een markt of zoiets. Dan kan het gebeuren dat er tussen de jongen en het meisje geen enkele klik is. Dat is dat een typisch geval van jammer. De pogingen van de vaders stoppen dan terwijl ze eigenlijk nog nauwelijks waren begonnen. Als gezegd: Israel kende geen gedwongen huwelijk.

De eerste beker wijn.

Als er echter wel een klein vonkje leek over te springen op dat marktplein, startte er een procedure waarin vier maal een beker wijn een centrale rol speelde. Als de jongen tegen z’n vader zei ‘nou, met dat meisje zou ik misschien best wel willen trouwen,’ dan spraken beide vaders een datum af. Op die dag gaat de vader met zijn zoon naar het huis van het meisje, en klopt op de deur. Als in Op. 3: 20:

zie, ik sta aan de deur en ik klop; indien iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik bij hem binnenkomen en ik zal met hem maaltijd houden en hij met mij;

De vader van het meisje vertelt wie er voor de deur staan. En vraagt zijn dochter of hij de deur zal opendoen. Als het meisje nee zegt, is de poging tot een huwelijk ter ziele. Maar als het meisje ja zegt, wordt in het halletje van haar huis de eerste beker wijn gedronken; de gasten hebben de fles en de bekers meegenomen.

Doen wij de deur voor de Heer Jezus open? De gemeente in Openbaringen weigerde dat!

De tweede beker wijn.

Het gezelschap gaat vervolgens aan tafel Om te eten, maar minstens zo belangrijk: om te onderhandelen. Om te beginnen over de bruidsschat. Uit de hoogte van het bedrag dat de bruidegom bereid is te betalen blijkt hoeveel de bruid hem waard is. Met Ef. 5: 25: zoals ook de Christus de vergadering heeft liefgehad en zich voor haar heeft prijsgegeven, Christus had voor zijn bruid alles over. Hij betaalde de hoogst mogelijke prijs voor haar.

De joodse bruidegom in spe overhandigde aan het eind van het gesprek het meisje een schriftelijke verklaring waarin hij aangeeft hoe hij haar zal onderhouden, wat ze bij zijn eventueel overlijden zal erven en wat ze bij een onverhoopte scheiding zal krijgen.

Als het meisje dat schriftelijke stuk aanvaardt, wordt de tweede beker wijn gedronken. Met de aanvaarding van de voorwaarden door het meisje is in feite de totstandkoming van het huwelijk bezegeld.

De derde beker wijn.

De maaltijd in het huis van het meisje is ten einde. Bruid en bruidegom drinken ter bezegeling in het halletje een derde beker wijn. En de bruidegom zegt (Matth. 26: 29): en ik zeg jou: ik zal van nu af

niet drinken van wat de wijnstok voortbrengt tot op die dag wanneer ik het opnieuw met jou drink in het huis van mijn vader!

De bruidegom gaat met zijn vader weer naar huis. Hij maakt een bruidsvertrek voor zijn aanstaande vrouw klaar en bouwt een huis voor haar. Hij belooft haar dat hij voor haar aan de slag gaat: Joh. 14: 3 als ik op reis gegaan ben en u een plaats heb bereid zal ik weer komen en u opnemen bij mij, En bij dat afscheid voor een langere tijd geeft de jongen een geschenk. Het is een onderpand dat zeker stelt dat hij terug komt.

Zo een geschenk gaf de Heer Jezus ons ook (Ef. 1: 13, 14): de heilige Geest Door in hem te geloven

draagt ook gij het zegel van de aangekondigde heilige Geest. Deze is de waarborg voor ons erfdeel:

dat zijn eigendom verlost wordt,- tot lof van zijn heerlijkheid! De heilige Geest is het onderpand van onze erfenis.

De vierde beker wijn.

De bruidegom gaat thuis aan het werk. En op een dag – het kan wel een tot twee jaar duren – zijn de voorbereidingen voor het huwelijk klaar en krijgt de bruidegom toestemming om zijn bruid op te halen. Op 18: 6, 7: halleluja!, omdat de Heer onze God, de albeheerser, zijn koningschap is begonnen!- laten wij ons verheugen en juichen en hem de glorie geven, omdat de bruiloft van het lam is gekomen,

De joodse bruid heeft natuurlijk ook zo haar informatie; ze stuurt vriendinnen voor zich uit en verlaat op stiekeme wijze het huis van haar vader (die het spelletje meespeelt en de ander kant op kijkt).

Bruid en bruidegom ontmoeten elkaar en betrekken het bruidsvertrek, waar ze samen de beloofde vierde beker wijn drinken. Een week blijven de gelieven daar samen. Daarna vindt het zeven dagen durende bruiloftsfeest plaats.

De christelijke gemeente ziet ook uit naar zo een verblijf met haar Bruidegom. Met 1 Thess. 4: 17: daarna zullen wij, ………….., ………….. in wolken worden weggevoerd de Heer tegemoet de lucht in; en zó zullen wij altijd samen met de Heer zijn. De gemeente – de bruid – verblijft zeven jaar bij de Bruidegom in de hemel. Op aarde heerst er dan oorlog en verderf. Na die zeven jaar komen bruid en Bruidegom terug en stellen orde op zaken, voor het eeuwige feest. Met glasheldere, lang-bewaarde wijnen.

Hoe leven wij nu vanuit de verwachting? Dat gaat over de periode tussen de derde en de vierde beker wijn die bruid en bruidegom drinken. Wat doet de bruid in die periode van één tot twee jaar?

· In Israel reinigde de bruid zich volgens vaste rituelen. Want ze moest wel op klaar zijn op het moment dat de bruidegom zou komen. 1 Joh. 3: 2 Geliefden, nú zijn we al kinderen van God en dan is nog niet eens verschenen wat wij zúllen zijn; maar we weten dat, als hij verschijnt, wij op hem gelijkend zullen zijn,- dat we hem zullen zien zoals hij is.
Als wij leven in de verwachting van Christus’ komst, zullen ook wij ons moeten reinigen. Dat houdt in dat we onze zonden belijden en nalaten. En dat heeft dus alles te maken met de praktische geloofsuitoefening van alle dag.

· De bruid moest haar bruidskleed weven. Plus gordijnen en andere kleden. Op. 19: 8: en haar is gegeven zich te bekleden met schitterend, rein, fijn linnen! Want het fijne linnen zijn de rechtvaardige daden van de heiligen.
De bruid heeft een prachtig kleed. MAAR DAT HEEFT ZE ZELF GEWEVEN! Ef. 2: 10: in Christus Jezus geschapen voor goede werken, die God heeft voorbereid opdat wij daarin zullen wandelen. Wij christenen moeten niet met de armen over elkaar op de toekomst gaan zitten wachten. We moeten aan de slag. We moeten zaken oppakken!

· De bruid moet waakzaam zijn. Ze kon immers niet weten wanneer de bruidegom precies zou komen! De gemeente van Thessalonica woonde in een kleine stad in het noordoosten van Griekenland. Maar ze was bekend in heel Griekenland en in Achaje. 1 Thess. 1: 7: zodat gij een voorbeeld zijt geworden voor allen die geloven in Macedonië en in Achaje. En wat was het geloof van de Thessalonikers? Drie hoofdzaken van het christelijk geloof brachten ze in praktijk:

o hoe ge u tot God hebt gekeerd, van de afgoden af

o om dienstbaar te zijn aan een levende en waarachtige God,

o en uit de hemelen zijn zoon te verbeiden

Verwachten wij in deze periode voor zijn terugkeer Hem die ons zal redden van de toekomende toorn? Zien we uit naar zijn komst, naar de bruiloft?

een feestdronk van lang-bewaarde wijnen,-

vetrijke spijzen vol merg, glasheldere lang-bewaarde wijnen.