Preek zondag 20 april 2014


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:”Times New Roman”; mso-fareast-theme-font:minor-fareast; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin;}

Christos voskrese!

Christus is opgestaan!’ In de Oosters-orthodoxe kerken is het gewoonte elkaar op paasmorgen te begroeten met die aanroep. De ander antwoordt dan ‘Hij is waarlijk opgestaan!

Vandaag viert het christendom het paasfeest. Vieren, want we staan erbij stil. Het betekent wat voor ons. Het is het hoogtepunt van de kerkelijke feesten. Kerstfeest is het eerste feest. Pinksteren het laatste. Maar Pasen is het meest bijzonder.

We lezen Johannes 20: 1 – 9. De verzen 8 en 9 luiden: Dan pas gaat ook de andere leerling naar binnen,- die als eerste bij het graf is aangekomen; als hij alles heeft gezien begint hij te geloven. Want ze hadden nog geen besef van het schriftwoord dat hij uit de doden moest opstaan.

Voor ons is het meer dan een familiefeest met chocola en bloembollen. Christenen vieren het Paasfeest omdat zij geloven dat Jezus op paasmorgen van het jaar 33 na christus is opgestaan uit zijn graf. En omdat zij geloven dat die ene gebeurtenis doorwerkt tot de dag van vandaag. En verder. Daar kan geen paaseitje tegenop.

Het paasfeest heeft alles te maken met zien. Zien en geloven. Voor veel mensen hebben die twee weinig met elkaar te maken. Geloof kan je nu een keer niet bewijzen, dat moet je ook niet proberen. Het gaat er nu juist om dat je gelooft. En wat je gelooft, moet iedereen weten voor zichzelf.

Zien en geloven. In de Bijbel hebben we gelezen dat Johannes, iemand die leefde in de tijd van Jezus en waarvan bekend was dat hij met Jezus erg goed bevriend was, zag en geloofde.

In de preek wil ik daar met jullie over na denken. Zien en geloven. Wat hebben die twee nu met elkaar te maken. Volgens Johannes dus heel veel. Johannes kwam pas tot geloof – nadat hij Jezus al vele jaren kende – toen hij zag dat Jezus niet meer in dat graf lag.

In het Bijbelgedeelte geven drie personen acte de présence. (Opmerkelijk is dat de schrijver van deze passage zelf een belangrijke rol speelt. Johannes vermeldt de feiten, maar schrijft heel eerlijk dat ook hem de betekenis daarvan eerst compleet ontging !)

De eerste is Maria Magdalena. Ze had specerijen gekocht om daarmee het lichaam van Jezus te zalven. Als ze ziet dat de steen die het graf afsloot weg is (feit 1), is haar reactie ze hebben de heer uit het graf gehaald en we weten niet waar ze hem hebben gelegd! Iemand moet het dode lichaam van Jezus hebben herbegraven, maar waar? Opgestaan uit de dood? Nog geen heen haar op haar hoofd wat dat overwoog! Dat is ook heden ten dage met heel wat theologen zo. Een dood lichaam dat weer gaat leven? Onmogelijk. De opstanding heeft een symbolische duiding. Zoals Christus leed met de zwakken en mensen aan de zelfkant van de maatschappij, zo moeten ook zijn volgelingen dat doen. Dat is de zin van het opstandingsverhaal.

En dat beeld is op zich heel goed. Als christenen past ons dat we voor mensen die in het hoekje zitten waar de slagen vallen opkomen. Maar als dat ook onze uitleg van de ware betekenis van het paasverhaal wordt, zitten we er even ver naast als Maria Magdalena.

Daarna volgen Petrus en Johannes. Ook zij nemen de feiten van de doeken (feit 2) en de zweetdoek (feit 3) waar. Maar geloven? Nee dus. Ook zij zien wel de feiten. Maar de werkelijke betekenis ontgaat ook hen. Wie denkt dat ze hier waren gekomen omdat ze nieuwsgierig waren of Hij misschien al was opgestaan, komt bedrogen uit. Geen spoor van geloof bij diegenen die Jezus Het best kenden.

Johannes is een eerlijke getuige. Ooggetuige. Een hoofdstuk eerder schrijft hij Nee, één van de soldaten stoot met een lans in zijn zijde en meteen komt daar bloed uit en water. Hiervan heeft getuigd hij die het heeft gezien en zijn getuigenis is waarachtig; hij weet dat het waar is wat hij zegt,- opdat ook gij zult geloven.

En plotseling kijkt hij niet alleen, maar ziet hij ook. Het begint ‘m te dagen. Hij ziet de waarheid. Hij ziet God aan het werk. Hij begreep, dat er achter de gebeurtenissen op paasmorgen een goddelijke bedoeling zat. Herkennen wij God in ons leven? Zien we dat na Pasen de wereld nooit meer hetzelfde was? Deze geschiedenis is in de eerste plaats een waarschuwing aan het adres van gelovige christenen. Wij dreigen de boodschap van Pasen gewoon te gaan vinden. Geboren uit een maagd. Opgestaan de doden……. Ach, bekende kost. Elke week avondmaal. Mooie traditie eigenlijk wel.

Maar het gaat erom dat we geloven. Wat geloven? De opstanding? Ja en verder. Ja, want de opstanding hééft plaatsgevonden – zegt Johannes – maar ook verder, want zie in alle dingen God aan het werk. Jezus’ opstanding was een volgend station in Gods bedoeling met deze wereld. Waar Één is opgewekt zullen er méér volgen. Over Gods plan gesproken!

En niemand heeft gezegd dat geloven makkelijk is. Of logisch. Dan zou Johannes zijn boek niet hebben hoeven schrijven. Tegen Tomas zei Jezus, na zijn opstanding: “Omdat je me gezien hebt geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.” Niks morele les. Hij is waarlijk opgestaan!

Voistinu voskrese!