Preek zondag 6 april 2014


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-ansi-language:NL; mso-fareast-language:EN-US;}

Gelukkig wie nederig van hart zijn,

want voor hen is het koninkrijk van de hemel.

Heel erg populair is de bijbel niet meer, om maar eens een understatement te gebruiken. Toch wel een beetje een betuttelend boek. Met achterhaalde verhalen uit een achterhaalde tijd. Ach, als je Rembrandt wil begrijpen, of Bach, dan moet je er iets vanaf weten. Maar verder? Weinig boeiends. Weinig relevants.

Maar een enkele passage blijft populair. Zo een passage is de Bergrede. Wat een prachtig verhaal! De Bergrede vertelt ons hoe wij zouden moeten leven. We hoeven niet te geloven wat er over Jezus wordt geschreven, als we maar doen wat Hij zegt over hoe wij moeten leven, zo menen velen. Maar als we het werkelijk lezen zit het ons niet glad!

Tien kernpunten uit de Bergrede:

1. We moeten het zout van de wereld zijn. Verantwoordelijkheid nemen voor hen die dat zelf niet (meer) kunnen. De “Bergrede van Aantjes” (uit 1975) is het lezen waard. Een citaat:

“Een politiek, die spreekt voor wie geen stem hebben; die handelt voor wie geen handen hebben, die een weg baant voor wie geen voeten hebben die helpt voor wie geen helper hebben. (…) De eerste vraag die aan de mens gesteld werd, luidde: ‘Adam, waar hen je?’ (…) Die eerste vraag zal ook de laatste vraag zijn die ons wordt gesteld en dan zal hij niet luiden: ‘Hoe goed heb je verdiend?’, maar: ‘Hoe goed heb je gediend?’ Het antwoord op de vraag die dan gesteld wordt, wordt hier gegeven”

2. We mogen niet ten onrechte boos op onze broeder worden. Dat staat gelijk aan moord.

3. Wie naar een mooie vrouw kijkt en denkt: “die is de zonde wel waard,” pleegt overspel.

In zijn presidentscampagne van 1976 kreeg Carter ooit de vraag of hij wel eens overspel had gepleegd. Zijn antwoord was dat hij dat inderdaad gedaan had in de zin van Mattheüs 5: 28. De hele republikeinschristelijke pers viel over hem heen.

4. We moeten integer zijn. De waarheid vertellen. Altijd.

5. We moeten van onze naaste houden. En als iemand je – letterlijk of figuurlijk – slaat, moet jij de relatie herstellen. Haar of hem de andere wang toekeren. Niet met gepaste munt terugbetalen.

6. We moeten geven aan de armen. Niet uit trots of zelfgenoegzaamheid. Maar omdat we gelijken zijn.

7. Wie ben je als je alleen bent? Bidt niet om door anderen gezien te worden. Bazuin je goede werken niet uit!

8. Hoe ga je met geld om? Waaraan besteden we ons geld het makkelijkst? Dat is waar ons hart ligt. Dat is onze ware god. Radicale gulheid is wat God vraagt.

9. Hoe schikken we ons in moeilijke situaties? Vertrouwen we op God? Of maken we ons vliegende zorgen? Denken we stiekem beter te weten hoe het zou moeten gaan dan God?

10. Hoe ga je om met mensen die anders denken dan jij? Jezus zegt dat wij hen niet moeten veroordelen. Dit betekent niet dat wij geen kritiek op anderen mogen hebben. Maar dit moeten wij doen zonder de ander te vernederen en altijd in liefde.

Wij begrijpen de Bergrede niet als wij niet inzien welk gevaar erin schuilt. Wie de Bergrede als een tijdloos romantisch verhaal ziet mist de kwintessens ervan. Als je het gevaar van de Bergrede niet ziet, heb je nooit begrepen wat er werkelijk staat.
Als je de Bergrede leest, zie je hoe de mensen om je heen idealiter zouden moeten zijn en handelen. Ook jijzelf zou op die manier zou moeten leven. Dat is zoals het leven bedoeld is. En dan weet je ook dat je in je eigen leven onvoorstelbaar tekortschiet. We komen niet eens in de buurt van wat wij van anderen verwachten. De woorden van Jezus veroordelen ons.

De Bergrede begint met de zaligsprekingen. Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. Dit is misschien wel het sleutelvers uit de zaligsprekingen. De apostel Paulus begreep wat dit inhield. In Filippenzen 3 zegt hij het volgende: ‘Ik wilde Christus winnen en één met hem zijn – niet door mijn eigen rechtvaardigheid omdat ik de wet naleef, maar door die van God, de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus.’
 Het gaat om mensen die door God geliefd zijn en waarop anderen jaloers zijn. Het gaat hier over helden, mensen op wie wij jaloers zouden moeten zijn, op wie wij zouden moeten willen lijken. Maar het zijn wel vreemde helden. Treurenden? Zachtmoedigen? Hongerigen naar gerechtigheid?

De held van de Bergrede is de Hij die de Rede uitsprak. De woorden van Jezus beschrijven Jezus zelf.
Deze woorden kunnen alleen op ons slaan, omdat ze eerst op Jezus sloegen. De enige reden dat wij genade kunnen krijgen, is omdat Hij geen genade kreeg. De enige reden dat wij God kunnen zien, is omdat Jezus Christus in de duisternis van het kruis Hem niet zag.
Wanneer wij zien dat Jezus voor ons arm van geest werd, helpt dit ons arm van geest te worden voor God en tegen Hem te zeggen dat we zijn genade nodig hebben voor onze redding. Zolang we dit niet zien en geen werkelijke christen worden, zullen we nooit zo kunnen leven zoals in de Bergrede beschreven staat.

Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten