Preek zondag 23 maart 2014


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-ansi-language:NL; mso-fareast-language:EN-US;}

U bent de bron van liefd’ en zegen die in het heiligdom ontspringt

De oudste bomen ter wereld zijn de sequoia’s in de Amerikaanse staat Californië.

In 1888 was de houthakker Walter Fry vijf dagen lang met nog vijf andere ‘loggers’ bezig om een Sequoia, met een stamomtrek van 30 meter, te vellen. Na deze noeste arbeid begon Fry uit nieuwsgierigheid de ringen van de door hem gevelde woudreus te tellen. Na het tellen van de 3266 ringen besefte de houthakker dat hij in slechts een paar dagen een eind had gemaakt aan een onverstelbaar lang leven.

Deze gigantische bomen hebben schier het eeuwige leven. Ze gaan niet van ouderdom dood. Als ze dood gaan is dat bijna altijd doordat ze ten prooi vallen aan schimmels of door een storm omver worden geblazen. Of omdat er een houthakker voorbij kwam.

Inde bijbel wordt een aantal keren de vergelijking getrokken tussen mensen en bomen. Het boek van de Psalmen begint er zo ongeveer mee. Die mens is welzalig die niet meegaat in het beraad van bozen, maar in de Wet van de Ene behagen heeft. Wezen zal hij als een boom geplant aan beken water, die zijn vrucht geeft op zijn tijd en zijn blád valt niet áf: al wat hij dóet zal hém gelúkken.

Een boom is er om vrucht te dragen. Zo veel en zo zwaar, dat de taken neerbuigen zodat de vrucht voor eenieder beschikbaar is. Als wij mensen het water van de Heilige Geest in ons opnemen als een boom het water van de beek, zullen ook wij de christelijke, de geestelijke vruchten gaan dragen. Wij waren ooit zondaars. In overdrachtelijke zin onvruchtbaar. Maar God heft met ons iets anders, iets groots voor ogen. Jesaja (61: 3) gebruikt daar koninklijke woorden voor: roepen zal men tot hen: godseiken der gerechtigheid, planting van de Ene, bestemd voor luister!

We kunnen en zullen groeien, maar alleen wanneer we in Gods grond staan. En God geeft dan de noodzakelijke voorwaarde voor groei en vrucht: Gods gréppel is vol wáter, gij grondvest hun kóren, já, zo gróndvest gij haar.

De andere kant is natuurlijk dat er geen geestelijke vrucht is als we niet op Gods grond staan. Als we eigen bronnen aanslaan. Hoe dichter we bij Jezus Christus blijven, hoe meer vrucht. Want die vrucht ligt al klaar voor ons Want zijn maaksel zijn wij, in Christus Jezus geschapen voor goede werken, die God heeft voorbereid opdat wij daarin zullen wandelen. (Ef. 2: 10) ……………vervuld van de vrucht

van de rechtvaardiging door Jezus Christus, (Phil. 1: 11)

Let er bijvoorbeeld op dat de gevangenbewaarder in Filippi (Hand. 16: 25 – 32) meteen nadat hij het evangelie heeft aangenomen vrucht voortbrengt! Mattheüs zegt het zo (7: 18): het is niet mogelijk dat een goede boom boze vruchten draagt, en dat een zieke boom fraaie vruchten draagt;

Is vruchtdragen voor een christen dus een makkie? In genen dele. Ook hiervoor geldt het hedendaags adagium: no pain, no gain. Je kunt wel heel eenvoudig uitleggen wat vruchtdragen inhoudt. Maar eenvoudige dingen zijn nog niet gemakkelijk. Vruchtdragen is ook hard werken. Volhouden.

Vruchtdragen is de christelijke opdracht. Door je dicht bij God op te houden leer je Hem beter kennen. Wie nat wil worden moet wel onder de douche gaan staan zei ooit C.S. Lewis. Wie God wil leren kennen moet dicht bij Hem zijn. En dan ga je vrucht dragen. En wordt j als christen nuttig. Voor jezelf, voor je medechristenen en voor de wereld om je heen. Jarenlang. En tot op hoge ouderdom )Psalm 92: 13 – 16):

een rechtvaardige zal gróeien als de pálmboom, als een ceder op de Líbanón gedíjen;

die geplant zijn in het húis van de ÉNE, in de voorhoven van onze Gód zullén zij gróeien!

Nog in gríjsheid lopen zij úit,- blijven gróen én vol frísheid.

Om te melden hoe rechtúit is de ÉNE, mijn Rots: válsheid ís hem vréemd!

Zalig is hij die op zijn wegen, ja, eeuwig van uw volheid drinkt.