Preek zondag 30 november 2013


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false

Wie vermaan liefheeft heeft kennis lief,-

We vervolgen onze serie over leiderschap in de gemeente. We zagen dat de kerk het lichaam is van alle ware gelovigen, met Christus als hoofd. Hij ook wijst de oudsten aan als leiders in de lokale gemeente. In 1 Petrus 5 zien we dat die oudsten – rol wordt vervuld zoals een herder zijn kudde hoedt. Als je Handelingen 20: 29 lezen snappen we ook wel waarom. Paulus waarschuwt de oudsten in Efeze dar er wrede wolven zullen binnenkomen in de gemeente. Daar moet een herder tegen optreden. In 1 Tim. 3 lazen we over de eigenschappen die een oudste moet bezitten, en ook over eigenschappen die een oudste juist niet moet hebben.

Een ding is nog niet aan de orde geweest in onze excursies. En dat is het omgekeerde van datgene waaraan we tot op heden aandacht besteedden. Wat is de verantwoordelijkheid van de lokale gemeente ten opzichte van de oudsten. Een moeilijk onderwerp, omdat het aankomt op gehoorzaamheid. En dat is een woord dat niet alleen bij jonge kinderen de stekels overeind kan brengen. Twee teksten uit Hebreeën 13 (vers 7 en 17):

Gedenkt uw voorgangers, die tot u het woord van God gesproken hebben; beschouwt de uitkomst van

hun wandel en volgt hun geloof na.

Weest uw voorgangers gehoorzaam, en voegt u; want zij zijn waakzaam voor uw zielen als mensen die rekenschap moeten afleggen: opdat ze dat met vreugde doen en niet al zuchtende, want dat is niet voordelig voor u.

In de vergadering waarin ik opgroeide functioneerde een groep van Godvrezende leiders. Ze waren van onbesproken gedrag en hadden bij iedereen – jong en oud – een goede naam. Van schandalen en geroddel werd nooit iets vernomen.

We moeten ons de oudsten niet alleen herinneren, maar we moeten ook hun gedrag, hun levensstijl kopiëren en hun geloof, hun onderwijs navolgen. Waarom staat dit zo expliciet in Hebreeën? Vers 8 maakt duidelijk dat Jezus Christus onveranderlijk is. Als de oudsten dan trouw zijn aan Jezus Christus, en wij volgen hen na, dan blijft de boodschap van het evangelie onveranderd bestaan. Mattheüs 28: 19 en 1 Tim. 4 zeggen datzelfde ook heel kernachtig:

maakt dan voort, maakt alle volkeren tot leerlingen, hen dopend in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige Geest, hen onderrichtend in het bewaren van al wat ik u heb geboden;

Houd je bezig met jezelf en met het onderricht, volhard daarin. Want dat doende zul je én jezelf redden én hen die jou horen.

Oudsten moeten hun gedrag normeren aan wat Christus ons leerde. Als wij hen dan volgen, doen wij dat automatisch ook.

De tweede geciteerde tekst uit Hebreeën doet de wenkbrauwen nog wel eens fronsen. Gehoorzaam zijn en je voegen. Moet dat echt zo? Wij zijn toch tamelijk zelfstandig en kunnen heel goed zelf bepalen wat kan en niet kan. In een land als Italië bijvoorbeeld is het niet aangestuurd willen worden tot nationale cultuur geworden. Het is dan ook nauwelijks nog een natie. Eerder een land dat als los zand aan elkaar hangt. Maar ook Hollanders vinden autoriteit vaak lastig. We voelen ons snel aangevallen en beledigd.

De bijbel leert echter dat oudsten niet alleen en louter dienstbaar moeten zijn. Ze moeten ook autoriteit uitoefenen. Ze doen dat niet als een absolute vorst, die naar willekeur kon besluiten. Oudsten moeten toezien op zichzelf en op heel de kudde (Hand28: 29). En met 1 Petrus 5: 2: oudsten hoeden de kudde en houden daar toezicht op.

Dat is moeilijk genoeg. Mozes had Gods autoriteit. Maar het volk volgde hem niet. Ook zijn eigen broer en zuster deden dat niet. Samuel werd terzijde geschoven: het volk wilde liever een koning.

De gemeente kan het de oudsten knap lastig maken. Zodat ze hun taak al zuchtende moeten doen. En dat is beslist niet de bedoeling!

en wie bestraffing haat is een rund.

Spreuken 12: 1