Preek zondag 10 november 2013


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-ansi-language:NL; mso-fareast-language:EN-US;}

Laat die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was,-

Een vorige keer keken we naar de functiebeschrijving van ‘oudsten.’ Daar besteden we nogmaals aandacht aan. En wel vanuit twee perspectieven: wat moet een oudste vooral wel zijn, en wat vooral niet. Als je dan die twee beelden over elkaar legt, komt het gewenste profiel vanzelf naar voren.

Maar allereerst het belangrijkste: niemand hoeft zich te schamen als hij naar een taak in de gemeente verlangt! Te vertrouwen is het woord: als iemand streeft naar een opzienersambt, dan begeert hij een schone taak! Dat is dus de normaalste zaak in de gemeente. Idealiter wil elke broeder op zo een manier de gemeente wel dienen. In de praktijk zal dan blijken wie de karaktereigenschappen heeft waaraan een oudste moet voldoen. De positieve eigenschappen zagen we al eerder: De opziener dan moet onbesproken zijn, man van één vrouw, matig, bezonnen, ordelijk, gastvrij, bekwaam om te onderrichten. Maar dan komen de eigenschappen die wel of juist niet gebruikt kunnen worden:

· niet aan wijn verslaafd Uitleggers zijn het er wel over eens dat verslaving hier breder gezien moet worden dan alleen alcohol. Ook gok- en seksverslaving zijn te vermijden. Verslavingen maken dat een goed en gezond oordeel vellen heel moeilijk wordt. De verslaving vertroebelt zowel de waarneming als de oordeelsvorming.

· niet opvliegend,-maar mild Een opziener over de gemeente moet zichzelf in de hand hebben. Oudsten dienen geduldig te zijn en met iemands tekortkomingen te kunnen omgaan. Er is veel tact voor nodig om anderen in hun waarde te laten en niet de houding aan te nemen van’ laat mij maar even. Dat weet ik veel beter.

· geen vechter Sommige mensen vinden niks zo moeilijk als hun eigen gelijk aan de kant zetten. Filippenzen 2 schrijft daar prachtig over: onder elkaar anderen beschouwend als uzelf overtreffend, ieder van u niet de eigen belangen behartigend maar ieder van u ook die van anderen! In de aanhef van de brief aan de Filippenzen worden de oudsten apart aangesproken. De geciteerde passage is wel heel precies op hen van toepassing. Het gaat voor een oudste ook niet aan om altijd en overal commentaar op te hebben. Om het altijd maar beter te weten en dat gelijk dan ook af te dwingen. Controversieel gedrag is voor een oudste een slechte eigenschap.

· geen op-geld-beluste Deze opmerking van Paulus veroordeelt rijkdom op zich niet. Maar geld moet niet de drijfveer voor een oudste zijn. Als een zakenman oudste wil worden om zo voor zijn zaak meer omzet te genereren doet hij iets fout.

· iemand die goed leiding geeft aan het eigen huis Een oudste zal zijn gezin beschermen voor invloeden van buitenaf. Hij zal zijn gezin voorgaan in godvruchtigheid.

· die met alle waardigheid kinderen in ondergeschiktheid houdt Een oudste voert over zijn gezin en zijn kinderen geen schrikbewind. Hij dwingt ze niet in woede tot gehoorzaamheid.

· Geen nieuweling, opdat hij niet verwaand wordt en in het oordeel van de duivel valt Een pasbekeerde loopt het risico van de hoogmoed. Door gebrek aan levenservaring en zelfkennis zou hij makkelijk zijn hand kunnen overspelen. Gezag moet je verwerven. Het komt niet automatisch met je positie als oudste. En dan kan het een nadeel zijn als je geen ervaring hebt. Een oudste heeft het voorrecht de gemeente te dienen. Hij moet niet denken dat hij op de positie van de echte Herder – de Heer zelf – zit. Verwaand noemt 1 Tim. 3: 6 dat.

· Hij moet ook een goed getuigenis bij de buitenstaanders hebben, opdat hij niet in opspraak raakt en in een strik van de duivel valt En dat kan twee kanten op. De oudste kan niet bij ongelovigen bekend staan als iemand die iets werkelijk verkeerd doet, en andere mensen moeten zijn gedrag ervaren als werkelijk christelijk.

Het belangrijkste van dit gedeelte is toch vers 1: Paulus acht het ambt van opziener zeer belangrijk. En om die reden is het goed dat broeders ernaar streven om die taak te vervullen. Dat ze zich erop voorbereiden. Dat ze zich goed realiseren welke gedragskenmerken daar bij horen en welke andere juist niet. Dan zal het voor de gemeente duidelijk worden wie voor tot zo een taak zijn geroepen.

door de gestalte van een dienstknecht aan te nemen,