Preek zondag 20 oktober 2013


 

0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false

 

Ik heb u op aarde verheerlijkt,

Het Johannes-evangelie is heel verschillend van de andere drie beschrijvingen van Jezus’ leven. Her is het heel vaak Jezus zelf die sprekend wordt ingevoerd. Het lijkt soms op een modern toneelstuk, zo levendig wordt een en ander getekend! En Jezus’ laatste week met zijn opstanding staat nergens zo indringend en vooral nergens zo persoonlijk opgeschreven (hoofdstuk 12 t/m 21).

Het meest ontroerende onderdeel daarbinnen is ongetwijfeld hoofdstuk 17. Als je ergens onder de indruk komt van Jezus’ grootheid is het wel hier. God de Zoon overlegt met God zijn Vader over zijn aanstaande sterven en over zijn volgelingen voor wie Hij zijn leven gaat geven.

Vader, het uur is gekomen; verheerlijk uw Zoon, opdat uw Zoon ú mag verheerlijken, en, nu gij hem zeggenschap hebt gegeven over alle vlees, dat hij aan hen mag geven al wat gij gegeven hebt aan hem: eeuwig leven! En dit ís het eeuwige leven: dat zij ú kennen,

Terwijl hij zich ging offeren staat hem louter en alleen het belang van zijn leerlingen voor ogen. En daarmee van ons. Deze liefde zoekt niet zichzelf. Voor zoveel liefde is de wereld te klein.

Dorothee Mields (sopraan) is een begenadigde Bach-vertolkster. Over de aria “Aus Liebe” uit de Mattheus Passion zei ze ooit dat de eerste maat met die lange noot is als een vat dat overvol is met en vervolgens overstroomt van liefde. Een prachtig beeld.


In het boek Leviticus worden de offers beschreven. Sommige waren vrijwillig, ander verplicht. Van sommige mocht de offeraar eten, van andere niet.

Het eerste offer – het brandoffer, een vrijwillig offer – was in zijn geheel voor God. Daar mocht niemand van eten. Jezus offerde zijn leven geheel vrijwillig aan God daarom heeft de Vader mij lief: omdat ik mijn lijf-en-ziel inzet,….. niemand heeft haar van mij afgenomen, nee, ikzelf zet haar in, uit mijzelf; (Joh. 10: 17, 18). Het is dan ook heel opmerkelijk dat Johannes in zijn evangelie niet schrijft over Gethsemane of over de drie uren van duisternis. En ook niet over het kruiswoord mijn God, mijn God, waarom hebt u mij verlaten. Maar wel de drinkbeker die de Vader mij heeft gegeven, zal ik die níet drinken? (18: 11). Hij offerde zich als opgangsgave en offerande, voor God tot welriekende reuk. (Ef. 5: 2).

Als wij onze dank – vrijwillig – willen brengen offeren we een dankoffer. Het lijkt veel op het brandoffer. Maar er is een opmerkelijk verschil: het brandoffer was in z’n geheel voor God, het vredeoffer was slechts voor een deel voor God, de rest was bestemd voor de priesters en voor degene die het offer bracht. Maar zonder brandoffer ging het niet: een dankoffer werd op het brandoffer gebracht. In rook doen opgaan zullen de zonen van Aäron dat op het altaar, gelijk met de opgangsgave op de stukken hout op het vuur; als een vuuroffer, een reuk die-tot-rust-brengt voor de Ene! (Lev. 3: 5).

In zijn boek Das Brandopfer beschrijft dominee Albrecht Goes de geschiedenis van Frau Walker. Ze drijft in het Duitsland van eind jaren dertig van de vorige eeuw een slagerij waar Joden mogen kopen (‘Judenmetzig’). De razzia’s en vervolgingen zijn in volle gang. Op een dag laat een van haar klanten – de zwangere mevrouw Zalewsky – haar kinderwagen in de winkel staan. Omdat haar nog ongeboren vrucht daar toch nooit in zou liggen. Misschien kan Frau Walker die later nog eens gebruiken…..

Als een paar dagen later het stadje in brand vliegt bij een bombardement blijft Frau Walker in haar slagerij; ze weigert de brand te ontlopen. Op het nippertje wordt ze gered door een passerende Jood. En na de oorlog vertelt ze aan haar onderhuurder:Wenn das mit dem Kinderwagen nicht dazugekommen wäre, hätte ichs wohl nicht getan.’ ….. ‘Er hat es nicht angenommen.’ ‘Was?’ fragte ich. ‘Das Brandopfer.’ ‘Wer?’ ‘Gott hat es nicht angenommen.’

Goes vertelt niet waarom het brandoffer niet werd aangenomen. Als Frau Walker na de oorlog de slagerij heropent, citeert ze in de aankondiging Ex. 3: 2: de Sinaïdoorn gloeit in het vuur maar de Sinaïdoorn wordt niet verteerd! Op het brandoffer daalde Gods vuur neer en verteerde het volledig (Lev. 9: 24). God neemt het offer van Zijn Zoon aan. Ons bewijst hij genade. Dat is een dankoffer waard. Op het brandoffer. Want zonder brandoffer geen dankoffer!

met de heerlijkheid die ik had bij u voordat de wereld was.