Preek zondag 29 september 2013


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:”Times New Roman”; mso-fareast-theme-font:minor-fareast; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin;}

Het laatste wat van een Nederlander bekeerd wordt is zijn portemonnaie

Habakuk[1] beschrijft in hfdst. 3: 17 niets meer of minder dan een economische ramp: Al zal de vijgenboom niet bloeien en komt aan de wijnstokken geen gewas, is wat de olijf ervan maakt mislukt en heeft het veld niets te eten gemaakt,- is het wolvee afgesneden van de kooi en staat er geen rund meer in de stallen,

Alle bestaan in Israel toentertijd had te maken met landbouw en veeteelt. En hier is werkelijk alles verdwenen. Geen enkele opbrengst blijft er over. Hoe ga je met zoveel rampspoed om?

In het Oude Testament staat dat de bewoners van de eerste opbrengst van het land aan God moeten offeren. In Deuteronomium 26 lezen we hoe je aan God offert. Drie zaken spelen een hoofdrol.

We moeten zo geven dat het pijn doet

Deut 26: 2: nemen zul je iets van het prille begin van alle vrucht van de bloedrode grond die je binnenbrengt van je land dat de Ene, je God, je geeft, en dat leggen in de schaal; en gaan zul je naar het oord dat de Ene, je God, zal uitkiezen om daar zijn naam te laten wonen.

Je moest meteen bij het begin van de oogst met je gaven naar God. Al had je nog geen idee hoeveel de hele oogst zou opbrengen. Als je dat eerst afwacht kun je makkelijk dat wat je zelf niet nodig hebt aan God geven. Het overschot dus. Eerst je reis. Je vakantie. Je nieuwe auto. En dan het offer.

Maar God verlangt meer dan onze restjes. God wil dat we een offer brengen dat pijn doet. Hij wil niet het laatste beetje. Hij wil het eerste deel!

Als wij onszelf aanleren om te geven van ons overschot zullen we uiteindelijk in tijden van schaarste niets meer geven. God wil dat we onze levensstijl wijzigen. En hem altijd op de eerste plaats zetten. Ons geefgedrag moet van invloed zijn o onze manier van leven.

Bij een evangelisatiecampagne in Friesland ging de collecte rond. De jonger collectant kwam opgewonden bij Johan Fijnvandraat: “ boer X deed honderd gulden in het zakje!” “Dan heeft hij zich bekeerd” wist de evangelist. “Het laatste wat bij een Hollander wordt bekeerd is zijn portemonnaie.”

We moeten geven met vreugde

Deut 26: 4 – 11: …….en nu heb ik hier het prille begin doen komen van de vrucht van de bloedrode grond die ge mij hebt gegeven, Ene!…… Verheugen zul je je dan om al het goede dat de Ene, je God, aan jou gegeven heeft

Maar wacht eens even! Ik werk hard voor mijn inkomen hoor! Dan mag ik toch wel zelf genieten van mijn inspanningen? Maar wie gaf je de talenten om te werken? En als je was geboren ergens hoog in de Andes? En als je nou eens niet zo sterk en gezond was geweest? Alles wat we hebben is een geschenk. Is genade. Als ik dat besef, zal ik met vreugde kunnen geven.

Waar je schat is, daar zal je hart zijn (Matth. 6: 21). Wij geven met vreugde geld aan dingen waar ons hart naar uit gaat. ‘Een hobby mag wat kosten’ zeggen we dan.

Als je het leuk vindt om geld te geven aan mensen die het nodig hebben, dan weet je dat je iets van Gods genade hebt geproefd en dat je niet uit plicht geeft. Zo geven dat het je levensstijl pijn doet zal dan een christelijke vreugde zijn. Het gaat erom of God werkelijk je hart heeft. Daar zit het verschil

We moeten gul geven

Bij Habakuk is het nog een graadje erger. Er zijn zelfs helemaal geen vruchten om te offeren. Alles is verloren. Zoals christenen meemaken die vervolgd worden en alles kwijt zijn geraakt. Habakuk zegt dat je zelfs dan je in God kunt verheugen. Want het enige wat je echt nodig hebt is je redding, zegt de profeet.

Maar hoe moet dat? Ik weet wel dat ik maar een ding nodig heb, maar het lukt me niet om blij te zijn. Wat Habakuk doet kan ik nooit! toch zal ik juichen om de Ene,- jubelen om de God die mij bevrijdt!

Naar wie wijst Habakuk vooruit? Naar Jezus! Hij verloor alles. Het kleed dat hij aanhad werd afgerukt. Aan het kruis verloor hij zelfs de liefde van God. Hij roept “Mijn God, mijn God…” Alles is Hem afgenomen. Hij kan alleen nog roepen naar zijn God die een verbond met Hem was aangegaan.

En dat is het geheim: alles werd van Jezus afgenomen op het kruis. Om ons te redden gaf hij zijn leven. Als we dat werkelijk beseffen, zal Hij onze schat zijn. Zal dat ons hart veranderen. En zal het een vreugde worden zoveel te geven, dat het pijn doet.

ruimschoots heeft hij gegeven aan de armen, (Ps 112: 9)


[1] Naar een preek van Tim Keller