Preek zondag 2 juni 2013


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-fareast-language:EN-US;}

Kom Schepper, Geest, daal tot ons neer, houd Gij bij ons uw intocht, Heer;

vervul het hart dat U verbeidt, met hemelse barmhartigheid.

Waarmee vullen we ons hart? David verzadigde zich met God (psalm 116). Met God die hem hoorde als hij het moeilijk had. Met God die zijn ziel rust gaf. Met God aan wie hij zijn geloften gestand wilde doen. Met God, die de vreugde en het einddoel van zijn leven was.

De volgende passage uit Mattheüs 25 (: 1 – 13) gaat daar ook over:

Dan zal het koninkrijk der hemelen te vergelijken zijn met tien maagden die hun eigen fakkels meenemen en eropuit trekken, de bruidegom tegemoet; vijf van hen zijn dwaas en vijf verstandig; want als die dwaas zijn de fakkels meenemen nemen ze géén olie met zich mee; die verstandig zijn hebben bij haar eigen fakkels olie in de kruikjes meegenomen; als de bruidegom uitblijft worden ze allemaal sluimerig en slapen in; midden in de nacht klinkt er een kreet: ziedaar de bruidegom,- trekt uit, hem tegemoet! Dan ontwaken al die maagden en brengen haar eigen fakkels in orde; die dwaas zijn zeggen tot die verstandig zijn: geven jullie ons van jullie olie, want onze fakkels doven uit! Maar die verstandig zijn antwoorden en zeggen: nee, dan is er voor ons én jullie niet genoeg!- gaat liever naar de verkopers en koopt in voor jezelf! Als zij weggaan om te kopen komt de bruidegom aan en die gereed staan gaan met hem naar binnen tot de bruiloft; de poortdeur wordt gesloten. Làter komen ook de overige maagden aan en zeggen: heer en meester!, doe voor ons open! Maar zijn antwoord is dat hij zegt: het is zeker, zeg ik jullie: ik weet niet wie jullie zijn! Blijft dus wakker, want ge weet de dag niet, noch het uur!

 

Een meer dan bekende geschiedenis. Het gaat om een gelijkenis in de woorden van God zelf. Over vijf verstandige en vijf dwaze meisjes. Alle tien gaan ze op weg. De bruidegom inhalen. Dat is kennelijk niet iets van afwachten tot de bruidegom verschijnt. Maar erop uitgaan, hem tegemoet. Kennen wij dat ook? Actief zijn in afwachting van de komst van Jezus, onze terugkomende bruidegom? En lampen hebben ze bij zich, alle tien.

 

En ze vallen in slaap als de bruidegom op zich laat wachten. Ook alle tien. Zonder uitzondering. En laten we eerlijk zijn, dat overkomt ook ons. Soms weet je de Heer dichtbij. Ervaar je zijn aanwezigheid heel sterk. Maar een andere keer lijkt hij ver weg te zijn. Is je geestelijke activiteitenniveau niet langer een brandend vuur maar een vrijwel gedoofd pitje. Is je geloof meer een theoretische weten dan een levende – en daadwerkelijk beleefde – werkelijkheid.

 

En dan schrikken alle tien meisjes wakker. De bruidegom is in aantocht! Die willen ze allemaal zien en begroeten. Maar dan moet je lamp het wel doen natuurlijk. Anders zie je niks. Om de bruidegom te zien hebben we de Heilige Geest nodig. De olie is van Hem een beeld.

 

Vijf meisjes hadden de situatie van te voren goed ingeschat. Ze hadden extra olie meegenomen. En die hadden ze nu nodig ook. Want de lamp was zo ongeveer leeg inmiddels. De vijf andere meisjes hadden daar niet aan gedacht. En zaten nu in de problemen.

 

Wat zien we nu in deze geschiedenis? Is het een typisch geval van jammer voor de vijf dwaze meisjes? Hadden ze maar even langs Het Kruidvat moeten gaan voordat ze afreisden?

 

Hoe komen wij christenen aan een voldoende voorraad olie? Zouden we niet dagelijks een paar druppeltjes moeten verzamelen? Zodat we een voorraadje hebben als we in slaap mochten vallen. Als het wachten ons eens heel lang valt?

 

Zouden we ons – als eens David – niet meer en meer moeten verzadigen met God? Ons moeten laven aan zijn grootheid? Ons meer en vaker moeten vullen met zijn Heilige Geest? Elke dag een paar druppels olie in ons kruikje doen?

 

Gij zijt de gave Gods, Gij zijt de grote Trooster in de tijd,

de bron waaruit het leven springt, het liefdevuur dat ons doordringt.