Preek zondag 12 mei 2013


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-fareast-language:EN-US;}

Gedenkt uw voorgangers, die tot u het woord van God gesproken hebben;

 

Titels, ach wij Hollanders hebben daar niet zo veel mee. Hoewel, toen een Bijbelschool in Amsterdam een openingsspreker vroeg voor haar jaarlijkse conferentie, wilde ze beslist dat de titel van de toespraak zowel als de titel van de spreker klopte.

Want helemaal onzin is een titel van een persoon ook weer niet. De titel die iemand voert geeft aan wie zij of hij is en wat we van haar of hem mogen verwachten. In een titel leer je iemand alvast een beetje kennen.

 

 

Dat geldt ook voor de titel die leiders in de gemeente dragen. Wat is trouwens die christelijke gemeente? We zagen eerder al (zie preek 30 september 2012) dat:

· De gemeente ’het lichaam van Christus’ is

· De gemeente kostbaar voor Christus is

· De gemeente de samenbinding van alle christenen op aarde is.

 

Het hoofd van de wereldwijde kerk in Jezus Christus. En Hij is eveneens het hoofd van de lokale gemeente. En in die gemeente ligt de leiding bij de oudsten (zie preek 21 en 28 oktober 2012).

 

Welke kenmerken horen er nu bij die titel? In 1 Petrus 5: 1 – 4 lezen we dat.

 

Oudsten dan onder u roep ik op, als mede-oudste en getuige van alle lijden van de Christus en ook deelgenoot van de heerlijkheid die geopenbaard gaat worden: weidt de kudde van God die bij u is, niet uit dwang maar vrijwillig, naar Gods wil, en niet uit winstbejag maar welgezind, niet de heer spelend over de erfdelen, maar als voorbeelden voor de kudde. En wanneer de opperherder verschijnt, zult ge de niet-verwelkende krans der heerlijkheid verkrijgen.

 

De passage begint met een sterk appèl. De oudsten worden opgeroepen om de kudde van God te weiden. Daar zit geen vrijblijvendheid bij. Niet iets als ‘als het je een beetje uitkomt en je toevallig toch niks te doen hebt’ of zoiets. Zonder goed bestuur ligt chaos en geestelijk gevaar op de loer.

 

Maar is de kerk dan dus van de oudsten of ouderlingen? Niets is minder waar! Vergelijk het met het staatsbestel van bijvoorbeeld het Verenigd Koninkrijk. David Cameron voert het beleid uit in naam van koningin Elisabeth, niet in plaats van haar. De inwoners zijn haar onderdanen, niet de zijne. Zij tekent de wetten, niet hij. Zo ook is het met oudsten. Soms wordt er wel gesproken over “onze kerk” en “onze visie.” Maar deugen doet dat niet. De kerk is van Christus en van niemand anders. Oudsten leiden de gemeente uit naam van God, niet in plaats van God. Ze leggen van hun bestuur verantwoording af aan God.

 

En hun bestuur heeft een herderlijk karakter. Wat wil dat zeggen?

1. Doe het niet uit dwang maar vrijwillig, naar Gods wil. Een voorbeeld uit de kerkgeschiedenis:

In 1294 wisten de kardinalen van de Rooms-katholieke kerk na twee jaar touwtrekken niet tot een voordracht voor een paus te komen. De monnik-kluizenaar Pietro del Morrone behoorde tot een broederschap van kluizenaars die gelieerd was aan de radicale Franciscanen die opkwamen tegen de rijkdom en wereldlijke macht van de Kerk. Hij aanvaardde het pausschap onder druk en nam de naam Celestinus V aan. Zijn bestuur werd een ramp. Zes maand na zijn aantreden deed hij afstand van zijn ambt. (De eerstvolgende keer dat dat gebeurde was in 2013 (Benedictus XVI.)

2. Doe het niet uit winstbejag maar welgezind. Doe het niet om er zelf beter van te worden. Om bijvoorbeeld een groter netwerk te krijgen en daardoor je zaken uit te breiden. Komt in Nederland niet veel voor (is hier geen cultuur), maar in Angelsaksische landen is dit niet altijd zonder risico!

3. Doe het niet de heer spelend over de erfdelen, maar als voorbeelden voor de kudde. Werk niet met de karwats. Voer geen schrikbewind. Dwing niet af met geweld. Maar geef het goede voorbeeld. Wordt navolgers van mij, zoals ook ik van Christus! schrijft Paulus in 1 Korintiërs 11: 1.

 

Simpel is de taak van oudsten allerminst. Hun beleid zal altijd onder vuur liggen. Want ook al proberen ze het eenieder naar de zin te maken (wat overigens niet hun opdracht is!), er is altijd wel iemand die het er niet mee eens is. Wat is dan hun beloning? Waar halen ze de kracht vandaan om hun taak te blijven vervullen? Het is de vreugde die voor hen ligt; als de opperherder verschijnt krijgen de leiders van de plaatselijke gemeente wat ze verdienen: de niet-verwelkende krans der heerlijkheid.

beschouwt de uitkomst van hun wandel en volgt hun geloof na.