Preek zondag 5 mei 2013


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-fareast-language:EN-US;}

Vrees niet, want ik ben met je,

 

Soms blijft een Bijbelgedeelte in je hoofd haken: Op. 3 : 10, 11: …..omdat je het woord van mijn volharding hebt bewaard, zal ook ik je bewaren in het uur van de beproeving dat gaat komen over heel de bewoonde wereld, om de bewoners van de aarde op de proef te stellen; ik kom spoedig; houd vast wat je hebt, opdat niemand je kroon wegneemt;

De letterlijke vertaling van de tekst hierboven luidt in iets hedendaagser Nederlands zoiets als Omdat u trouw bent gebleven aan mijn gebod om stand te houden, zal ik u ook trouw zijn wanneer binnenkort de tijd van de beproeving aanbreekt, als heel de aarde en de mensen die er leven op de proef worden gesteld.

Het verwachten van God – want Hij is het die hier spreekt – is niet iets wat je doet als dat zo uitkomt. Als de omstandigheden er naar zijn. Wanneer je eraan toe bent. Als al het andere op orde is. Het is een gebod om te letten op de tekenen der tijden. Om er bij stil te staan dat de Heer spoedig terugkomt.

Bij ons komt het er soms niet van. Dan zijn we bezig met onze eigen lange termijn planning en verdwijnt de verwachting uit het zicht. Laten we oefenen om die verwachting levend en werkelijk te houden. Omdat het ons dagelijks bestaan richting geeft. Omdat de Heer zeker komt en spoedig komt.

Zo een verwachting betekent dat wij Jezus zien. Dat wij Hem voortdurend voor ogen hebben. Zoals eens Stefanus Hand. 7: 55, 56): Maar hij staart, vol van heilige Geest, naar de hemel en ziet de glorie van God, en staande ter rechterhand van God Jezus. Hij zegt: zie, ik aanschouw de hemelen geopend, en staande ter rechterhand van God de Mensenzoon!

Hoe zal Stefanus zich dichtbij God gevoeld en geweten hebben. Hij stond op het punt om met stenen doodgegooid te worden, en God maakte Zichzelf tot Stefanus’ uitzicht. In de gruwelijkheid van het moment zit een grote intimiteit. De intimiteit van God de Vader die zijn kind niet alleen laat in de verdrukking.

 

Die intimiteit wordt drie keer in de bijbel in een heel specifieke woordkeus aan de orde gesteld:

 

1. Markus 14: 36: en hij heeft gezegd: Abba, Vader, alles is mogelijk voor u; draag deze drinkbeker van mij weg!- maar niet wat ík wil maar wat gíj!….

2. Rom. 8: 15: Ge hebt niet een geest van knechtschap ontvangen om u opnieuw vrees aan te jagen, nee, ge hebt ontvangen een geest van aanneming tot zonen-en-dochters, door wie wij schreeuwen: Abba!, Vader!

3. Gal. 4: 6: Omdat ge zonen-en-dochters zijt heeft God de Geest van zijn zoon uitgezonden onze harten in en die schreeuwt uit ‘Abba!’, ‘Vader!’

 

In het huidige Israel noemen hebreeuwssprekenden hun vader abba, het equivalent van papa in het Nederlands. Het was de vertrouwelijke naam die kinderen voor hun vader gebruikten en had iets van het vertrouwelijke van het Nederlandse woord ‘papa’ in zich. Het behield weliswaar de waardigheid van het woord ‘vader’, zodat het dus onvormelijk en toch eerbiedig was. Het was daarom eerder een liefkozende aanspreekvorm dan een titel en behoorde tot de eerste woorden die een kind leerde spreken.

In de eerste passage gaat het om de vurige oproep van Christus – de Zoon – aan zijn geliefde Vader, meteen gevolgd door een verzekering dat Hij hoe dan ook gehoorzaam zou blijven.

Ook in Romeinen en Galaten wordt gerefereerd aan de vader – kind relatie. Stel het geval dat die relatie niet optimal is. Zodat het kind zijn vader niet vertrouwt. Kijk, zegt Paulus, dan leeft zo een kind vanuit de angst van ‘wat zal m’n vader er nu weer van vinden.’ Maar dat is niet hoe God omgaat met Zijn kinderen, betoogt Paulus. God wil ons geen angst aanjagen! Hij is de volmaakte Vader die ons absoluut veilig wil laten zijn bij Hem.

Onze relatie met God is gebaseerd op liefde, en wel op de Liefde van God. En eenmaal aangenomen door Hem is er zelfs nog niet een schaduw van omkering bij Hem.

‘Abba!’, ‘Vader!’

kijk niet angstig rond, want ik ben je God;