Preek zondag 17 maart 2013


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-fareast-language:EN-US;}

where there is darkness,

 

Soms zijn het de gewone gebeurtenissen die je aandacht naar een Bijbelgedeelte leiden. Een jaar geleden spraken we in de oudstenvergadering over huiskringen. Er volgden een paar besprekingen met jongere en enthousiaste zusters en broeders. Die kring breidde zich uit tot een veertiental personen, en het onderwerp verbreedde zich tot de vraag welke christelijke gemeente wij in Alkmaar willen zijn. En Hoe we er op dit moment in staan met z’n allen.

 

Er volgde een drietal gemeentevergaderingen waarin we samen daarover spraken. Die werden door iedereen als heel positief ervaren. De vraag kwam op tafel ‘wat kunnen we nu samen oppakken om iets op te bouwen?

 

En in het verlengde daarvan de vraag ‘wat zou ik persoonlijk daaraan kunnen bijdragen? Waar liggen mijn talenten en sterke punten?’ Een paar enthousiastelingen diepten een gaventast op die daarop zicht kan geven. En die test baseert zich op Romeinen twaalf, de verzen een tot en met acht:

 

Ik roep u dan op, broeders-en-zusters,vanwege de barmhartigheden van God, om uw lichamen in te zetten als een levende, heilige, aan Godwelbehaaglijke offerande, uw eredienst in de zin van het woord. Wordt niet gelijkvormig aan deze eeuw, maar wordt hervormd in vernieuwing van het denken, zodat gij kunt toetsen wat de wil van God is, het goede en welbehaaglijke en volmaakte. Want door de genade die aan mij gegeven is zeg ik tot ieder bij u: denkt niet hoger dan men moet denken, maar denkt tot bedachtzaamheid, zoals God ieder een mate van geloof heeft toebedeeld. Want zoals wij in één lichaam vele leden hebben, maar alle leden niet hetzelfde te doen hebben, zó zijn wij die velen zijn één lichaam in Christus, maar iederéén leden van elkaar, met genadegaven die naar de genade ons gegeven verschillend zijn: hetzij profetie, dan naar gelang van het geloof; hetzij dienstbetoon, dan in het dienstbetoon; hetzij wie onderricht geeft in het onderricht; hetzij wie aanspoort in de aansporing; wie weggeeft, in eenvoudigheid; wie vooraanstaat, in ijver; wie zich ontfermt, in vrolijkheid.

De brief die Paulus schreef aan de christenen in Rome heeft een duidelijke indeling in drieën:

1. Hoofdstuk 1 – 8 gaat over God die rechtvaardig is als Hij zondaars rechtvaardigt; het gaat over de binnenzijde van het geloof:

1.1. Rom. 3: 23 – 26: ….en worden gerechtvaardigd om niet, uit zijn genade, …

1.2. Rom. 5: 1 – 2: Gerechtvaardigd dan uit geloof hebben wij brede bij God…

1.3. Rom. 7: 24 – 25: ….door Jezus Christus, onze Heer.

1.4. Rom 8: 1: Dus is er nu geen enkele veroordeling voor wie één zijn met Christus Jezus.

2. Hoofdstuk 9 – 11 toont dat God rechtvaardig is in zijn handelen met Israel: het is niet verstoten, het is de basis:

2.1. Rom. 11: 17 – 18: ‘niet jíj torst de wortel maar de wortel jou!’

3. Hoofdstuk 12 – 16 gaat over ons leven als gerechtvaardigde mensen, over de buitenkant van het geloof; specifiek in hfdst.12:

3.1. Vers 1 – 2: Onze houding/ons gedrag ten opzichte van God

3.2. Vers 3: Hoe we over onszelf moeten denken

3.3. Vers 4 – 8: Hoe we elk voor zich in de gemeente onze specifieke plaats hebben

 

De brief aan de Romeinen is opgezet als een breed betoog. In hoofdstuk 12 borduurt Paulus verder op wat hij in de eerdere elf hoofdstukken aan de orde stelde.

 

In het eerste vers (12:1) roept Paulus de gerechtigheid die we door Gods barmhartigheden hebben gekregen in herinnering. We moeten onze lichamen inzetten als een levende, heilige offerande. Onze hele levenspraktijk zegt Paulus moet God gewijd zijn. In onze plaats is Christus gestorven; wij zijn van sterven vrij. Daarom zijn wij een levende offerande. We zijn dat verschuldigd op grond van alles wat in de eerste elf hoofdstukken is betoogd. Dar is eredienst in de zin van het woord. Het geloof mag dan misschien van binnen zitten (hoofdstuk 1 – 8), het heeft evenzeer een buitenkant. Het moet geleefd worden als een offer voor God. Heel concreet: Wat doen we met onze (vrije) tijd? Met ons geld? Waaraan geven we ons hart?

 

Als christenen zijn wij in zekere zin ‘werk in uitvoering.’ Gods werk. Paulus roept op om hoofd, hart en handen maken tot werktuigen van de gerechtigheid, van barmhartigheid en van vrede. Dat mag van christenen logischerwijze worden verwacht. Het is onze redelijke eredienst. Een offerande.

we will shine his light

naar Franciscus van Assisi